13-11-2019

Eindejaarstips 2019

Net zoals oliebollen en champagne, zijn fiscale eindejaarstips inmiddels een traditionele verschijning rond de jaarwisseling. Maar met de tips moet je wel wat eerder aan de slag dan met de oliebollen.

Wat in het vat zit …..

…. dat verzuurt niet! Maar in het kader van de fiscaliteit lijken er nog wat voorstellen in het vat te zitten, die best behoorlijk zuur uit kunnen pakken.

We doelen op de al geruime tijd geleden aangekondigde maatregel op grond waarvan leningen van de eigen BV boven € 500.000 (+ de eigen woningschuld) belast zullen gaan worden als inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2). Deze heffing zou voor het eerst op basis van de stand van de leningen per 31 december 2022 moeten plaatsvinden. Maar DGA’s moeten er al in 2019 bij hun financiële en fiscale planning terdege rekening mee houden, ondanks dat de exacte inhoud helemaal nog niet vast staat.

Een andere maatregel betreft de plannen met box 3, die per 1 januari 2022 in werking moeten treden. Alleen de veel te hoge belastingdruk op banktegoeden wordt opgelost. Maar dat wordt betaald door een hogere heffing op andere vermogensbestanddelen. De indiening van het wetsvoorstel wordt verwacht in de eerste helft van 2020. Doordat de nieuwe box 3 pas op 1 januari 2022 in werking treedt, kunnen spaar-BV’s (of -fondsen) nog (minstens) twee jaar in de lucht blijven. Bij een horizon van slechts 2 jaar is vaak zelfs lonend om een nog een spaar-BV in het leven te roepen (dat moet dan uiteraard vóór 1 januari 2020).

Tarieven inkomstenbelasting box 1

Duidelijk is dat de tarieven dalen. Over je inkomen boven € 68.507 betaal je in 2019 nog 51,75% aan inkomstenbelasting. In 2020 bedraagt dit tarief “slechts” 49,5%. Ook over het inkomen tot € 68.507 daalt het tarief: van 38,1% in 2019 naar 37,35% in 2020 (en in 2021 waarschijnlijk naar: 37,1%).

Voor AOW-ers geldt een lager tarief van 19,45% voor de eerste € 34.300 van hun inkomen. Dit lagere tarief is het gevolg van de premies volksverzekeringen die over dit deel van het inkomen worden geheven.

Aftrektarief

Deze tarieven worden berekend over je inkomen. De meeste aftrekposten (zie hierna) trek je met ingang van 2020 niet meer af tegen het hoogste tarief (49,5%), maar tegen 46%. In de jaren na 2021 en 2022 wordt dit aftrektarief in stapjes verlaagd, zodat met ingang 2023 de aftrek plaatsvindt naar het tarief in de eerste schijf: 37,1% (het tarief dat in de huidige voorstellen wordt voorzien voor 2021 en latere jaren).

De tip die hier bij hoort, ligt voor de hand:

  • stel het genieten van je inkomsten uit naar de toekomst: dan is het tarief lager;
  • haal je aftrekposten naar voren, zodat je ze tegen het hogere tarief effectueert.

LET OP! Belangrijke adder onder het fiscale gras zijn de algemene heffingskorting, de arbeidskorting en de toeslagen. Die zijn namelijk inkomensafhankelijk. Daardoor zijn de hierboven geschetste tarieven niet de enige factor voor het bepalen van de belastingdruk.

Grondslagverminderende posten

Het aftrektarief geldt ten aanzien van de zogeheten grondslagverminderende posten. Dit zijn de:

  • ondernemersaftrek (zelfstandigenaftrek, startersaftrek, aftrek speur & ontwikkelingswerk, meewerkaftrek en stakingsaftrek);
  • MKB-winstvrijstelling (14% van de winst);
  • TBS-vrijstelling (12% van het inkomen uit de terbeschikkingstellingsregeling);
  • aftrekbare kosten eigen woning (LET OP: je moet kijken naar de aftrekbare kosten, NIET naar het eigen woning saldo);
  • persoonsgebonden aftrek (onderhoudsverplichtingen – waaronder alimentatie -, zorgkosten, weekenduitgaven gehandicapte kinderen en giften).

Het aftrektarief geldt niet ten aanzien van uitgaven voor inkomensvoorzieningen. Dat betekent dat premies voor lijfrenteverzekeringen/inleg op lijfrentebankspaarrekeningen, alsmede premies voor arbeidsongeschiktheidsverzekeringen wel tegen het hoogst marginale tarief worden afgetrokken.

De hiervoor aangehaalde zelfstandigenaftrek daalt in jaarlijkse stapjes van € 250 van de huidige € 7.280 naar € 5.000 in 2029. Voor 2020 bedraagt de zelfstandigenaftrek € 7.030. De zelfstandigenaftrek mag worden toegepast door ondernemers die 1.225 of meer uren werken in hun onderneming.

Verzamel kosten

Voor de aftrek van (onder andere) zorgkosten en giften gelden voor de inkomstenbelasting drempelbedragen. Door deze kosten te verzamelen in één jaar heb je maar één keer last van die drempels. Giften laten zich uiteraard eenvoudig verzamelen. Je bepaalt immers zelf wanneer je welke bedragen aan goede doelen schenkt (LET OP: voor giften geldt ook een aftrekmaximum). Maar ook zorgkosten kun je deels plannen.

De giftendrempel is niet van toepassing op zogeheten periodieke giften. Je verplicht je dan om gedurende tenminste 5 jaren jaarlijks een bedrag te schenken aan een goed doel. De regeling voor periodieke giften kan ook worden toegepast op giften aan niet-vennootschapsbelastingplichtige verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid en meer dan 25 leden.

De kosten van alimentatie kun je verzamelen door de alimentatieverplichting (deels) af te kopen. Daar moet de alimentatiegerechtigde het uiteraard wel mee eens zijn (hij of zij loopt wellicht tegen een hogere belastingheffing aan). Daarnaast moet je inkomen toereikend zijn om de aftrek te kunnen effectueren.

Eigen woningrente kun je vooruitbetalen (tot maximaal 6 maanden). Je moet dan wel je bank zover zien te krijgen dat die daar aan meewerkt. Wanneer je hebt geleend van je eigen BV zal die medewerking geen probleem opleveren.

Schenken

(Klein)kinderen kwalificeren voor de inkomstenbelasting niet als een goed doel. Giften aan (klein)kinderen mag je daarom niet aftrekken.

De ontvanger van een schenking betaalt schenkbelasting. Met het oog op de vrijstellingen in de schenkbelasting kan het interessant zijn om (klein)kinderen jaarlijks te schenken.

De jaarlijkse vrijstelling schenkbelasting voor kinderen bedraagt in 2019 € 5.428 (voor kinderen – en in sommige gevallen ook andere verkrijgers – zijn er vrijstellingen tot maar liefst € 102.010; zie onze factsheet Vrijstellingen schenkbelasting) en voor kleinkinderen € 2.173.

Begiftigden die in 2019 een belast schenking hebben ontvangen of een andere vrijstelling willen toepassen dan de hiervoor genoemde vrijstellingen, moeten uiterlijk 29 februari 2020 aangifte schenkbelasting hebben gedaan.

Tarieven vennootschapsbelasting

Ook deze tarieven dalen. In 2020 geldt dit nog alleen voor het lage tarief. Dit tarief is verschuldigd over het belastbaar bedrag tot € 200.000. Voor 2019 betaalt de BV over dit deel van de winst 19% aan vennootschapsbelasting. Dat wordt in 2020: 16,5% en in 2021 (hoogstwaarschijnlijk): 15%. Het tarief over het belastbaar bedrag boven € 200.000 is in 2020 gelijk aan 2019: 25%, maar daalt in 2021 (hoogstwaarschijnlijk) naar 21,7%.

Fiscale eenheid verbreken?

Met het oog op het tariefopstapje in de vennootschapsbelasting kan het interessant zijn om geen fiscale eenheid tot stand te brengen of een bestaande fiscale eenheid te verbreken. De fisale eenheid kan op verzoek worden verbroken, maar dat verzoek kan niet terugwerken (als je per 1 januari 2020 wilt verbreken, moet de Belastingdienst je verzoek uiterlijk op 31 december 2019 hebben ontvangen).

Om het tariefopstapje meermalen te kunnen benutten, moeten de tot de fiscale eenheid behorende entiteiten uiteraard wel, gebaseerd op zakelijke grondslagen, zelfstandig een belastbaar bedrag realiseren. Let bij het verbreken van de fiscale eenheid goed op de sanctiebepalingen!

Als je een fiscale eenheid tot stand wilt brengen, heb je wat meer tijd. Het verzoek daarvoor moet je hebben ingediend binnen 3 maanden na de beoogde ingang van de fiscale eenheid.

Voorkom verliesverdamping

Verliezen kunnen voor de vennootschapsbelasting worden verrekend met de winsten van de op het verliesjaar volgende 9 jaren. Voor verliezen geleden in 2020 en volgende jaren wordt deze termijn verkort naar 6 jaar.

Het is natuurlijk zonde wanneer verliezen na het negende jaar niet meer verrekend kunnen worden (verliesverdamping). Vaak zijn er mogelijkheden om dit te voorkomen.

Tarief aanmerkelijk belang (box 2)

Het tarief voor de inkomstenbelasting in box 2 stijgt van 25% in 2019 naar 26,25% in 2020 en 26,9% in 2021. Het hogere tarief geldt ook voor in de BV gespaarde winsten.

Ondanks de verhoging van het tarief is het lang niet altijd interessant om in 2019 (extra) dividend uit te keren. Dat hangt af van het rendement dat in de BV met de middelen kan worden gemaakt en van het moment waarop naar verwachting in de toekomst dividend zal moeten worden uitgekeerd. Daarnaast is van belang welke (privé)situatie fiscaal ontstaat nadat het dividend is uitgekeerd.

Voorlopige aanslag

Houd bij al dat schuiven met inkomens- en aftrekposten je voorlopige aanslag in de gaten. Als je namelijk belasting moet bijbetalen, wordt daar al snel belastingrente over berekend. En de tarieven daarvan zijn nog steeds exhorbitant! Over inkomstenbelasting betaal je op jaarbasis 4% en over vennootschapsbelasting zelfs 8%.

Belastingrente wordt niet berekend op aanslagen die worden opgelegd binnen 6 maanden na afloop van het belastingjaar.

Voor de volledigheid: de Belastingdienst vergoedt geen belastingrente over belasting die je terugontvangt.

Benut de betalingskorting

Op voorlopige aanslagen, die worden opgelegd in het jaar waarop ze betrekking hebben, verleent de Belastingdienst betalingskorting. Ook deze korting is gebaseerd op de hiervoor genoemde hoge rentetarieven. Als je de voorlopige aanslag ineens betaalt, mag je de betalingskorting aftrekken. Dat kan een aardig rentevoordeel opleveren. Voor de vennootschapsbelasting wordt de betalingskorting na 2020 afgeschaft.

Pensioen in eigen beheer: laatste kans

DGA’s die hun pensioen hebben ondergebracht in de eigen BV kunnen dit pensioen nog tot en met 31 december 2019 afstempelen en vervolgens afkopen of omzetten in een oudedagsverplichting: Pensioen in eigen beheer: Laatste kans.

Auto van de zaak

Met ingang van 1 januari 2017 bedraagt het basisbijtellingspercentage voor de auto van de zaak: 22%. In de jaren voor 2017 was dit 25% en golden kortingen voor auto’s met een lagere CO2-uitstoot. Deze kortingen gelden gedurende de 60 maanden volgend op de maand waarin de auto voor het eerst op kenteken wordt gezet. Dat betekent dat voor auto’s die in 2015 op kenteken zijn gezet, de korting in de loop van 2020 vervalt. De bijtelling wordt dan 25%.

Schaf nog dit jaar elektrische auto aan

Als je overweegt om een volledig elektrische auto aan te schaffen, kun je dat met het oog op de bijtelling het best nog in 2019 doen. De bijtelling wordt voor deze auto’s namelijk in de komende jaren opgetrokken naar 22%. Zie ons artikel Hogere bijtelling voor elektrische auto’s.

Werkkostenregeling

In de werkkostenregling worden slechts een paar kleine wijzigingen aangebracht. De verhoging van de vrije ruimte van 1,2% naar 1,7% wordt beperkt tot de eerste € 400.000 aan loomsom en zet voor de individuele werkgever dus weinig zoden aan de dijk (het gaat immers slechts om maximaal € 2.000 aan extra vrije ruimte).

De eindejaarstip is dan ook niet anders dan in voorgaande jaren. Het is verstandig om de vergoedingen en verstrekkingen aan je werknemer zodanig te optimaliseren dat er zo weinig mogelijk loonbelasting is verschuldigd. Hoewel je de werkkkostenregeling verwerkt in het eerste aangiftetijdvak na het kalenderjaar (als de belastingplannen voor 2020 worden aangenomen: uiterlijk in het tweede aangiftetijdvak na het kalenderjaar), mag je loonbestanddelen niet na de jaarwisseling pas in het WKR-potje stoppen.

Fiscaalvriendelijke fiets van de zaak

Erg veel belangstelling lijkt er te zijn voor de per 1 januari 2020 van kracht wordende forfaitaire bijtelling voor de fiets van de zaak. Die bijtelling bedraagt 7% van de waarde van de fiets. Het gaat om fietsen die door de werkgever aan de werknemer ter beschikking worden gesteld, mede voor zakelijk gebruik (waaronder woon-werkverkeer).

WAB

In het arbeidsrecht gaat een aantal zaken wijzigen. We beschrijven deze wijzigingen in ons artikel Wet arbeidsmarkt in Balans (WAB).

Kleine ondernemersregeling(BTW)

Met ingang van 1 januari 2020 wordt de huidige kleine ondernemersregeling vervangen door een vrijstelling. Ondernemers met een omzet, op kalenderjaarbasis, van minder dan € 20.000 kunnen er voor kiezen om van BTW te worden vrijgesteld. Als je de nieuwe vrijstelling per 1 januari 2020 in wilt laten gaan, moet je dat voor 20 november 2019 bij de Belastingdienst hebben gemeld. Zie onze factsheet Kleine ondernemersregeling (KOR) in de BTW.

Quick fixes (BTW)

Voor ondernemers die internationaal opereren zijn in het kader van de BTW de per 1 januari 2020 van kracht wordende quick fixes van belang. Dit betreft onder andere call off voorraden, het bewijs van het vervoer van goederen in het kader van intracommunautaire leveringen en een vereenvoudiging ten aanzien van ABC-transacties.

De nieuwe regels rond de heffing van BTW bij elektronische handel zullen pas per 1 januari 2021 worden ingevoerd. Zie ons artikel Vereenvoudiging BTW elektronische handel.