25-07-2019

Pensioen in eigen beheer: laatste kans!

 

Deze notitie is ook beschikbaar in pdf-format.

 

Het pensioen in eigen beheer is per 1 april 2017 afgeschaft. De overgangsfaciliteiten kunnen tot en met 31 december 2019 worden toegepast.

Mis daarom, als je nog pensioen in eigen beheer hebt, niet je laatste kans!

Onderneem, indien nodig, actie vóór 1 januari 2020.

Pensioen in eigen beheer

Net als een “gewone” werknemer mocht ook de directeur-grootaandeelhouder (DGA), die voor zijn (of haar) eigen BV werkt, tot 1 april 2017 fiscaal gefaciliteerd pensioenaanspraken opbouwen bij een erkende verzekeringsmaatschappij of bij een pensioenfonds.

De DGA die 10% of meer van de aandelen in zijn of haar BV hield, mocht de pensioenaanspraken echter ook bij de “eigen” BV onderbrengen. Dat noemen we pensioen in eigen beheer, afgekort als: PEB.

Dit laatste is afgeschaft. Een DGA mag na 31 maart 2017 in het kader van de dienstbetrekking bij de eigen BV niet meer fiscaal gefaciliteerd pensioen opbouwen bij de eigen BV, maar uiteraard nog wel bij een pensioenfonds of een erkende verzekeraar.

Wat nu? Keuze uit 3 mogelijkheden

De DGA heeft de volgende 3 mogelijkheden ten aanzien van zijn of haar PEB.

  1. De opgebouwde aanspraken continueren.
  2. De aanspraken afstempelen en vervolgens met een korting afkopen.
  3. De aanspraken afstempelen en vervolgens omzetten in een oudedagsverplichting.

Wij werken deze mogelijkheden hierna kort uit.

Continueren

De verdere opbouw van de pensioenaanspraken is uiterlijk op 31 maart 2017 beëindigd. Continueren betekent dat de zogeheten premievrije aanspraken worden aangehouden en op de pensioendatum (of -data) tot uitkering komen.

Aan de pensioenvoorziening, die in verband met de bevroren/premievrije aanspraken op de balans van de BV staat, wordt nog wel jaarlijks een dotatie toegevoegd. Deze dotatie komt ten laste van de winst van de BV De dotatie wordt gebaseerd op de actuariële waardering van de pensioenaanspraken, waarvan de opbouw beëindigd is.

Aanspraak fiscaal onzuiver

Het is niet verplicht om de aanspraak premievrij te maken. Maar een in eigen beheer gehouden pensioenaanspraak die na 31 maart 2017 nog opbouwt, is fiscaal onzuiver.

Een fiscaal onzuivere pensioenregeling wordt geacht te zijn afgekocht. Wat afkoop betekent, beschrijven wij hierna. De hierna beschreven tegemoetkomingen zijn niet van toepassing bij de fictieve afkoop van een onzuivere pensioenregeling.

Gesplitste pensioenaanspraak

Een alternatief is dat de pensioenaanspraak in eigen beheer is gesplitst in:

  • een premievrije aanspraak met fiscale faciliteiten opgebouwd tot en met 31 maart 2017;
  • een opbouwende aanspraak zonder fiscale faciliteiten, opgebouwd vanaf 1 april 2017 (in het algemeen zal een dergelijke aanspraak fiscaal echter niet voordelig zijn).

Afkopen

Tot en met 31 december 2019 is het toegestaan om in eigen beheer opgebouwde pensioenaanspraken met fiscale voordelen af te kopen. Bij afkoop is wel loonbelasting verschuldigd, die door de BV op aangifte moet worden betaald in de kalendermaand volgend op de maand waarin het pensioen wordt afgekocht.

Uiteraard moet de bruto afkoopsom, verminderd met de korting (zie hierna), in de aangifte inkomstenbelasting van de DGA onder het inkomen uit werk en woning (box 1) worden verwerkt. De ingehouden loonbelasting wordt verrekend met de inkomstenbelasting.

De Staatssecretaris verleent bij deze afkoop de volgende tegemoetkomingen.

  • Er wordt geen revisierente berekend.
  • De loonbelasting wordt berekend over de fiscale balanswaarde van de aanspraken (niet over de veel hogere commerciële balanswaarde; de Staatssecretaris noemt dit: het afstempelen van de commerciële waarde naar de fiscale waarde).
  • Op deze afkoopsom wordt een korting verleend van: 19,5% (bij afkoop in 2017 en 2018 was deze korting hoger: 34,5% en 25%).

De korting wordt verleend op de fiscale balanswaarde op 31 december 2015. Als de fiscale balanswaarde op het moment van afkoop hoger is, moet het verschil met de waarde ultimo 2015 wel worden afgekocht, maar wordt de korting niet verleend.

Als de fiscale balanswaarde op het moment van afkoop lager is, wordt de korting verleend over de lagere fiscale balanswaarde op het moment van de afkoop (dit is aan de orde bij pensioenaanspraken die reeds aan de pensioengerechtigde worden uitgekeerd).

Omzetten

De pensioenaanspraak kan ook worden afgestempeld naar de fiscale waarde en vervolgens worden omgezet in een spaarsaldo (oudedagverplichting).

De oudedagsverplichting (ODV) wordt jaarlijks ten laste van de winst van de BV verhoogd met rente. Deze rente is gelijk aan het gemiddelde U-rendement van het voorafgaande kalenderjaar. Deze rente bedraagt 0,269% (voor 2017: 0.059%, voor 2018: 0,060%).

De oudedagsverplichting moet vervolgens uiterlijk vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd (die ligt op dit moment op 67 jaar) worden uitgekeerd. De uitkeringen moeten minstens 20 jaren lopen. Als de uitkeringen starten vóór het bereiken van de AOW-gerechtige leeftijd wordt de minimale looptijd van de uitkeringen verlengd met het aantal jaren voorafgaand aan het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

Als de pensioenaanspraak reeds werd uitgekeerd, moet de oudedagsverplichting worden uitgekeerd over een periode van 20 jaar, verminderd met de jaren waarin sinds de pensioenleeftijd reeds is uitgekeerd.

Partner

In een pensioenregeling zijn meestal ook aanspraken toegekend aan de partner van de pensioengerechtigde (en vaak ook aan de kinderen). Dit betreft uitkeringen aan de partner en kinderen nadat de pensioengerechtigde (de DGA) is overleden.

Bij een echtscheiding heeft de partner recht op:

  • de helft (50%) van het tijdens de huwelijkse periode opgebouwde ouderdomspensioen en;
  • op het volledige nabestaandenpensioen.

Dit vloeit voort uit de Wet verevening pensioenen bij echtscheiding.

Deze rechten heeft de partner zowel bij een huwelijk in gemeenschap van goederen als bij een huwelijk op huwelijkse voorwaarden. En pensioenverevening staat geheel los van hoe de gescheiden echtgenoten het vermogen verdelen.

Elk van de hiervoor beschreven mogelijkheden heeft als gevolg dat de aanspraken van de partner verminderen of zelfs volledig verdwijnen:

  • als de aanspraak premievrij worden gemaakt, wordt de aanspraak van de partner gebaseerd op het bedrag van het premievrije ouderdomspensioen (voorafgaand aan het premievrij maken was de aanspraak van de partner gebaseerd op het te bereiken ouderdomspensioen);
  • bij afkoop van de aanspraak gaan uiteraard alle rechten van de partner verloren;
  • na het omzetten van de pensioenaanspraak in een oudedagsverplichting is de aanspraak van de partner beperkt tot het op het moment van overlijden van de pensioengerechtigde nog niet uitgekeerde deel van de oudedagsverplichting.

De partner zal dan ook uitdrukkelijk moeten toestemmen in de afkoop en/of de omzetting van de pensioenaanspraken in een oudedagsverplichting.

Er is een mede door de partner te ondertekenen formulier dat binnen 1 maand na de afkoop of de omzetting bij de Belastingdienst moet zijn ingediend. De juridische waarde van dit formulier lijkt echter beperkt.

Afhankelijk van de wijze waarop de huwelijkse relatie juridisch is ingekleed, kan de partner gecompenseerd moeten worden voor de te vervallen pensioenaanspraken. Hoe die compensatie kan plaatsvinden, heeft de wetgever nog niet duidelijk gemaakt. Bij teveel of te weinig compensatie kan sprake zijn van een met schenkbelasting te belasten schenking.

Aanwending netto afkoopsom

De netto koopsom is de fiscale waarde van de aanspraken verminderd met de door de BV betaalde loonbelasting. Deze afkoopsom komt toe aan de pensioengerechtigde, die er mee mag doen wat hij of zij wil.

Uiteraard zijn er fiscale gevolgen.

  • Als de BV de afkoopsom uitbetaalt, behoort die tot de grondslag van het inkomen uit sparen en beleggen (box 3).
  • Blijft de BV de afkoopsom schuldig, dan ontstaat een vordering waarop de terbeschikkingstellingsregeling (box 1) moet worden toegepast (de genoten rente wordt, na aftrek van de TBS-vrijstelling van 12%, belast tegen maximaal 51,75%).

 Advies

Welke keuze het meest interessant is, hangt af van elke individuele situatie. Een rekensom maakt dit inzichtelijk. De compensatie voor het nadeel van de partner en kinderen is een essentieel aandachtspunt. Net als de vraag hoe de DGA na de afkoop of omzetting zijn oude dag (en die van zijn nabestaanden) financieel invult.

Voor een afkoop van de pensioenaanspraken, met de tegemoetkomingen, moeten de liquiditeiten beschikbaar zijn om de verschuldigde loonbelasting te betalen.

 

 

 

Deze notitie is bedoeld om een regeling in grote lijnen uiteen te zetten. Met het oog op de leesbaarheid zijn zaken daarom vereenvoudigd weergegeven. VWG is daarom niet aansprakelijk voor de gevolgen van handelingen die naar aanleiding van deze notitie wel of niet zijn uitgevoerd.