12-08-2019

De Kleine OndernemersRegeling (KOR ) in de BTW

Deze notitie is ook beschikbaar in pdf.

 

Met ingang van 1 januari 2020[1] wordt de Kleine OndernemersRegeling in de BTW (de KOR) vervangen door een nieuwe regeling. Met de “huidige KOR” wordt hierna bedoeld de tot en met 31 december 2019 geldende regeling. De nieuwe regeling wordt aangeduid als de “nieuwe KOR”.

Huidige KOR

De huidige kleine ondernemersregeling bestaat uit twee regelingen:

  • de vermindering op het BTW-saldo[2];
  • de ontheffing van administratieve verplichtingen[3].

De vermindering op het BTW-saldo is van rechtswege van toepassing. Er hoeft niet (vooraf) een verzoek voor te worden gedaan. De toepassing van de KOR mag worden verwerkt in de tijdvakaangiften BTW[4]. De exacte werking van de huidige KOR wordt in deze notitie niet beschreven.

Ondernemers die structureel volledig onder de huidige KOR vallen, kunnen de Belastingdienst verzoeken om te worden ontheven van administratieve verplichtingen. Als dit verzoek wordt toegewezen, reikt de Belastingdienst daarvoor een beschikking uit.

Een ondernemer met ontheffing van administratieve verplichtingen:

  • vermeldt op geen enkele wijze BTW op uitgaande facturen;
  • heeft geen recht op aftrek van BTW;
  • doet geen aangifte BTW.

De huidige KOR is alleen van toepassing op in Nederland wonende of gevestigde[5]:

  • natuurlijk personen;
  • samenwerkingsverbanden, waarin uitsluitend natuurlijke personen participeren.

Nieuwe KOR

De nieuwe KOR is niet een vermindering op het BTW-saldo, maar een vrijstelling van BTW[6]. Aan deze vrijstelling zit automatisch de ontheffing van administratieve verplichtingen verbonden[7].

De vrijstelling geldt niet voor aan de ondernemer verrichte leveringen:

  • waarbij de heffing van BTW is verlegd[8];
  • die kwalificeren als een intracommunautaire verwerving[9];
  • alsmede voor de levering van onroerende zaken, die de ondernemer in zijn bedrijf heeft gebruikt.

LET OP: in deze gevallen moet de ondernemer zelf actie ondernemen om tijdig de juiste bedragen aan BTW af te dragen!

LET OP: de ondernemer die de nieuwe KOR toepast (en daardoor is ontheven van administratieve verplichtingen), is wel verplicht om:

  • kopieën van de door hem (of de namens hem door zijn afnemer) uitgereikte facturen te bewaren (uiteraard om controle mogelijk te maken op de omzetdrempel)[10];
  • de door hem van leveranciers ontvangen facturen te bewaren (om de herzieningsregels te kunnen toepassing zodra de KOR niet langer wordt toegepast).

Ondernemers met een omzet die in een kalenderjaar in Nederland niet meer bedraagt dan € 20.000 kunnen er voor kiezen om de nieuwe KOR toe te passen.

Een ondernemer die niet kiest voor de toepassing van de KOR moet vanzelfsprekend voldoen aan alle BTW-verplichtingen.

De nieuwe KOR is van toepassing op alle BTW-ondernemers, die:

  • in Nederland zijn gevestigd;
  • niet in Nederland zijn gevestigd, maar in Nederland een vaste inrichting hebben[11].

Daardoor kunnen ook (onder andere) BV’s, stichtingen en verenigingen, wier omzet beneden de drempel blijft, kiezen voor toepassing van de nieuwe KOR.

Een verhuurder van onroerend goed, die de nieuwe KOR toepast, kan niet opteren voor met BTW belaste verhuur[12].

Een ondernemer die de nieuwe KOR toepast, kan geen gebruik maken van de mogelijkheid van verlegging van BTW bij de invoer van goederen[13]. Een eventueel lopende vergunning zal bij keuze voor de nieuwe KOR worden ingetrokken. Gevolg is dat de BTW op het moment van het inklaren van de in te voeren goederen bij de douane moet worden betaald.

Een ondernemer, die kiest voor toepassing van de nieuwe KOR[14]:

  • vermeldt op geen enkele wijze BTW op uitgaande facturen;
  • heeft geen recht op aftrek van BTW;
  • doet geen aangifte BTW.

Met de invoering van de nieuwe KOR vervalt de mogelijkheid om jaaraangifte te doen. Het aangiftetijdvak voor de BTW is het kalenderkwartaal. Dit kan worden gewijzigd naar kalendermaand:

  • op verzoek van de ondernemer (meestal in verband met verwachte teruggaven);
  • door de Belastingdienst: wanneer de ondernemer niet voldoet aan de BTW-verplichtingen.

Omzet

De omzet voor de omzetgrens van € 20.000 van de nieuwe KOR is de som van de vergoedingen voor alle door de ondernemer[15]:

  • in Nederland verrichte[16], met BTW belaste (afgezien van de toepassing van de KOR) leveringen van goederen en diensten (LET OP: ook wanneer het 0%-tarief wordt toegepast en/of wanneer de heffing van de BTW is verlegd naar de afnemers)[17];

Ten aanzien van leveringen van goederen waarbij de BTW wordt betaald uit de winstmarge[18], wordt alleen de winstmarge meegerekend als omzet voor de KOR[19].

  • de volgende vrijgestelde[20] prestaties:
    • leveringen van onroerende zaken (niet in het bedrijf van de ondernemer gebruikt);
    • verhuur van onroerende zaken;
    • leveringen en diensten van betaalmiddelen en effecten;
    • financiële diensten;
    • (her)verzekeringsdiensten;

behalve wanneer deze prestaties met andere handelingen samenhangende handelingen zijn.

Niet als omzet wordt in aanmerking genomen de levering van door de ondernemer in zijn bedrijf gebruikte[21]:

  • onroerende zaken;
  • roerende zaken waarop de ondernemer voor de inkomsten- of vennootschapsbelasting afschrijft (of zou kunnen afschrijven indien hij aan een dergelijke belasting zou zijn onderworpen).

Herziening

Doordat de nieuwe KOR een BTW-vrijstelling is, werken bij het aan- en afmelden voor de nieuwe KOR, maar ook wanneer de nieuwe KOR eindigt door overschrijding van de omzetdrempel, de herzieningsregels[22].

Herziening blijft achterwege (zowel in de situatie waarin BTW zou moeten worden afgedragen als die waarin recht bestaat op teruggave van BTW) indien:

de wijziging in aftrek in het betreffende boekjaar minder bedraagt dan 10% van de in aftrek gebracht BTW[23] of

Uitsluitend wanneer de herziening wordt veroorzaakt door de aanmelding voor of door de beëindiging van de nieuwe KOR, blijft herziening eveneens achterwege wanneer het op grond van de herzieningsregeling te betalen of te ontvangen BTW minder bedraagt dan € 500[24].

Aanmelden of afmelden voor de nieuwe KOR

De nieuwe KOR is niet van rechtswege van toepassing. Ondernemers die onder de vrijstelling willen vallen, moeten de Belastingdienst daar om verzoeken. En ondernemers die niet langer onder de nieuwe KOR willen vallen, kunnen zich daar voor afmelden.

Aanmelden

Het aanmeldingsformulier voor de Nieuwe KOR staat op de website van de Belastingdienst: Formulier melding omzetbelasting KOR.

Aanmelding is mogelijk per begin van een aangiftetijdvak. De aanmelding moet tenminste 4 weken voor ingang door de Belastingdienst zijn ontvangen[25]. De nieuwe KOR kan NIET met terugwerkende kracht worden toegepast!

LET OP: deze termijn van 4 weken geldt ook bij de start van een onderneming. De melding moet dan zijn gedaan uiterlijk 4 weken voor de start van de onderneming.

De nieuwe KOR geldt voor onbepaalde tijd (zie hierna voor de mogelijkheid om af te melden), maar moet tenminste 3 jaar worden toegepast[26].

Het is dan ook zaak om zorgvuldig af te wegen of het kiezen voor de nieuwe KOR in elk geval in deze 3 jaren niet tot complicaties leidt, bijvoorbeeld doordat:

  • op investeringen kan de BTW tijdens deze 3 jaar niet worden afgetrokken;
  • een ondernemer die de nieuwe KOR toepast, kan er niet voor kiezen om een onroerende zaak met BTW gelegd te krijgen[27] (deze ondernemer voldoet immers niet aan de in dat kader geldende voorwaarde dat de te verkrijgen onroerende zaak voor 90% of meer wordt gebruikt voor prestaties waarvoor recht bestaat op aftrek van BTW).

Uiteraard eindigt de toepassing van de vrijstelling, ook binnen deze 3 jaar, indien in een kalenderjaar de omzetdrempel wordt overschreden. De vrijstelling is niet van toepassing op de levering van het goed of de dienst waardoor de overschrijding tot stand komt en op alle daaropvolgende leveringen van goederen en diensten.

LET OP: de aard van de BTW brengt met zich mee dat de ondernemer die de omzetdrempel overschrijdt zelf het initiatief moet nemen – op straffe van boetes – om te komen tot afdracht van de verschuldigde BTW, alsmede tot het voldoen aan alle aan de BTW verbonden administratieve verplichtingen, maar uiteraard ook de herzieningsregels (zie hiervoor)!

Een ondernemer kan niet voor de toepassing van de nieuwe KOR kiezen in de 3 jaren na de overschrijding van de omzetdrempel.

Afmelden

Afmelden voor de nieuwe KOR moet met het afmeldingsformulier, dat eveneens staat op de website van de Belastingdienst: Formulier melding beëindiging KOR.

Hoewel de wettekst dit niet expliciet vermeldt, blijkt uit de toelichting dat ook de afmelding voor de KOR moet worden gedaan tenminste 4 weken voor de beoogde einddatum.

Na afmelding kan gedurende 3 jaar niet voor de toepassing van de nieuwe KOR worden gekozen[28].

Overgangsregeling[29]

Ondernemers die vanaf 1 januari 2020 gebruik willen maken van de nieuwe KOR moeten dit (in afwijking op de wettelijke termijn van 4 weken) uiterlijk 20 november 2019 melden bij de Belastingdienst. Bij een te late melding gaat de nieuwe KOR later in:

  • melding op 13 augustus 2019: nieuwe KOR gaat op 1 januari 2020 in;
  • melding op 17 december 2019: nieuwe KOR gaat op 1 april 2020 in (voor het 1e kwartaal 2020 gelden de normale BTW-regels);
  • melding op 2 maart 2020 (net binnen de 4 weken voor 1 april 2020): nieuwe KOR gaat op 1 april 2020 in (voor het 1e kwartaal 2020 gelden de normale BTW-regels);
  • melding op 21 maart 2020: nieuwe KOR gaat op 1 juli 2020 in (voor het 1e en 2e kwartaal 2020 gelden de normale BTW-regels).

 

Ondernemers die tot 1 januari 2020 zijn ontheven van administratieve verplichtingen worden geacht de melding voor de nieuwe KOR te hebben gedaan (voor hen gaat de nieuwe KOR automatisch gelden).

Ondernemers die dat niet willen, moeten zich uiterlijk 4 weken  vóór 1 januari 2020 afmelden bij de Belastingdienst.

Voor de ondernemers die niet tijdig hebben afgemeld, geldt de nieuwe KOR. Zij kunnen de nieuwe KOR wel afmelden voor 1 januari 2023 (ofwel binnen de termijn 3 jaar nadat de nieuwe KOR automatisch voor hen is ingegaan).

Ondernemers, die zijn ontheven van administratieve verplichtingen, maar van wie aannemelijk is dat ze in 2020 niet aan de aan de nieuwe KOR gestelde voorwaarden zullen voldoen, worden niet geacht de melding voor de nieuwe KOR te hebben gedaan. Deze ondernemers worden geacht om zelf een verzoek te doen om te worden uitgenodigd tot het doen van BTW-aangiften.

Dit betreft (met name) de ondernemers met een BTW-saldo binnen de grenzen van de huidige KOR, maar met een omzet die per kalenderjaar meer dan € 20.000 bedraagt.

 

 

 

[1] Het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet modernisering kleineondernemersregeling), nr. 35 033. is op 19 december 2018 gepubliceerd in het Staatsblad (nr. 2018, 511).

[2] Artikel 25 Wet op de omzetbelasting 1968 en de artikelen 24 – 25a Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968.

[3] Artikel 25, lid 3 Wet op de omzetbelasting 1968, jo. artikel 25 van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968.

[4] Op grond van artikel 24 Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 kan in de tijdvakaangiften een voorlopige vermindering worden verwerkt, die na afloop van het kalenderjaar wordt verrekend met de definitieve vermindering.

[5] De Hoge Raad heeft op 8-2-2019, nr. 17/04018 (ECLI:NL:HR:2019:194) uitgemaakt dat voor een buiten Nederland wonende verhuurder van een Nederlandse vakantiewoning (het ging in deze casus om een Duitsland woonachtige eigenaar van een in Nederland gelegen vakantiewoning) de vakantiewoning in Nederland niet kwalificeert als een vaste inrichting. Daardoor is de buiten Nederland wonende verhuurder niet in Nederland gevestigd en kan de KOR niet worden toegepast. Ook voor de nieuwe KOR is vereist dat de ondernemer in Nederland woont of is gevestigd.

[6] De nieuwe KOR wordt geregeld in een met ingang van 1 januari 2020 geheel nieuw geformuleerd artikel 25 Wet op de omzetbelasting 1968. Daar waar in deze notitie voor de oude KOR wordt verwezen naar dit artikel 25, wordt verwezen naar de tot en met 31 december 2019 geldende tekst. Daar waar in deze notitie voor de nieuwe KOR wordt verwezen naar dit artikel 25, wordt verwezen naar de met ingang van 1 januari 2020 geldende tekst.

[7] Artikel 25, lid 5 Wet op de omzetbelasting 1968.

[8] Op grond van artikel 12, lid 2, 3 en 5 Wet op de omzetbelasting 1968.

[9] Als bedoeld in artikel 17f Wet op de omzetbelasting 1968. Op grond van artikel 1a, lid 2, onderdeel b Wet op de omzetbelasting 1968 is heffing ter zake van intracommunautaire verwervingen van uitsluitend vrijgesteld van BTW presterende ondernemers pas aan de orde als de ondernemer in het lopende of het voorafgaande kalenderjaar voor meer dan € 10.000 heeft verworven. Deze drempel geldt niet ten aanzien van de verwerving van nieuwe vervoermiddelen en/of accijnsgoederen.

[10] De verplichting van artikel 35c Wet op de omzetbelasting 1968.

[11] Een in Nederland gelegen vakantiewoning is geen vaste inrichting (Hoge Raad 8 februari 2019, nr. 17/04018; ECLI:NL:HR:2019:194).

[12] Dit wordt toegevoegd aan artikel 11, lid 1, onderdeel b, ten 5o Wet op de omzetbelasting 1968.

[13] Hiervoor wordt een nieuw lid 5 toegevoerd aan artikel 23 Wet op de omzetbelasting 1968.

[14] Artikel 25, lid 4 Wet op de omzetbelasting 1968.

[15] Artikel 25, lid 2 Wet op de omzetbelasting 1968.

[16] Van belang is waar in het kader van de BTW de plaats van de levering of de dienst is gelegen! Dit leerstuk wordt in deze notitie niet nader toegelicht. De toelichting op het wetsvoorstel bevat een tweetal verhelderende voorbeelden.

[17] Een intracommunautaire levering is een in Nederland verrichte, met BTW belaste levering. De plaats van deze levering ligt namelijk in Nederland (daar waar het vervoer van de goederen aanvangt), maar de BTW wordt berekend met toepassing van het 0%-tarief.

[18] Dit wordt gemeld op pagina 22 van de Memorie van Toelichting bij het oorspronkelijke wetsvoorstel. De reisbureauregeling en de margeregeling ten aanzien van gebruikte goederen, kunst, antiek en verzamelobjecten.

[19] Het Hof van Justitie (29 juli 2019, nr. C388-18) heeft onlangs beslist dat Duitsland handelt in strijd me het EU-recht door voor de toepassing van de kleine ondernemersregeling alleen maar rekening te houden met de winstmarge. Volgens het Hof moet de omzet worden vastgesteld op basis van alle door de wederverkoper ontvangen of te ontvangen bedragen.

[20] Andere vrijgestelde omzet telt niet mee.

[21] Artikel 25, lid 3 Wet op de omzetbelasting 1968.

[22] Artikelen 13, 13a en 14 Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968.

[23] Artikel 13, lid 4 Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968.

[24] Dit zal worden toegevoegd aan de ministeriële regeling.

[25] Deze termijn van 4 weken wordt expliciet vermeld in artikel 25, lid 6 Wet op de omzetbelasting 1968.

[26] Artikel 25, lid 7 Wet op de omzetbelasting 1968.

[27] Artikel 11, lid 1, onderdeel a, ten 2o Wet op de omzetbelasting 1968.

[28] Artikel 25, lid 7 Wet op de omzetbelasting 1968.

[29] Artikel III van het wetsvoorstel Wet modernisering kleineondernemersregeling.