Hof Amsterdam heeft uitgemaakt dat een in de toegangsprijs begrepen pauzedrankje wordt belast met BTW tegen het lage tarief (9%).
In juli 2021 beschreven we in een artikel een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant. Hof Amsterdam oordeelt in het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland, maar beide rechtbankzaken zijn identiek.
Het gaat om een ondernemer die een gevarieerd aanbod van voorstellingen aanbiedt. De toegangsprijs bestaat uit één bedrag, waarin is begrepen de toegang tot de voorstelling, het gebruik van de garderobe, de verstrekking van een drankje in de pauze en de reserveringskosten.
Het verlenen van toegang tot (onder andere) voorstellingen is aan BTW onderworpen tegen het verlaagde tarief (nu 9%). De verstrekking van alcoholische dranken is echter onderworpen aan het normale tarief (21%). De ondernemer stelt dat de verstrekking van de alcoholische drankjes in de pauze opgaat in de toegangsprijs en daardoor ook aan het verlaagde BTW-tarief is onderworpen.
Rechtsregel
Hof en Rechtbank zijn het eens over de geldende rechtsregel. Het uitgangspunt is dat wanneer verschillende prestaties kunnen worden onderscheiden, elk van die prestaties voor de heffing van BTW als zelfstandig moet worden beschouwd. Er zijn op dit uitgangspunt 2 uitzonderingen:
- twee of meer handelingen of elementen van een handeling zijn zo nauw met elkaar verbonden dat ze samen één ondeelbare economische prestatie vormen;
- één handeling moet geacht worden de hoofdprestatie te vormen en de bijkomende prestaties volgen het BTW-regime van die hoofdprestatie.
Gemiddelde consument
In tegenstelling tot de rechtbanken is het Hof van mening dat het pauzedrankje wel moet worden gezien als een bijkomende prestatie bij het verlenen van toegang tot de voorstellingen. Dit moet, aldus het Hof, worden beoordeeld vanuit het perspectief van de “gemiddelde consument”. Het perspectief van de leverancier is niet relevant. Voor de gemiddelde bezoeker van de voorstellingen is het pauzedrankje geen doel op zich. Het maakt het bezoek aan de voorstelling aantrekkelijker. Het Hof acht aannemelijk dat het pauzedrankje door de consument wordt beschouwd als een aantrekkelijk tussendoortje of een aantrekkelijke afsluiting van het theaterbezoek. Het in de toegangsprijs begrepen pauzedrankje wordt daarom met BTW belast tegen het verlaagde tarief, ook als het een biertje of wijntje betreft.
