De Belastingdienst heeft aangegeven hoe zij omgaat met de uitspraak waarin de Hoge Raad het tarief van de belastingrente onverbindend verklaart. Zie ook ons artikel Belastingrente Vpb onverbindend.
16 januari 2026
De cruciale datum is uiteraard die waarop de Hoge Raad haar arrest heeft gewezen: 16 januari 2026. De Belastingdienst geeft aan dat de op aanslagen met een dagtekening ná 16 januari 2026 in rekening gebrachte belastingrente ambtshalve zal worden verminderd. Dat houdt in dat op de aanslag weliswaar een te hoog bedrag aan belastingrente in rekening wordt gebracht (de software kan niet op zo korte termijn worden aangepast), maar dat de Belastingdienst het initiatief neemt om die te verminderen.
Afwijzen
De Belastingdienst geeft aan dat zij verzoeken om ambtshalve vermindering van de belastingrente op aanslagen vennootschapsbelasting die op 16 januari 2026 onherroepelijk vaststonden, zal afwijzen. Aanslagen met een dagtekening vóór 5 december 2025 stonden op 16 januari 2026 onherroepelijk vast, behalve wanneer er vóór 16 januari 2026 (pro forma) bezwaar tegen is gemaakt.
De tegen in rekening gebrachte heffingsrente ingediende (pro forma) bezwaarschriften zullen door de Belastingdienst worden afgewerkt binnen 6 maanden nadat het Ministerie van Financiën uitspraak heeft gedaan op het massaal bezwaar (die uitspraak moet uiterlijk 26 februari 2026 worden gedaan).
Niet onherroepelijk
Tegen aanslagen met een dagtekening in de periode van (en met) 5 december 2025 tot en met 15 januari 2026 hoeft niet tijdig (pro forma) bezwaar te zijn gemaakt om de belastingrente verminderd te krijgen. Die aanslagen stonden op het moment waarop de Hoge Raad arrest wees immers nog niet onherroepelijk vast. Wel moet voor die aanslagen mogelijk nog een verzoek om ambtshalve vermindering worden ingediend.
