De Hoge Raad heeft uitgemaakt dat de verhoging van de belastingrente voor de vennootschapsbelasting (Vpb) naar 8%, die sinds 2022 van kracht is, onverbindend is.
Rente niet 0%
Dat betekent niet dat alle op aanslagen Vpb betaalde belastingrente komt te vervallen. De Hoge Raad heeft namelijk ook bepaald dat de belastingrente in plaats van 8% moet worden berekend met het voor de overige belastingen geldende tarief. De tarieven van de belastingrente hebben sinds 2022 bedragen:
| Tijdvak | Belastingrente Vpb | Belastingrente overige belastingen |
| 2022 | 8% | 4% |
| eerste halfjaar 2023 | 8% | 4% |
| tweede halfjaar 2023 | 8% | 6% |
| 2024 | 10% | 7,5% |
| 2025 | 9% | 6,5% |
| vanaf 1 januari 2026 | 7,5% | 5% |
Belastingrente wordt in rekening gebracht over vennootschapsbelasting die is verschuldigd op aanslagen die worden opgelegd nadat 6 maanden zijn verstreken na afloop van het boekjaar. De belastingrente wordt berekend tot de laatste dag van de aan de aanslag verbonden betalingstermijn.
Uitspraak
Op de tegen de belastingrente ingediende (pro forma) bezwaren is door het Ministerie van Financiën de procedure voor massaal bezwaar van toepassing verklaard. Dat betekent dat het Ministerie binnenkort met één collectieve uitspraak al deze bezwaren gaat afdoen.
Vervolgens moet de berekende belastingrente nog worden verminderd en het teveel betaalde bedrag worden terugbetaald. Daarbij zullen alleen die beschikkingen belastingrente in aanmerking worden genomen, waartegen tijdig (binnen 6 weken na de dagtekening) bezwaar is ingediend. Hoe dit proces precies zal verlopen, zal de Belastingdienst nog bekend maken.
Andere belastingen
De Hoge Raad heeft ook aangegeven dat het tarief van de belastingrente voor overige belastingen niet onverbindend is. De (pro forma) bezwaren die inmiddels massaal zijn ingediend tegen de op andere belastingen in rekening gebrachte belastingrente zullen daarom worden afgewezen.