Het Kabinet heeft in een Kamerbrief gereageerd op een advies van de Stichting van de Arbeid over de vergoeding van reiskosten aan werknemers.
Wettelijk minimale reiskostenvergoeding?
Het Kabinet onderschrijft het uitgangspunt van de Stichting voor de Arbeid: reiskosten voor het werk horen tot de onkosten waarvoor de vergoeding goed moet zijn geregeld. Toch adviseert de Stichting om niet een wettelijke verplichting voor een minimale reiskostenvergoeding in het leven te roepen, maar het maken van afspraken over reiskosten(vergoedingen) aan de decentrale cao-tafels te laten.
Parkeerkosten
De Stichting adviseert om naast de onbelaste reiskostenvergoeding van € 0,23 per kilometer ook mogelijk te maken om parkeerkosten belastingvrij te vergoeden. Op dit moment worden alle met het reizen gemoeide kosten (dus ook tol-, veer- en parkeerkosten) geacht in de € 0,23 per kilometer te zijn begrepen.
Het Kabinet merkt op dat het de werkgever vrij staat om bovenop de € 0,23 per kilometer belastingvrije vergoedingen of verstrekkingen te doen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Dit kan een hogere kilometervergoeding zijn of een tegemoetkoming in de parkeerkosten.
Het Kabinet belooft om de parkeerkosten expliciet mee te nemen in de komende evaluatie van de reiskostenvergoeding.
Deelfietsen
De regels voor bijtelling voor het privégebruik van door werkgevers aan werknemers ter beschikking gestelde fietsen (7% van de waarde van de fiets) leidt tot onduidelijkheid voor hubfietsen, dienstfietsen, OV-fietsen en andere deelfietsen. Het Kabinet geeft aan dat het niet de bedoeling is om het gebruik van dergelijke fietsen te belasten. Dit zal in het Belastingplanpakket 2026 worden verduidelijkt.
Deelauto’s
Het Kabinet ziet geen reden om voor deelauto’s af te wijken van de bijtellingsregels. Deelauto’s worden onder andere beschikbaar gesteld in het kader van een mobiliteitsbudget. Voor deze auto’s gelden de bestaande fiscale regels voor door de werkgever ter beschikking gestelde auto’s.
