Wat moet ik doen naar aanleiding van de box 3-arresten?

Gepubliceerd op: 2 juli 2024

De recente ontwikkelingen rondom de box 3-arresten hebben veel belastingbetalers in Nederland aan het denken gezet. De arresten van de Hoge Raad en de daaropvolgende maatregelen hebben ingrijpende gevolgen voor spaarders en beleggers. In dit artikel bespreken we wat je als belastingbetaler moet doen naar aanleiding van deze arresten en hoe je je financiële situatie kunt aanpassen aan de nieuwe realiteit.

Wat zijn de box 3-arresten?

Box 3 gaat over het belasten van inkomsten uit vermogen. Dit omvat onder andere spaargeld, beleggingen, vorderingen en tweede woningen. In 2021 en 2024 heeft de Hoge Raad uitspraken gedaan waarin werd geoordeeld dat de manier waarop de Belastingdienst het rendement op vermogen in box 3 berekent, niet in lijn is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De kern van het probleem ligt in het feit dat de fictieve rendementen die de Belastingdienst hanteerde, hoger kunnen zijn dan het werkelijke rendement dat belastingbetalers op hun vermogen realiseren.

Wat zijn de gevolgen van de arresten?

De regering is gedwongen het box 3-stelsel te herzien en compensatieregelingen in te voeren voor de belastingbetalers die onevenredig zijn belast. Het kabinet heeft aangekondigd dat er een nieuw systeem komt, waarbij het werkelijke rendement wordt belast in plaats van een fictief rendement. Dit nieuwe systeem zal naar verwachting pas over enkele jaren volledig zijn ingevoerd (waarschijnlijk met ingang van 2027). In de tussentijd worden er tijdelijke regelingen getroffen om belastingbetalers tegemoet te komen.

Wat moet je nu doen?

1. Dien bezwaar in tegen recente definitieve aanslagen

Als je het niet eens bent met definitieve belastingaanslagen die je recent hebt ontvangen, kun je bezwaar indienen. De termijn hiervoor is kort (6 weken), dus zorg ervoor dat je dit tijdig doet. De Belastingdienst legt al geruime tijd geen definitieve aanslagen op, behalve wanneer er geen inkomen in box 3 in is begrepen of alleen inkomen uit banktegoeden. Tegen laatstgenoemde aanslagen moet binnen 6 weken bezwaar worden ingediend, maar weeg daarbij wel de te maken kosten af tegen het maximaal te realiseren belastingvermindering. Tegen voorlopige aanslagen kan op grond van de wet geen bezwaar worden ingediend.

2. Inventariseer het werkelijke rendement van je vermogen

De Belastingdienst heeft aangekondigd om door middel van een (digitaal?) formulier uit te vragen wat het daadwerkelijk behaalde rendement is waarmee naar uw mening rekening moet worden gehouden bij het opleggen van definitieve aanslagen inkomstenbelasting. Het is verstandig om dit formulier af te wachten, voordat je actie onderneemt jegens de Belastingdienst.

Uiteraard moet je het in het formulier opgegeven daadwerkelijke rendement kunnen onderbouwen. Met het oog daarop kun je dan ook alvast inventariseren welk daadwerkelijk rendement je met je vermogen hebt gerealiseerd in de diverse jaren. Houd daarbij wel rekening met een aantal instructies die de Hoge Raad daarvoor in de 6 en 13 juni-arresten heeft gegeven (zie onze artikelen Hoge Raad verwerpt forfaitaire heffing box 3 en Nog meer arresten over box 3).

3. Overweeg herstructurering van je vermogen

Met de aangekondigde veranderingen kan het verstandig zijn om je vermogen opnieuw te structureren. Dit kan betekenen dat je bijvoorbeeld meer gaat beleggen in producten die gunstiger worden behandeld onder de nieuwe regels, of juist je spaargeld anders inzet. Wellicht is het zinvol om een deel van je vermogen onder te brengen in een BV (of andere rechtspersoon).

Conclusie

De box 3-arresten kunnen een grote impact hebben op jouw fiscale positie. Maar aan de andere kant kan dit, door de instructies van de Hoge Raad aangaande de manier waarop het werkelijke rendement moet worden bepaald, ook tegenvallen. In elk geval wordt nooit meer inkomen belast dan het op grond van de geldende wet bepaalde forfaitaire rendement.

Andere artikelen

Wat is woon-werkverkeer?

Hof Den Haag heeft zich uitgelaten over de vraag wat in het kader van de loonbelasting moet worden verstaan onder woon-werkverkeer.