Hoge Raad verwerpt opnieuw forfaitaire heffing box 3

Gepubliceerd op: 6 juni 2024

De Hoge Raad heeft vanmorgen de langverwachte uitspraken gedaan in 5 arresten over box 3. Net als in het Kerstarrest van 2021 oordeelt de Hoge Raad dat de heffing over het forfaitair berekende inkomen in strijd is met het verdragsrecht indien het werkelijk rendement lager is. Dit geldt zowel voor de met ingang van 2023 van kracht geworden overbruggingswet als voor de herstelwet.

Rechtsherstel

De arresten hebben niet tot gevolg dat over het inkomen uit sparen en beleggen (box 3) geen inkomstenbelasting is verschuldigd. Belastingplichtigen die van mening zijn dat hun werkelijk behaald rendement in een jaar lager is dan het forfaitair berekende rendement, hebben recht op herstel in de vorm van een verlaging van de verschuldigde belasting. De Hoge Raad benadrukt dat het daarbij niet uitmaakt hoe groot het verschil is tussen het werkelijke rendement en het forfaitaire rendement. Wie een beroep doet op dit rechtsherstel moet de feiten stellen waaruit blijkt dat het werkelijk rendement lager is dan het forfaitaire rendement en dit desgevraagd ook aannemelijk kunnen maken.

Wij verwachten dat de Belastingdienst op korte termijn komt met het al aangekondigde formulier waarmee belastingplichtigen kunnen doorgeven welk werkelijk rendement ze hebben behaald met hun vermogen in box 3.

Werkelijk rendement

Cruciaal is uiteraard het antwoord op de vraag wat wordt verstaan onder het werkelijk rendement. De Hoge Raad geeft daarvoor in de arresten een aantal instructies. Het ligt voor de hand dat de concrete invulling van deze instructies zal worden voorgelegd aan de belastingrechter.

  • Het gehele vermogen van de belastingplichtige in box 3 moet in aanmerking worden genomen (ook de banktegoeden), niet enkel het rendement op bepaalde vermogensbestanddelen of -categorieën. Daarbij wordt het vermogen in aanmerking genomen dat een belastingplichtige gedurende een jaar heeft in box 3; niet enkel het vermogen op de peildatum (1 januari).
  • Van belang is het nominale rendement (er wordt geen rekening gehouden met inflatie).
  • Met het negatieve rendement in een jaar wordt geen rekening gehouden in jaren met een positief rendement (binnen een jaar worden positieve en negatieve rendementen wel met elkaar verrekend, doordat het werkelijke rendement wordt bepaald voor het totale vermogen in box 3).
  • Het rendement bestaat niet alleen uit de inkomsten die uit het vermogen worden getrokken (zoals rente, dividend en dergelijke), maar ook uit de waardemutaties, zowel positief als negatief en zowel gerealiseerd als ongerealiseerd.
  • Er wordt geen rekening gehouden met kosten, maar wel met de rente op schulden die tot box 3 behoren.

Wanneer het werkelijk rendement over het totale box 3 vermogen in een jaar hoger is dan het forfaitaire rendement, wordt uiteraard niet meer belast dan het forfaitaire rendement.

Wat kun (moet) je doen?

Voorlopige even niets. Dat kan ook niet. De Belastingdienst heeft namelijk voor de jaren 2021 tot en met 2023 geen definitieve aanslagen opgelegd wanneer je in box 3 overige bezittingen en/of schulden hebt aangegeven. Pas nadat de definitieve aanslag is opgelegd, staat de formele rechtsgang van bezwaar en beroep open.

De Belastingdienst zal waarschijnlijk komen met een mogelijkheid om aan hen door te geven welk daadwerkelijk rendement je in deze jaren met je vermogen in box 3 hebt behaald. Je kunt daarvoor natuurlijk wel al de informatie gaan verzamelen. Hoe de uitvraag van de informatie er vanuit de Belastingdienst precies uit gaat zien, is op dit moment nog niet bekend. Ook is nog niet bekend hoe de Belastingdienst de door de Hoge Raad omtrent de bepaling van het werkelijk rendement gegeven instructies in detail gaat toepassen.

Als je in box 3 uitsluitend banktegoeden hebt aangegeven, heeft de Belastingdienst wel definitieve aanslagen opgelegd (zie ons artikel RB adviseert pro forma bezwaar tegen box 3). De Hoge Raad overweegt dat van het forfait voor banktegoeden kan worden aangenomen dat het in de regel het werkelijke rendement op die tegoeden benadert. Daarmee lijkt de kans op succes van een bezwaarprocedure tegen deze aanslagen niet erg groot.

De arresten van de Hoge Raad hebben betrekking op de periode vanaf 2021. Voor de jaren 2017 tot en met 2020 moet de Hoge Raad zich nog buigen over de aangebrachte procedures.

Andere artikelen