Nog meer arresten over box 3

Gepubliceerd op: 14 juni 2024

Vandaag heeft de Hoge Raad nog eens 4 arresten gewezen over box 3. Deze arresten borduren voort op de arresten die de Hoge Raad vorige week heeft gewezen (de “6-juni-arresten”).

In ons artikel van vorige week beschrijven we dat de Hoge Raad (opnieuw) heeft geoordeeld dat de bepaling van het inkomen uit sparen en beleggen (box 3) in strijd is met Europese regelgeving (met name het ERVM) en dat dit ook zo is onder de herstelwet en de overbruggingswet. De belasting mag maximaal worden berekend over het daadwerkelijk met het totale box 3-vermogen behaalde rendement. En voor de bepaling van het werkelijk rendement heeft de Hoge Raad een aantal instructies gegeven.

In de nieuwe arresten bevestigt de Hoge Raad uiteraard wat in haar 6-juni-arresten is beslist. Daarnaast wordt een deel van de instructies over de bepaling van het daadwerkelijk rendement bevestigd:

  • ongerealiseerde waardestijging van vastgoed moet worden meegenomen;
  • met het heffingvrije vermogen wordt geen rekening gehouden;
  • met kosten van vastgoed wordt geen rekening gehouden;
  • de vraag of het eigen gebruik van in Frankrijk gelegen vastgoed terecht op nihil is gewaardeerd, wordt door de Hoge Raad niet beantwoord in verband met gebrek aan belang.

Ten aanzien van de vaststelling van het werkelijk rendement van een woning bepaalt de Hoge Raad dat de waarde van de woning aan het begin en aan het eind van een jaar moet worden bepaald op basis van de Wet WOZ.

Je vindt de arresten van de Hoge Raad van 14 juni 2024 hier:

Andere artikelen

Wat is woon-werkverkeer?

Hof Den Haag heeft zich uitgelaten over de vraag wat in het kader van de loonbelasting moet worden verstaan onder woon-werkverkeer.