02-12-2020

Vaststelling NOW 1.0 (update 23 februari 2021)

Deze infosheet is ook beschikbaar in pdf-format.

Informatie over de werking van de NOW-regelingen vind je in onze factsheet Noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud (NOW)

 

 

Voor alle ondernemers die bij het UWV een aanvraag hebben ingediend voor de Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid 1.0 (NOW 1.0) is het tijd (om de voorbereidingen te treffen) voor het vaststellen van de eindafrekening. Vanaf 7 oktober 2020 is de inlevertermijn gestart voor het vaststellen van de eindafrekening van de NOW 1.0.

Inlevertermijnen

De termijn voor het indienen van het verzoek om vaststelling van NOW-1 eindigt op 31 oktober 2021.

Vaststelling NOW-1

De ondernemer kan met behulp van een aanvraagformulier die beschikbaar is gesteld op de site van het UWV de aanvraag tot vaststelling indienen. Bij de aanvraag tot vaststellingen zijn de volgende gegevens van belang:

  • de bedrijfsgegevens: naam, adres, telefoonnummer, e-mail, KvK-nummer, gegevens contactpersoon;
  • het loonheffingsnummer waarvoor de NOW-1 regeling is aangevraagd;
  • het werkelijke percentage van het omzetverlies in de periode waarvoor de NOW-1 regeling is aangevraagd;
  • het rekeningnummer en de tenaamstelling;
  • een kopie van het bankafschrift;
  • afhankelijk van de hoogte van het voorschotbedrag en het definitieve vaststellingsbedrag kan een derdenverklaring of een accountantsverklaring vereist zijn.

 

Het UWV en het Ministerie van SZW hebben onderscheid gemaakt in de volgende 7 situaties:

  1. Voorschotbedrag: : < € 20.000 en vaststellingsbedrag: < € 25.000:

In deze gevallen kan de ondernemer volstaan met het indienen van een afrekening. Bij deze afrekening hoeft de ondernemer geen derdenverklaring of accountantsverklaring in te dienen.

  1. Voorschotbedrag: € 20.000 en < € 100.000 en/of vaststellingsbedrag: € 25.000 en < € 125.000:

In deze gevallen dient de ondernemer samen met de afrekening een derdenverklaring in te dienen.

  1. Voorschotbedrag: € 100.000 en < € 375.000 en/of vaststellingsbedrag: € 125.000 en < € 375.000 én de onderneming is niet controleplichtig:

In deze gevallen is bij het indienen van de afrekening een samenstelverklaring van de accountant vereist.

  1. Voorschotbedrag: € 100.000 en < € 375.000 en/of vaststellingsbedrag: € 125.000 en < € 375.000 én de onderneming is wel controleplichtig:

In deze gevallen is bij het indienen van de afrekening een controleverklaring met beperkte mate van zekerheid van de accountant vereist.

  1. Voorschotbedrag: € 375.000 en/of vaststellingsbedrag: € 375.000 én de onderneming is niet controleplichtig:

Ook in deze gevallen is een controleverklaring met beperkte mate van zekerheid van de accountant vereist.

  1. Voorschotbedrag: € 375.000 en/of vaststellingsbedrag: € 375.000 én de onderneming is wel controleplichtig:

In deze gevallen is een controleverklaring met redelijke mate van zekerheid van de accountant vereist.

  1. De onderneming is onderdeel van een groep/concern, maar heeft een aanvraag gedaan op werkmaatschappij-niveau én het voorschot bedrag: < € 20.000 en vaststellingsbedrag: < € 25.000:

Ook in deze gevallen is een controleverklaring met redelijke mate van zekerheid van de accountant vereist.

Bovenstaande brengt met zich mee dat de accountant de diepgang en de omvang van de uit te voeren werkzaamheden zal bepalen op basis van de vereiste verklaring bij de NOW-1 vaststelling. Hierbij geldt dat bij een controleverklaring met redelijke mate van zekerheid de accountant veel diepgang en veel (aanvullende) werkzaamheden zal moeten gaan verrichten. Bij de andere verklaringen zullen de werkzaamheden van de accountant ook omvangrijk zijn, maar wel in mindere mate en met minder diepgang.

Uit te voeren werkzaamheden door de accountant

De (aanvullende) accountantswerkzaamheden ten behoeve van de samenstellings- en controleverklaringen zijn voor gedefinieerd op basis van een accountantsprotocol behorende bij de NOW 1.0.  De (aanvullende) werkzaamheden ten aanzien van de derdenverklaring zijn eveneens voor gedefinieerd en integraal opgenomen in de derdenverklaring.

Deze (aanvullende) werkzaamheden richting zich op de diverse onderdelen van de vaststelling. Deze onderdelen zijn de volgende.

  • Onderdeel niveau groeps-/werkmaatschappij – de accountant dient o.a. op basis van aanvullende werkzaamheden vast te stellen dat:
    • op het juiste groeps-/werkmaatschappij niveau de vaststelling wordt ingediend;
    • indien er sprake is van een aanvraag op groepsniveau de juiste entiteiten meegenomen zijn in de vaststelling.
  • Onderdeel omzet referentieperiode[1] – de accountant dient o.a. op basis van aanvullende werkzaamheden vast te stellen dat:
    • de juiste opbrengstcategorieën meegenomen zijn in de omzet van de referentieperiode;
    • de afgrenzing van de omzet van de referentieperiode juist heeft plaatsgevonden;
    • de omzet van de referentieperiode juist is berekend.
  • Onderdeel omzet meetperiode[2] – de accountant dient o.a. op basis van aanvullende werkzaamheden vast te stellen dat:
    • de omzet van de meetperiode berekend is op basis van consistente toepassing van gehanteerde grondslagen voor de waardering en resultaatbepaling;
    • de juiste opbrengstcategorieën meegenomen zijn in de omzet van de meetperiode;
    • de afgrenzing van de omzet van de meetperiode juist heeft plaatsgevonden;
    • de omzet van de meetperiode juist is berekend.
  • Onderdeel loonsom – de accountant dient o.a. op basis van aanvullende werkzaamheden vast te stellen dat:
    • de loonsom aansluit met de loonadministratie;
    • de loonsom daadwerkelijk is uitbetaald aan de werknemers;
    • er geen sprake is van gefungeerde/fictieve dienstbetrekkingen.

Omzetbegrip op basis van NOW 1.0

Eén van de complexe onderdelen van de regeling is dat de NOW 1.0 regeling een ruimer omzetbegrip definieert dan de omzet die jaarlijks wordt gepresenteerd in de jaarrekening/jaarcijfers. Op basis van artikel 1 lid 2 van de NOW 1.0-regeling vallen alle baten die voortkomen uit de uitvoering van normale bedrijfsactiviteiten van een organisatie, ook als deze gewoonlijk met een andere term dan omzet worden aangeduid, onder omzet in de zin van deze regeling. Voorbeelden hiervan zijn ontvangen ziekengelduitkeringen, loonkostensubsidies en omzetbonussen.

Dit betekent dat de omzet op basis van dit omzetbegrip voor zowel de referentieperiode als voor de meetperiode bepaald moet worden en afwijkt van de omzet zoals normaal wordt gepresenteerd in de jaarrekening of tussentijdse cijfers.

Bepaling/afgrenzing van de omzet

Ook moet door de accountant aandacht worden besteed aan een adequate afgrenzing van de omzet. Dit betekent dat de omzet in de juiste periode moet worden verantwoord. Hiervoor moeten aanvullende werkzaamheden worden verricht ten aanzien van de opgenomen posities van onderhanden projecten en/of de nog te factureren en/of vooruit gefactureerde omzet. Dit geldt voor de afgrenzing van de referentieperiode en bij aanvang en einde van de meetperiode. Subsidies zoals TVL, TOGS en TOZO worden toegerekend aan de meetperiode, waarbij rekening moet worden gehouden met de periode waarvoor deze zijn ontvangen.

Omzet binnen een groep/concern

Is de ondernemer onderdeel van een groep/concern (en de NOW is op concernniveau aangevraagd),  dan moet de omzet van de gehele groep meegenomen worden. Omzet door transacties tussen de diverse ondernemingen binnen een groep/concern worden daarbij geëlimineerd. Omzet van gelieerde ondernemingen in het buitenland tellen enkel mee als daar Nederlands SV-loon wordt betaald.

Nihil vaststelling

De ondernemer die heeft vastgesteld dat op basis van de gerealiseerde cijfers achteraf bezien geen recht bestaat op de NOW-1 regeling kan dit kenbaar maken door een nihil vaststelling in te dienen. In die gevallen hoeft de ondernemer geen aanvullende (accountants)verklaring te overleggen en moet het volledige voorschot aan het UWV worden terugbetaald.  Uiteraard is het van belang om eerst goed na te gaan of een nihil vaststelling juist is. Anders zou de ondernemer ten onrechte afzien van de tegemoetkoming op basis van de NOW-1.0 regeling.

Geen vaststelling

Indien de ondernemer geen of niet tijdig een aanvraag indient bij het UWV voor het vaststellen van de NOW 1.0-regeling dan gaat het UWV ervan uit dat de ondernemer geen recht heeft op de NOW 1.0-regeling. De ondernemer moet dan het volledige voorschot terugbetalen.

Controle en afwikkeling UWV

Indien de ondernemer op basis van de hoogte van het voorschot en de hoogte van de definitieve vaststelling geen derdenverklaring of accountantsverklaring hoeft in te dienen, zal de beoordeling van de vaststelling geschieden door het UWV.

Indien de ondernemer bij het vaststellen van de NOW 1.0-regeling wel een derdenverklaring of accountantsverklaring moet indienen, zal het UWV de vaststelling beoordelen inclusief de derdenverklaring of de accountantsverklaring. Indien gewenst kan het UWV om aanvullende gegevens vragen.

Het UWV stelt tevens de afwijking vast tussen de uitbetaalde voorschotten en de definitieve vaststelling. Heeft de ondernemer teveel NOW ontvangen dan moet de ondernemer dit terugbetalen. Heeft de ondernemer te weinig ontvangen, dan ontvangt de ondernemer het resterende bedrag alsnog. Het UWV streeft er naar om de ondernemer zo spoedig mogelijk de definitieve tegemoetkoming te sturen. Hierbij geldt als uiterste datum: 52 weken na het indienen van de vaststellingsaanvraag.

Op het moment dat de NOW 1.0 definitief is vastgesteld door het UWV middels een beschikking en er dient een bedrag van de NOW terugbetaald te worden, dan dient dit binnen zes weken te gebeuren (binnen zes weken na de UWV-vaststellingsbeschikking).

Lukt het niet binnen zes weken dan dient contact opgenomen te worden met het UWV en kan het UWV een betalingsregeling treffen van 12 maanden en in uiterste gevallen zelfs nog langer.

 

 

 

Deze notitie is bedoeld om een regeling in grote lijnen uiteen te zetten. Met het oog op de leesbaarheid zijn zaken daarom vereenvoudigd weergegeven. VWG is daarom niet aansprakelijk voor de gevolgen van handelingen die naar aanleiding van deze notitie wel of niet zijn uitgevoerd.

 

 

[1] De omzet van de referentieperiode betreft ¼ deel van de omzet van 2019. Is de onderneming gestart na 1 januari 2019 en/of is er sprake van een gebroken boekjaar, dan gelden aanvullende regels voor het bepalen van de referentieomzet.

[2] De omzet van de meetperiode betreft de omzet in de drie aaneengesloten maanden waarvoor de ondernemer de NOW 1.0 heeft aangevraagd.