12-02-2021

Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW) – update 23 februari 2021

Deze factsheet is ook beschikbaar in pdf-format.

Lees ook onze infosheet over de vaststelling van NOW 1.0: Vaststelling NOW 1.0.

 

In het kader van de bestrijding van de economische gevolgen van de coronacrisis heeft de Regering subsidieregelingen ingesteld, die er met name op zijn gericht dat ondernemers hun personeel in dienst kunnen houden. Het gaat om de Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW).

De als eenvoudig en robuust aangekondigde en ingestoken regelingen zijn inmiddels toch redelijk complex geworden. Deze factsheet schetst de belangrijkste elementen van de regelingen, maar biedt helaas geen plaats voor alle details en nuanceringen. Neem daarvoor contact op met de adviseurs van VWG.

3 openstellingen, 5 subsidieperioden

De regeling is inmiddels 3 keer opengesteld. De subsidieperioden zijn:

  • NOW-1: de maanden maart, april en mei 2020;
  • NOW-2: de maanden juni, juli, augustus en september 2020;
  • NOW-3: oktober, november en december 2020
  • NOW-4: januari, februari en maart 2021
  • NOW-5: april, mei en juni 2021.

Ondernemers kunnen, mits ze uiteraard aan alle voorwaarden voldoen, voor alle subsidieperioden onafhankelijk van elkaar wel of niet een aanvraag indienen.

De insteek is dat de regeling per 1 juli 2021 eindigt. Ondernemers moeten vanaf dat moment weer op eigen benen staan en hun bedrijf hebben aangepast aan de nieuwe economische werkelijkheid.

Voorwaarden

De voorwaarden om NOW-subsidie te ontvangen luiden:

  • het omzetverlies moet 20% of meer bedragen (NOW-5: 30%);
  • het loon van de betrokken werknemers wordt volledig aan hen doorbetaald (als dit niet gebeurt, wordt de subsidie gekort; zie hierna, in NOW-3/4/5 is een beperkte daling van de loonsom toegestaan);
  • tussen 17 maart en 31 mei 2020 (voor NOW-2: 1 juni 2020 en 30 september 2020) worden geen werknemers ontslagen om bedrijfseconomische redenen (voor werknemers die toch worden ontslagen, wordt de subsidie gekort; zie hierna);

in NOW-3/4/5 vervalt deze voorwaarde;

  • de subsidie wordt uitsluitend aangewend voor de betaling van loonkosten;
  • de personeelsvertegenwoordiging wordt over de subsidieaanvraag geïnformeerd;
  • er wordt een controleerbare administratie gevoerd;
  • de loonaangiften worden ingediend uiterlijk op de daarvoor voorgeschreven momenten;
  • de werkgever meldt onverwijld schriftelijk aan het UWV wanneer zich omstandigheden voordoen die van belang zijn voor de subsidie;
  • bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt (indien vereist; zie hierna) een accountantsverklaring of een verklaring van een derde-deskundige overlegd;
  • als aan de werkgever een loonkostensubsidie is verleend, informeert de werkgever de gemeente over de NOW-subsidie;
  • tot 5 jaar na vaststelling van de subsidie wordt door de werkgever meegewerkt aan onderzoek gericht op het verschaffen van inlichtingen die van belang zijn voor de vaststelling van de rechtmatigheid van de subsidie of de ontwikkeling van het beleid.

In het kader van NOW-2 zijn de volgende voorwaarden toegevoegd:

  • een verklaring dat over 2020 geen dividend of bonussen zullen worden uitgekeerd en geen aandelen worden ingekocht (alleen voor aanvragers voor wie een accountantsverklaring is vereist; zie hierna);

dit geldt ook voor NOW-3/4/5 en in het kader van tranche NOW-4/5 geldt dit ook voor uitkeringen over 2021;

  • een inspanningsverplichting om werknemers te stimuleren om aan bij- of omscholing te doen.

Onder NOW-3/4/5 wordt hier aan toegevoegd de sanctie die inhoudt een korting van 5% op het subsidiebedrag wanneer de werkgever, die ontslag aanvraagt om bedrijfseconomische redenen, geen contact met het UWV heeft gezocht in het kader van begeleiding van werk naar werk.

Subsidiebedrag

Het subsidiebedrag wordt in NOW-1 en NOW-2 als volgt bepaald:

omzetverlies x 90% x loonsom.

 

In NOW-3 is de subsidie van 90% afgebouwd naar 80%.

Voor NOW-4 is de subsidie weer opgehoogd naar 85%.

Voor NOW-5 staat de subsidie (vooralsnog) op 60%.

 

Tegenover het lagere subsidiepercentage is er de mogelijkheid om de loonsom te laten dalen, zonder dat dit ten koste van de subsidie gaat. De loonsom mag dalen met:

  • NOW-3/4: 10%;
  • NOW-5: 20%.

Als de loonsom meer is gedaald dan voornoemd percentage, wordt de subsidie lager vastgesteld op het teveel gedaalde deel.

Referentieperiode voor de loonsom

De referentieperiode voor de loonsom is:

  • voor NOW-1: de maand januari 2020;
  • voor NOW-2: de maand maart 2020;
  • voor NOW-3/4/5: de maand juni 2020.

 

De loonsom in de referentiemaand wordt vermenigvuldigd met 3 (NOW-1 en NOW-3/4/5) en 4 (NOW-2) (omdat de subsidie 3, respectievelijk 4 maanden betreft) en met een opslag van 30% (in NOW-2 en NOW-3/4/5 wordt deze opslag verhoogd naar 40%). Met deze opslag worden met name de werkgeverslasten gedekt (inclusief pensioenpremies).

In NOW-5 (april, mei en juni 2021) wordt het maximaal te vergoeden loon per werknemer verlaagd van 2 keer het dagloon (€ 9.691 per maand) naar 1 keer het dagloon (€ 4.845 per maand).

Loonsom

Voor de loonsom wordt gekeken naar het loon voor de sociale verzekeringen (het SV-loon). Voor werknemers die niet verzekerd zijn voor de sociale verzekeringen (zoals veel DGA’s) kan daarom geen NOW-subsidie worden verkregen.

De loonsom wordt door het UWV, zowel voor de referentieperiode als voor de subsidieperiode, ontleend aan de polisadministratie. Deze informatie wordt bijgewerkt op basis van de ingediende aangiften loonheffingen:

  • voor de loonsom van januari 2020: tot en met 15 maart 2020;
  • voor de loonsom van maart 2020: tot en met 15 mei 2020;
  • voor de loonsom van juni 2020: tot en met 15 augustus 2020.

De hoogte van deze loonsommen kan derhalve door de aanvrager niet (meer) worden beïnvloed.

De loonsommen van april en mei 2020 (van belang in het kader van de seizoenregeling; zie hierna) worden bijgewerkt tot en met 19 juni 2020, met dien verstande dat deze loonsommen worden gemaximeerd op de loonsom van maart 2020.

Bij de vaststelling van de subsidie (dus niet bij de berekening van het voorschot) zal het UWV extra periode salaris (zoals een 13e maand) uit de loonsom filteren. Dit gebeurt zowel in de referentieperiode als in de subsidieperiode.

Seizoenwerk

In plaats van de loonsom van januari 2020 wordt de loonsom van maart tot en met mei 2020 als uitgangspunt genomen indien:

  • de loonsom van maart tot en met mei 2020;
  • hoger is dan 3 maal de loonsom van januari 2020.

Met deze regeling wordt in het kader van NOW-1 tegemoetgekomen aan seizoenbedrijven, voor wie de loonsom van januari niet representatief is. Maar de regeling geldt voor alle bedrijven die voldoen aan bovenstaande voorwaarde (bijvoorbeeld wanneer na januari 2020 het personeelsbestand is uitgebreid).

Met deze aangepaste loonsom wordt geen rekening gehouden bij het vaststellen van het voorschot, maar enkel bij de vaststelling van de subsidie. Voor zover een aanvullende tegemoetkoming ontstaat, wordt deze eerst uitbetaald na afloop van de subsidieperiode.

Naast de regeling voor seizoenwerk zijn er specifieke regels voor het bepalen van de loonsom bij startende ondernemingen en bij ondernemingen die van samenstelling zijn veranderd (door fusie, splitsing en dergelijke).

Omzetverlies

Het omzetverlies wordt berekend door de omzet in de referentieperiode af te zetten tegen:

  • NOW-1: 1/4e van de jaaromzet in 2019;
  • NOW-2: 1/3e van de jaaromzet in 2019;
  • NOW-3/4/5: 1/4e van de jaaromzet in 2019.

 

De referentieperiode voor het omzetverlies is:

  • in NOW-1: maart, april en mei 2020, met de mogelijkheid om te kiezen voor:
    • april, mei en juni 2020; of
    • mei, juni en juli 2020.
  • in NOW-2: juni, juli, augustus en september 2020, met de mogelijkheid om te kiezen voor:
    • juli, augustus, september en oktober 2020 of;
    • augustus, september, oktober en november 2020;

LET OP: de referentieperiode van NOW-2 moet aansluiten bij die van NOW-1;

  • in NOW-3: oktober, november en december 2020, met de mogelijkheid om te kiezen voor:
    • november, december 2020 en januari 2021 of;
    • december 2020 en januari, februari 2021;

LET OP: de referentieperiode van NOW-3 moet aansluiten bij die van NOW-2;

  • in NOW-4: januari, februari en maart 2021, met de mogelijkheid om te kiezen voor:
    • februari, maart en april 2021 of;
    • maart, april en mei 2021;

LET OP: de referentieperiode van NOW-4 moet aansluiten bij die van NOW-3;

  • in NOW-5: april, mei en juni 2021, met de mogelijkheid om te kiezen voor:
    • mei, juni en juli 2021 of;
    • juni, juli en augustus 2021;

LET OP: de referentieperiode van NOW-5 moet aansluiten bij die van NOW-4.

 

De keuze voor de referentieperiode wordt definitief gemaakt bij de aanvraag van het voorschot op de NOW-subsidie en kan later niet meer worden herzien.

Ongeacht de referentieperiode wordt de loonsom bepaald over de hiervoor onder het kopje 3 openstellingen, 5 subsidieperioden vermelde perioden.

Wel keuze referentieperiode: intrekken

De referentieperiode hoeft niet aan te sluiten bij die van het vorige tijdvak, indien de aanvraag van de NOW-subsidie van het vorige tijdvak door de aanvrager tijdig is ingetrokken. Tijdig houdt in:

  • voor NOW-1/2/3: vóórdat de aanvraag voor de nieuwe subsidieperiode werd gedaan;
  • voor NOW-4: vóór 15 februari 2021;
  • voor NOW-4: vóór 1 april 2021.

LET OP: het intrekken van de subsidie-aanvraag betekent dat de subsidie wordt vastgesteld op nihil en alle voor de betreffende subsidieperiode ontvangen voorschotten volledig moeten worden terugbetaald.

Omzet

Voor de definitie van het begrip omzet wordt aangesloten bij het jaarrekeningrecht: de opbrengst uit levering van goederen en diensten uit het bedrijf, onder aftrek van kortingen en dergelijke en van over de omzet geheven belasting.

Subsidies die ondernemers in het kader van de coronacrisis ontvangen (TOGS, TVL, continuïteitsbijdrage zorg, beschikbaarheidsvergoeding OV en tegemoetkoming sierteelt en voedingstuinbouw) worden meegeteld als omzet. De NOW-subsidie zelf wordt niet gezien als omzet.

Bij werkgevers waar het normale omzetbegrip niet goed toepasbaar is (bijvoorbeeld in de non-profit), worden de baten en lasten uit de normale activiteiten voor de NOW gezien als omzet. Voorbeelden zijn uitkeringen, subsidies, renteopbrengsten en bijdragen vanuit een overheidsinstelling of andere opbrengsten, zoals giften of declaraties vanuit zorgverzekeraars. Voor zover deze baten betrekking hebben op een langer tijdvak, moeten de inkomsten voor de NOW-regeling naar rato worden toegedeeld.

Concernregeling

Wanneer sprake is van een groep van rechtspersonen of van dochtermaatschappijen (samengevat in het begrip concern) moet het omzetverlies voor het hele concern worden bepaald. Voor het hele concern geldt tevens dezelfde referentieperiode voor de bepaling van het omzetverlies.

Dit omzetverlies moet vervolgens worden gehanteerd voor alle aanvragen van onderdelen van het concern. De aanvraag kan niet voor het concern als geheel worden gedaan, per loonheffingennummer moet apart een aanvraag worden ingediend.

Uitzondering op de concernregeling

Wanneer het omzetverlies van het concern minder bedraagt dan 20% (NOW-5: 30%) komt het gehele concern niet in aanmerking voor NOW-subsidie. Ook niet de afzonderlijke concernvennootschap, met een omzetverlies van meer dan 20%/30%.

Een afzonderlijke concernvennootschap kan toch zelfstandig een beroep op NOW-subsidie doen indien:

  • het omzetverlies van alleen die vennootschap 20% (NOW-1/2/3/4), cq. 30% (NOW-5) of meer bedraagt;
  • het concern verklaart geen dividenden of bonussen uit te keren en geen aandelen in te kopen;
  • de werkmaatschappij een overeenkomst sluit met de werkgeversvertegenwoordiging over werkbehoud;
  • de activiteiten van de concernvennootschap niet voor 50% of meer bestaan uit het binnen de groep ter beschikking stellen van personeel.

Tevens gelden de volgende controlewaarborgen:

  • andere concernvennootschappen mogen geen opdrachten of projecten uitvoeren die ten koste gaan van de subsidie vragende entiteit;
  • als werknemers activiteiten uitvoeren bij andere concernonderdelen, moet de daaruit voortvloeiende omzet worden toegerekend aan de subsidie vragende entiteit;
  • het transferpricingsysteem van 2019 moet ook in 2020 worden gehanteerd (voor NOW-3/4/5: het transferpricingsysteem dat is gehanteerd in de laatste vóór 1 oktober 2020 vastgestelde jaarrekening);
  • de mutaties van voorraad gereed product worden toegerekend aan de omzet.

Het beroep op de uitzondering op de concernregeling moet bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie worden gedaan.

Voorschot

Op basis van de aanvraag wordt een voorschot vertrekt ter grootte van 80% van het te verwachten subsidiebedrag.

Dit voorschot wordt in het algemeen snel na het indienen van de aanvraag uitgekeerd. Uitkering van het voorschot geschied:

  • in NOW-1 in (maximaal) 3 termijnen;
  • in NOW-2 in (maximaal) 2 termijnen.
  • in NOW-3/4/5: voor elke afzonderlijk tranche in (maximaal) 3 termijnen.

Vaststelling

Na het einde van de subsidieperiode moet de aanvrager een verzoek doen tot vaststelling van de subsidie.

Het verzoek om vaststelling kan worden gedaan:

  • voor NOW-1: vanaf 7 oktober 2020;
  • voor NOW-2: vanaf 15 maart 2021;
  • voor NOW-3: vanaf 4 oktober 2021;
  • voor NOW-4/5: vanaf 31 januari 2022.

De termijn voor vaststelling van de subsidie eindigt:

  • voor NOW-1: op 31 oktober 2021.
  • voor NOW-2: op 5 januari 2022;
  • voor NOW-3: op 26 juni 2022;
  • voor NOW-4/5: op 23 oktober

De subsidie wordt binnen 52 weken na ontvangst van het verzoek tot vaststelling definitief door het UWV vastgesteld.

Vaststellingsverzoek te laat = geen subsidie!

Het niet of niet op tijd indienen van het verzoek om vaststelling van de subsidie heeft tot gevolg dat het UWV de subsidie vaststelt op nihil. Het volledige ontvangen voorschot met dan worden terugbetaald.

Berekening bij vaststelling subsidie

Bij de vaststelling van de subsidie worden op het bij de aanvraag bepaalde subsidiebedrag een aantal bedragen in mindering gebracht. De wijze van berekenen van deze vermindering verschilt per afzonderlijke subsidieperiode.

Deze berekening kan er toe leiden dat de definitieve subsidie wordt vastgesteld op een negatief bedrag. Dan moet, naast het voorschot, ook het negatieve bedrag op de afrekening worden betaald.

Doelmatigheidsmarge: € 500

Wanneer het UWV concludeert dat het definitieve subsidiebedrag lager is dan het voorschot, zal dit bedrag worden teruggevorderd. Bedragen tot € 500 worden niet teruggevorderd. Maar aanvullende subsidiebedragen tot € 500 worden door het UWV ook niet uitbetaald.

Als een bedrag is verschuldigd, moet dit bedrag binnen 6 weken worden betaald. Voor ondernemers voor wie dat een probleem is, zal het UWV een betalingsregeling aanbieden, die inhoudt betaling in 12 maandelijkse termijnen. Wanneer ook dat niet haalbaar is, kan met het UWV een individuele betalingsregeling worden afgesproken.

Kortingen

Bij de definitieve vaststelling van de NOW-subsidie zijn het daadwerkelijke omzetverlies en de daadwerkelijke loonsom leidend.

Uitgangspunt bij de definitieve vaststelling is echter de berekening van het voorschot. Op de uitkomst van deze berekening worden kortingen aangebracht in verband met:

  • door het UWV over het aangiftetijdvak uitbetaalde uitkeringen, voor zover die in de loonsom zijn begrepen;
  • 150% van de loonsom van werknemers die zijn ontslagen op bedrijfseconomische gronden;
    • In NOW-2 wordt deze korting verlaagd naar 100%, aangevuld met een vermindering van de subsidie met 5% indien 20 of meer werknemer worden ontslagen (met de mogelijkheid om deze vermindering te voorkomen).
    • In NOW-3/4/5 wordt deze korting losgelaten.
  • uitbetaalde vakantiebijslag
  • als de vakantiebijslag tegelijk met het salaris wordt uitbetaald, wordt de factor 0,926 gehanteerd;
  • de omstandigheid dat de daadwerkelijke loonsom lager is dan 3 maal de loonsom van januari (of maart) 2020.

Deze kortingen kunnen in de praktijk tot niet direct verwachte resultaten leiden. Het is daarom zaak te monitoren welke gevolgen de financiële ontwikkelingen in de onderneming hebben voor de (te verwachten) omvang van de NOW-subsidie.

Aanvraag

NOW-subsidie wordt aangevraagd bij het UWV.

  • De aanvraag voor NOW-4 kan worden gedaan van 15 februari 2021 tot 14 maart 2021.
  • De aanvraag voor NOW-5 kan worden gedaan van 17 mei 2021 tot 13 juni 2021.

NOW-1/2/3 kan niet meer worden aangevraagd.

Bij de aanvraag moeten de volgende gegevens worden aangereikt:

  • het loonheffingennummer;
  • het procentuele verwachte omzetverlies;
  • de referentieperiode (zie hiervoor);
  • het rekeningnummer waarvan de werkgever de loonheffingen betaald.

De loonsom hoeft niet te worden aangereikt. Deze informatie ontleent het UWV aan haar polisadministratie.

Accountantsverklaring

Bij het verzoek om vaststelling van de subsidie moet een accountantsverklaring worden overlegd indien:

  • het voorschot op de subsidie € 100.000 of meer bedraagt, of;
  • de afrekening € 125.000 of meer bedraagt.

Deze drempels gelden uiteraard niet per loonheffingennummer maar voor alle loonheffingennummers waarvoor een ondernemer NOW-subsidie heeft aangevraagd. En in het geval van een concern voor het volledige concern.

Een groepsvennootschap die gebruik heeft gemaakt van de uitzondering op de concernregeling (zie hiervoor) moet, onafhankelijk van de hoogte van de (te) ontvangen NOW-subsidie, een accountantsverklaring aanreiken.

Verklaring derde-deskundige

Bij het verzoek om vaststelling van de subsidie moet een verklaring van een derde-deskundige worden overlegd indien:

  • geen verplichting bestaat tot het overleggen van een accountantsverklaring, en;
  • het voorschot € 20.000 of meer bedraagt, of;
  • de afrekening € 25.000 of meer bedraagt.

Derde-deskundigen zijn:

  • boekhouders en administratiekantoren;
  • belastingdeskundigen of belastingadvieskantoren;
  • brancheorganisaties en accountants.

Werkgevers die niet meer voldoen aan de voorwaarden van de regeling moeten hun gehele voorschot terugbetalen. Zij hoeven geen accountantsverklaring of verklaring van een derde-deskundige (zie hierna) in te leveren bij hun verzoek om vaststelling van de subsidie. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer blijkt dat geen 20% aan omzetverlies is geleden.

Ook ondernemers die vrijwillig volledig afzien van de NOW-subsidie hoeven geen verklaring in te leveren.

Voor ondernemers die vrijwillig afzien van een deel van de NOW-subsidie gelden de verplichtingen omtrent de verklaringen onverkort.

 

 

 

Deze notitie is bedoeld om een regeling in grote lijnen uiteen te zetten. Met het oog op de leesbaarheid zijn zaken daarom vereenvoudigd weergegeven. VWG is daarom niet aansprakelijk voor de gevolgen van handelingen die naar aanleiding van deze notitie wel of niet zijn uitgevoerd.