05-10-2020

Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW) – update 28 oktober 2020

Deze factsheet is ook beschikbaar in pdf-format.

 

 

In het kader van de bestrijding van de economische gevolgen van de coronoacrsis heeft de Regering subsidieregelingen ingesteld, die er met name op zijn gericht dat ondernemers hun personeel in dienst kunnen houden. Het gaat om de Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW).

De als eenvoudig en robuust aangekondigde en ingestoken regelingen zijn inmiddels toch redelijk complex geworden. Deze factsheet schetst de belangrijkste elementen van de regelingen, maar biedt helaas geen plaats voor alle details en nuanceringen. Neem daarvoor contact op met de adviseurs van VWG.

3 tranches

Inmiddels is duidelijk dat van de regeling 3 tranches worden opengesteld. De subsidieperioden zijn voor:

  • NOW-1: de maanden maart, april en mei 2020;
  • NOW-2: de maanden juni, juli, augustus en september 2020;
  • NOW 3: de maanden oktober 2020 tot en met juni 2021, verdeeld in 3 afzonderlijke tijdvakken:
    • tijdvak a: oktober, november en december 2020
    • tijdvak b: januari, februari en maart 2021
    • tijdvak c: april, mei en juni 2021.

Ondernemers kunnen, mits ze uiteraard aan alle voorwaarden voldoen, voor alle tranches onafhankelijk van elkaar wel of niet een aanvraag indienen (dat geldt ook voor elk afzonderlijke tijdvak van NOW-3).

De insteek is dat de regeling per 1 juli 2021 eindigt. Ondernemers moeten vanaf dat moment weer op eigen benen staan en hun bedrijf hebben aangepast aan de nieuwe economische werkelijkheid.

Voorwaarden

De voorwaarde om NOW-subsidie te ontvangen luiden:

  • het omzetverlies moet 20% of meer bedragen (in tranche b en c van NOW-3: 30%);
  • het loon van de betrokken werknemers wordt volledig aan hen doorbetaald (als dit niet gebeurt, wordt de subsidie gekort; zie hierna, in NOW-3 is een beperkte daling van de loonsom toegestaan);
  • tussen 17 maart en 31 mei 2020 (voor NOW-2: 1 juni 2020 en 30 september 2020) worden geen werknemers ontslagen om bedrijfseconomische redenen (voor werknemers die toch worden ontslagen, wordt de subsidie gekort; zie hierna, in NOW-3 vervalt deze voorwaarde);
  • de subsidie wordt uitsluitend aangewend voor de betaling van loonkosten;
  • de personeelsvertegenwoordiging wordt over de subsidieaanvraag geïnformeerd;
  • er wordt een controleerbare administratie gevoerd;
  • de loonaangiften worden ingediend uiterlijk op de daarvoor voorgeschreven momenten;
  • de werkgever meldt onverwijld schriftelijk aan het UWV wanneer zich omstandigheden voordoen die van belang zijn voor de subsidie;
  • bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt (indien vereist; zie hierna) een accountantsverklaring of een verklaring van een derde-deskundige overlegd;
  • als aan de werkgever een loonkostensubsidie is verleend, informeert de werkgever de gemeente over de NOW-subsidie;
  • tot 5 jaar na vaststelling van de subsidie wordt door de werkgever meegewerkt aan onderzoek gericht op het verschaffen van inlichtingen die van belang zijn voor de vaststelling van de rechtmatigheid van de subsidie of de ontwikkeling van het beleid.

In het kader van NOW-2 zijn de volgende voorwaarden toegevoegd:

  • een verklaring dat over 2020 geen dividend of bonussen zullen worden uitgekeerd en geen aandelen worden ingekocht (alleen voor aanvragers voor wie een accountantsverklaring is vereist; zie hierna);

dit geldt ook voor NOW-3 en in het kader van tijdvak b en c van de NOW-3 geldt dit ook voor uitkeringen over 2021;

  • een inspanningsverplichting om werknemers te stimuleren om aan bij- of omscholing te doen (dit wordt ondersteund met het nog uit te werken Crisispakket NL).

Onder NOW-3 wordt hier aan toegevoegd de sanctie die inhoudt een korting van 5% op het subsidiebedrag wanneer de werkgever, die ontslag aanvraagt om bedrijfseconomische redenen, geen contact met het UWV heeft gezocht in het kader van begeleiding van werk naar werk.

Subsidiebedrag

Het subsidiebedrag wordt als volgt bepaald:

omzetverlies x 90% x loonsom.

In NOW-3 wordt de subsidie van 90% afgebouwd naar:

  • tijdvak a: 80%;
  • tijdvak b: 70%;
  • tijdvak c: 60%.

Tegenover deze afbouw is er de mogelijkheid om de loonsom te laten dalen, zonder dat dit ten koste van de subsidie gaat. De loonsom mag dalen met:

  • tijdvak a: 10%;
  • tijdvak b: 15%;
  • tijdvak c: 20%.

Als de loonsom meer is gedaald dan voornoemd percentage, wordt de subsidie lager vastgesteld op het teveel gedaalde deel.

Referentieperiode voor de loonsom

De referentieperiode voor de loonsom is:

  • voor NOW-1: de maand januari 2020;
  • voor NOW-2: de maand maart 2020;
  • voor NOW-3: de maand juni 2020 (voor alle 3 de tijdvakken van NOW-3).

De loonsom in de referentiemaand wordt vermenigvuldigd met 3 (NOW-1 en NOW-3) en 4 (NOW-2) (omdat de subsidie 3, respectievelijk 4 maanden betreft) en met een opslag van 30% (in NOW-2 en NOW-3 wordt deze opslag verhoogd naar 40%). Met deze opslag worden met name de werkgeverslasten gedekt (inclusief pensioenpremies).

In tranche c van NOW-3 (april, mei en juni 2021) wordt het maximaal te vergoeden loon per werknemer verlaagd van 2 keer het dagloon (€ 9.691 per maand) naar 1 keer het dagloon (€ 4.845 per maand).

Loonsom

Voor de loonsom wordt gekeken naar het loon voor de sociale verzekeringen (het SV-loon). Voor werknemers die niet verzekerd zijn voor de sociale verzekeringen (zoals veel DGA’s) kan daarom geen NOW-subsidie worden verkregen.

De loonsom wordt door het UWV, zowel voor de referentieperiode als voor de subsidieperiode, ontleend aan de polisadministratie. Deze informatie wordt bijgewerkt op basis van de ingediende aangiften loonheffingen:

  • voor de loonsom van januari 2020: tot en met 15 maart 2020;
  • voor de loonsom van maart 2020: tot en met 15 mei 2020;
  • voor de loonsom van juni 2020: nog niet bekend.

De hoogte van deze loonsommen kan derhalve door de aanvrager niet (meer) worden beïnvloed.

De loonsommen van april en mei 2020 (van belang in het kader van de seizoenregeling; zie hierna) worden bijgewerkt tot en met 19 juni 2020, met dien verstande dat deze loonsommen worden gemaximeerd op de loonsom van maart 2020.

Bij de vaststelling van de subsidie (dus niet bij de berekening van het voorschot) zal het UWV extra periode salaris uit de loonsom filteren. Dit gebeurt zowel in de referentieperiode als in de subsidieperiode. Met dit extra periode salaris wordt bedoeld (bijvoorbeeld) een 13e maand.

Seizoenwerk

In plaats van de loonsom van januari 2020 wordt de loonsom van maart tot en met mei 2020 als uitgangspunt genomen indien:

  • de loonsom van maart tot en met mei 2020;
  • hoger is dan 3 maal de loonsom van januari 2020.

Met deze regeling wordt in het kader van NOW-1 tegemoetgekomen aan seizoenbedrijven, voor wie de loonsom van januari niet representatief is. Maar de regeling geldt voor alle bedrijven die voldoen aan bovenstaande voorwaarde (bijvoorbeeld wanneer na januari 2020 het personeelsbestand is uitgebreid).

Met deze aangepaste loonsom wordt geen rekening gehouden bij het vaststellen van het voorschot, maar enkel bij de vaststelling van de subsidie. Voor zover een aanvullende tegemoetkoming ontstaat, wordt deze eerst uitbetaald na afloop van de subsidieperiode. Dat is elk geval niet eerder dan na 7 oktober 2020.

Naast de regeling voor seizoenwerk zijn er specifieke regels voor het bepalen van de loonsom bij startende ondernemingen en bij ondernemingen die van samenstelling zijn veranderd (bijvoorbeeld door fusie, splitsing en dergelijke).

Omzetverlies

Het omzetverlies wordt berekend door de omzet in de referentieperiode af te zetten tegen:

  • in NOW-1: 1/4e van de jaaromzet in 2019;
  • in NOW-2: 1/3e van de jaaromzet in 2019;
  • in NOW-3: 1/4e van de jaaromzet in 2019.

De referentieperiode voor het omzetverlies is:

  • in NOW-1: maart, april en mei 2020, met de mogelijkheid om te kiezen voor:
    • april, mei en juni 2020; of
    • mei, juni en juli 2020.

de keuze wordt definitief gemaakt bij de aanvraag van het voorschot op de NOW-subsidie en kan later niet meer worden herzien;

  • in NOW-2: juni, juli, augustus en september 2020, met de mogelijkheid om te kiezen voor:
    • juli, augustus, september en oktober 2020; of
    • augustus, september, oktober en november 2020;

LET OP: de referentieperiode van NOW-2 moet aansluiten bij die voor NOW-1;

  • in NOW-3: geldt per tijdvak dezelfde systematiek, maar de referentieperiode moet wel aansluiten bij NOW-1 en/of NOW-2.

Ongeacht de referentieperiode wordt de loonsom bepaald over de hiervoor onder het kopje 3 tranches vermelde perioden.

Omzet

Voor de definitie van het begrip omzet wordt aangesloten bij het jaarrekeningrecht: de opbrengst uit levering van goederen en diensten uit het bedrijf, onder aftrek van kortingen en dergelijke en van over de omzet geheven belasting.

Voor zowel de NOW-1, NOW-2 als NOW-3 worden subsidies die ondernemers in het kader van de coronacrisis ontvangen meegeteld als omzet. De NOW-subsidie zelf wordt niet gezien als omzet.

Bij werkgevers waar het normale omzetbegrip niet goed toepasbaar is (bijvoorbeeld in de non-profit), worden de baten en lasten uit de normale activiteiten voor de NOW gezien als omzet. Voorbeelden zijn uitkeringen, subsidies, renteopbrengsten en bijdragen vanuit een overheidsinstelling of andere opbrengsten, zoals giften of declaraties vanuit zorgverzekeraars. Voor zover deze baten betrekking hebben op een langer tijdvak, moeten de inkomsten voor de NOW-regeling naar rato worden toegedeeld.

Concernregeling

Wanneer sprake is van een groep van rechtspersonen of van dochtermaatschappijen (samengevat in het begrip concern) moet het omzetverlies voor het hele concern worden bepaald.

Dit omzetverlies moet vervolgens worden gehanteerd voor alle aanvragen van onderdelen van het concern. De aanvraag kan niet voor het concern als geheel worden gedaan, per loonheffingennummer moet apart een aanvraag worden ingediend.

Uitzondering op de concernregeling

Wanneer het omzetverlies van het concern minder bedraagt dan 20% komt het gehele concern niet in aanmerking voor NOW-subsidie. Ook niet de afzonderlijke concernvennootschap, met een omzetverlies van meer dan 20%

Een afzonderlijke concernvennootschap kan toch zelfstandig een beroep op NOW-subsidie doen indien:

  • het omzetverlies van alleen die vennootschap 20% of meer bedraagt;
  • het concern verklaart geen dividenden of bonussen uit te keren en geen aandelen in te kopen;
  • de werkmaatschappij een overeenkomst sluit met de werkgeversvertegenwoordiging over werkbehoud;
  • er in het concern geen personeels-BV is.

Tevens gelden de volgende controlewaarborgen:

  • andere concernvennootschappen mogen geen opdrachten of projecten uitvoeren die ten koste gaan van de subsidie vragende entiteit;
  • als werknemers activiteiten uitvoeren bij andere concernonderdelen, moet de daaruit voortvloeiende omzet worden toegerekend aan de subsidie vragende entiteit;
  • het transferpricingsysteem van 2019 moet ook in 2020 worden gehanteerd;
  • de mutaties van voorraad gereed product worden toegerekend aan de omzet.

Het beroep op de uitzondering op de concernregeling moet bij de aanvraag van de subsidie worden gedaan. Maar aan de regelingen wordt toegevoegd de mogelijkheid om bij de vaststelling van de subsidie te voldoen aan de voorwaarden van de uitzondering.

Voorschot

Op basis van de aanvraag wordt een voorschot vertrekt ter grootte van 80% van het te verwachten subsidiebedrag.

Dit voorschot wordt in het algemeen snel na het indienen van de aanvraag uitgekeerd. Uitkering van het voorschot geschied:

  • in NOW-1 in (maximaal) 3 termijnen;
  • in NOW-2 in (maximaal) 2 termijnen.
  • in NOW-3: voor elk afzonderlijk tijdvak in (maximaal) 3 termijnen.

Vaststelling

Na het einde van de subsidieperiode moet de aanvrager een verzoek doen tot vaststelling van de subsidie (wanneer een accountantsverklaring is vereist worden de 24 weken verlengd naar 38 weken).

Het verzoek om vaststelling worden gedaan:

  • voor NOW-1: vanaf 7 oktober 2020.
  • Voor NOW-2: vanaf 1 april 2021;
  • Voor NOW-3: vanaf 1 september 2021.

Vanaf deze data gaat de termijn van 24/38 weken lopen voor de indiening van het verzoek tot vaststelling van de subsidie.

De subsidie wordt vervolgens binnen 52 weken na ontvangst van het verzoek tot vaststelling definitief door het UWV vastgesteld.

Wanneer het UWV concludeert dat het definitieve subsidiebedrag lager is dan het voorschot, zal dit bedrag worden teruggevorderd. Bedragen tot € 500 worden niet teruggevorderd. Maar aanvullende subsidiebedragen tot € 500 worden door het UWV ook niet uitbetaald.

Als een bedrag is verschuldigd, moet dit bedrag binnen 6 weken worden betaald. Voor ondernemers voor wie dat een probleem is, zal het UWV een betalingsregeling aanbieden, die inhoudt betaling in 12 maandelijkse termijnen. Wanneer ook dat niet haalbaar is, kan met het UWV een individuele betalingsregeling worden afgesproken.

Kortingen

Bij de definitieve vaststelling van de NOW-subsidie zijn het daadwerkelijke omzetverlies en de daadwerkelijke loonsom leidend.

Uitgangspunt bij de definitieve vaststelling is echter de berekening van het voorschot. Op de uitkomst van deze berekening worden kortingen aangebracht in verband met:

  • door het UWV over het aangiftetijdvak uitbetaalde uitkeringen, voor zover die in de loonsom zijn begrepen;
  • 150% van de loonsom van werknemers die zijn ontslagen op bedrijfseconomische gronden;
    • In NOW-2 wordt deze korting verlaagd naar 100%, aangevuld met een vermindering van de subsidie met 5% indien 20 of meer werknemer worden ontslagen (met de mogelijkheid om deze vermindering te voorkomen).
    • In NOW-3 wordt deze korting losgelaten.
  • uitbetaalde vakantiebijslag
  • als de vakantiebijslag tegelijk met het salaris wordt uitbetaald, wordt de factor 0,926 gehanteerd;
  • de omstandigheid dat de daadwerkelijke loonsom lager is dan 3 maal de loonsom van januari (of maart) 2020.

Deze kortingen kunnen in de praktijk tot niet direct verwachte resultaten leiden. Het is daarom zaak te monitoren welke gevolgen de financiële ontwikkelingen in de onderneming hebben voor de (te verwachten) omvang van de NOW-subsidie.

Aanvraag

De NOW-subsidie wordt aangevraagd bij het UWV:

  • de aanvraag voor NOW-1 kon worden ingediend tot en met 5 juni 2020;
  • de aanvraag voor NOW-2 kon worden ingediend tot en met 31 augustus 2020;
  • de aanvraag voor NOW-3:
    • tijdvak a: van 16 november 2020 (terugwerkend naar 1 oktober 2010) tot 13 december 2020;
    • tijdvak b: van 15 februari 2021 tot 14 maart 2021;
    • tijdvak c: van 17 mei 2021 tot 13 juni 2021.

Bij de aanvraag moeten de volgende gegevens worden aangereikt:

  • het loonheffingennummer;
  • het procentuele verwachte omzetverlies;
  • de referentieperiode (zie hiervoor);
  • het rekeningnummer waarvan de werkgever de loonheffingen betaald;
  • indien eerder een aanvraag WTV is ingediend: het nummer van die aanvraag.

De loonsom hoeft niet te worden aangereikt. Deze informatie ontleent het UWV aan haar polisadministratie.

Accountantsverklaring

Bij het verzoek om vaststelling van de subsidie moet een accountantsverklaring worden overlegd indien:

  • het voorschot op de subsidie € 100.000 of meer bedraagt;
  • de afrekening € 125.000 of meer bedraagt.

Deze drempels gelden uiteraard niet per loonheffingennummer maar voor alle loonheffingennummers waarvoor een ondernemer NOW-subsidie heeft aangevraagd. En in het geval van een concern voor het volledige concern.

Een groepsvennootschap die gebruik heeft gemaakt van de uitzondering op de concernregeling (zie hiervoor) moet, onafhankelijk van de hoogte van de (te) ontvangen NOW-subsidie, een accountantsverklaring aanreiken.

Werkgevers die niet meer voldoen aan de voorwaarden van de regeling moeten hun gehele voorschot terugbetalen. Zij hoeven geen accountantsverklaring of verklaring van een derde-deskundige (zie hierna) in te leveren bij hun verzoek om vaststelling van de subsidie. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer blijkt dat geen 20% aan omzetverlies is geleden.

Verklaring derde-deskundige

Bij het verzoek om vaststelling van de subsidie moet een verklaring van een derde-deskundige worden overlegd indien:

  • geen verplichting bestaat tot het overleggen van een accountantsverklaring;
  • het voorschot € 20.000 of meer bedraagt;
  • de afrekening € 25.000 of meer bedraagt.

Een derde-deskundige kan zijn: een administratiekantoor, financieel dienstverlener of brancheorganisatie. De Minister zal nog aanwijzen welke deskundigen een dergelijke verklaring mogen ondertekenen.

 

 

 

 

Deze notitie is bedoeld om een regeling in grote lijnen uiteen te zetten. Met het oog op de leesbaarheid zijn zaken daarom vereenvoudigd weergegeven. VWG is daarom niet aansprakelijk voor de gevolgen van handelingen die naar aanleiding van deze notitie wel of niet zijn uitgevoerd.