21-10-2019

Transitievergoeding slapend dienstverband lager in 2020

Heb je een werknemer in dienst met een zogenaamd slapend dienstverband? Dan heb je als werkgever vanaf 1 april 2020 recht op compensatie van de te betalen transitievergoeding (enkel tot het bedrag op de datum dat de werknemer de 2 jaar ziekte heeft bereikt). Dit kan ertoe leiden dat het dienstverband met de werknemer pas in 2020 wordt beëindigd. Voor de betreffende werknemer kan dit tot gevolg hebben dat hij/zij een veel lagere transitievergoeding krijgt dan wanneer hij/zij voor 2020 ontslagen zou worden.

Wijziging berekening transitievergoeding

Door de invoering van de WAB verandert de berekening van de transitievergoeding met ingang van 1 januari 2020. Dit wordt vanaf dan voor iedere werknemer (ongeacht de arbeidsduur of leeftijd): 1/3e maandloon per dienstjaar. Voor werknemers met een slapend dienstverband, die 50 jaar of ouder zijn en meer dan 10 dienstjaren hebben, valt de transitievergoeding bij ontslag in 2020 hierdoor een stuk lager uit. Vóór 2020 geldt namelijk nog de uitzonderingsregel dat 50-plussers met minimaal 10 dienstjaren recht hebben op 1 maandloon per dienstjaar. Deze regeling vervalt op 1 januari 2020.

Wanneer ontslaan?

Voor werkgevers is het dus te overwegen om de werknemer die onder de 50-plus regeling valt en een slapend dienstverband heeft (2 jaar aaneengesloten ziekteperiode reeds heeft bereikt), wellicht toch vóór 2020 te ontslaan, zodat de werknemer de hoge transitievergoeding ontvangt. Als werkgever moet je dan wel een langere tijd wachten tot je deze vergoeding terugontvangt van het UWV. Het aanvragen van de compensatie kan namelijk pas vanaf 1 april 2020. Voorts geldt dat het UWV 6 maanden de tijd heeft om de compensatie van de transitievergoeding over te maken.

Voorwaarden compensatie transitievergoeding slapend dienstverband

Om in aanmerking te komen voor de compensatie gelden de volgende voorwaarden:

  • de werknemer is ontslagen wegens langdurige ziekte;
  • de werknemer had op grond van de wet recht op een transitievergoeding;
  • de werkgever heeft de transitievergoeding betaald aan de werknemer.

Deze informatie kan als volgt worden aangeleverd:

  • de ontslagvergunning van het UWV of de ontbindingsbeschikking van de rechter;
  • de beëindigingsovereenkomst, als het een ontslag met wederzijds goedvinden was (uit de beëindigingsovereenkomst moet blijken dat de werknemer is ontslagen wegens langdurige ziekte);
  • gegevens die zijn gebruikt om de hoogte van de transitievergoeding te berekenen (bijvoorbeeld documenten die aantonen hoe hoog het bruto maandsalaris was en hoe lang het dienstverband heeft geduurd);
  • een bewijs dat de (hele) transitievergoeding is betaald (bijvoorbeeld een bankafschrift).