Aangifte inkomstenbelasting 2023 doen

Gepubliceerd op: 9 januari 2024

Een nieuw jaar betekent een nieuwe aangifte inkomstenbelasting. Veel mensen moeten die aangifte over 2023 vóór 1 mei 2024 indienen bij de Belastingdienst. We zetten wat aandachtspunten voor je op een rij.

Uitstel

De Belastingdienst heeft even tijd nodig om alle gegevens voor de vooraf ingevulde aangifte (VIA) te verzamelen. Daarom is het pas vanaf 1 maart 2024 mogelijk om aangiften inkomstenbelasting 2023 in te dienen.

Uitstel voor het indienen van de aangifte is uiteraard mogelijk. Daar moet je dan voor 1 mei 2024 bij de Belastingdienst een verzoek voor indienen. De aangifte moet dan vóór 1 september 2024 zijn ingediend.

Belastingconsulenten mogen de aangiften van hun cliënten gespreid over het jaar indienen, als de Belastingdienst de aangifte over 2023 maar vóór 1 mei 2025 heeft ontvangen.

Als je op je aangifte belasting bijbetaalt, heeft het na 1 mei 2024 indienen van de aangifte het nadeel dat de Belastingdienst belastingrente berekent. Deze rentetermijn start voor de aangiften over 2023 op 1 juli 2024. Het rentetarief is niet mis: 7,5% op jaarbasis. Je kunt de verschuldigde rente beperken door de te verwachten belasting alvast te betalen op een vóór 1 juli 2024 op te leggen voorlopige aanslag. Daar moet je de Belastingdienst wel zelf tijdig om vragen.

Winst uit onderneming

Met ingang van 2023 is de (fiscale) oudedagsreserve afgeschaft. Op 31 december 2002 bestaande oudedagsreserves mogen worden afgewikkeld conform de oude regels. Maar er mag niet meer worden gedoteerd.

De zelfstandigenaftrek is verlaagd naar € 5.030. In de komende jaren wordt deze aftrek verder verlaagd (naar een aftrek van slechts € 900 in 2027).

Het maximaal ten laste van de winst te brengen bedrag voor zakelijke reiskosten met de privé-auto van de ondernemer is verhoogd naar € 0,21 per kilometer.

Bij het berekenen van de winst kan op bepaalde nieuwe bedrijfsmiddelen, die in 2023 zijn aangeschaft of voortgebracht, willekeurig worden afgeschreven. Maximaal mag 50% van het afschrijvingspotentieel van deze bedrijfsmiddelen willekeurig worden afgeschreven.

Aftrek inleg/premie lijfrente

In 2023 is de ruimte om de inleg of premie voor een lijfrente af te trekken als uitgave voor inkomensvoorziening aanzienlijk verruimd. Zie ons artikel Meer ruimte om te sparen voor de oude dag. Alleen premies/inleg die daadwerkelijk in 2023 is gestort, mag in 2023 in de jaar- en/of reserveringsruimte worden afgetrokken.

Excessief lenen

DGA’s die op 31 december 2023 in totaal meer dan € 700.000 + de fiscale eigen woningschuld aan schulden bij hun BV(‘s) hebben, betalen over het meerdere aanmerkelijk belangheffing (box 2).

Box 3 (sparen en beleggen)

Het inkomen uit sparen en beleggen (box 3) wordt in 2023 enkel nog berekend op basis van de forfaitaire spaarvariant. In 2022 werd nog de wettelijke regeling of de forfaitaire spaarvariant toegepast, afhankelijk van wat tot de minste belasting leidde.

Met het oog op de invoering van de forfaitaire spaarvariant zijn regels ingevoerd ter voorkoming van peildatumarbitrage. Deze regels worden echter pas met ingang van 1 januari 2024 effectief van kracht.

Het forfaitaire rendement op de overige bezittingen bedraagt voor 2023: 6,17%. De forfaitaire rendementen voor banktegoeden en voor schulden worden binnenkort definitief vastgesteld (naar verwachting komt dit voor banktegoeden neer op rond 1% en voor schulden op rond 2,5%).

Het aandeel in de reserve van een vereniging van eigenaren (VvE) en een tegoed op een derdengeldrekening (bijvoorbeeld bij een notaris) kwalificeert vanaf 2023 als een banktegoed. Voor 2022 en eerdere jaren niet omdat die vraag bij de rechter ligt.

Het tarief in box 3 is verhoogd van 31% in 2022 naar 32% in 2023.

Of de forfaitaire bepaling van het inkomen uit sparen en beleggen in overeenstemming is met EU-recht, is nog onder de belastingrechter. Waarschijnlijk komt daarover in de loop van 2024 meer duidelijkheid.

De tabel van de leegwaarderatio is met ingang van 2023 geactualiseerd. Het gevolg is dat er in veel minder gevallen sprake is van een lagere waarde dan de WOZ-waarde.

Vorderingen tussen fiscaal partners, alsmede vorderingen tussen ouders en minderjarige kinderen worden met ingang van 2023 gedefiscaliseerd. In het tot en met 2022 gehanteerde systeem voor berekening van het forfaitaire rendement werden deze vorderingen en schulden gesaldeerd, waardoor ze niet leidden tot te belasten inkomen uit sparen en beleggen.

Tot slot is de berekening van de voorkoming van dubbele belasting ten aanzien van buitenlandse vermogensbestanddelen per 2023 gewijzigd.

Giften

Met ingang van 2023 is de aftrek van periodieke giften begrensd op € 250.000 per kalenderjaar. Zie ons artikel Plafond voor aftrek periodieke giften.

Middeling

De middelingsregeling is met ingang van 2023 afgeschaft. Op grond van het overgangsrecht is het tijdvak 2022 – 2024 het laatste dat kan worden gemiddeld. Uiteraard mag een jaar slechts één keer in een middeling worden meegenomen.

In 2023 zijn de zogeheten grondslagverminderende posten (ondernemersaftrek, MKB-vrijstelling, TBS-vrijstelling, aftrek eigen woning en persoonsgebonden aftrek) nog slechts aftrekbaar tegen het tarief van de laagste schijf waartegen het inkomen uit werk en woning wordt belast (die loopt in 2023 tot een inkomen van € 73.031). Het jaar 2022 was het laatste afbouwjaar voor deze maatregel. In 2022 waren deze aftrekposten, voor zover ze in de hoogste tariefschijf vielen, nog aftrekbaar tegen 40%. In 2023 is dat het tarief van de laagste schijf: 36,93% (de tariefcorrectie bedraagt in 2023 derhalve: 49,5% -/- 36,93% = 12,57%).

Andere artikelen

Fiscus moet beter helpen

De Belastingdienst moet mensen die geen aangifte(en) doen beter helpen. Maar de echte oplossing van het probleem lijkt ergens anders te liggen.