Het nieuwe Kabinet gaat uiteraard ook aan de slag met de belastingen. In dit artikel een aantal zaken die op dit terrein worden vermeld in het coalitieakkoord. Hoe dit concreet wordt ingevuld, zal de komende 4 jaar moeten blijken. Het coalitieakkoord schetst voornamelijk grove lijnen en een minderheidskabinet moet uiteraard voor al haar voorstellen de steun zien te vinden bij de oppositie.
Ondernemers
Voor ondernemers is van belang dat de vennootschapsbelasting niet omhoog gaat en dat de deelnemingsvrijstelling behouden blijft. Hetzelfde geldt voor de expatregeling, innovatiebox, bedrijfsopvolgingsfaciliteiten (zowel de doorschuifregeling in de IB als de voorwaardelijke vrijstelling in de erf- en schenkbelasting) en verliesverrekening. Wel heeft het nieuwe Kabinet als doel om fiscale regelingen zoals de WBSO en de werkkostenregeling (WKR) minder complex te maken. In de WKR komt een regeling die werkgevers de mogelijkheid biedt om werknemers te helpen bij de aflossing van hun studieschuld.
Particulieren
Voor particulieren is van belang hoe het inkomen uit sparen en beleggen (box 3) wordt bepaald. Met ingang van 1 januari 2028 zal dit geschieden op basis van het werkelijk rendement. Het wetsvoorstel daarvoor zal waarschijnlijk een dezer dagen door de Tweede Kamer worden vastgesteld, maar moet dan nog door de Eerste Kamer worden geloodst.
De eigen woningregeling blijft behouden. En het Kabinet zit het belang van de regels waarmee giften aan goede doelen fiscaal aantrekkelijk worden gemaakt. De belasting op sparen, erven en schenken wordt niet verhoogd.
Verder wil het Kabinet stimuleren dat Nederlanders hun spaargeld (meer) beleggen in de Nederlandse economie, maar nog niet duidelijk is hoe dit zal worden vormgegeven.
Vrijheidsbijdrage
Met de kreet vrijheidsbijdrage lijkt een simpele belastingverhoging te worden gecamoufleerd. Voor burgers wordt de vrijheidsbijdrage geheven via de inkomstenbelasting. Het Kabinet gaat daarvoor morrelen aan de jaarlijkse inflatiecorrectie van de tariefschijven.
Bedrijven betalen hun vrijheidsbijdrage via een verhoging van de premie voor het arbeidsongeschiktheidsfonds (de Aof-premie).
