De hoge inflatie is (vanzelfsprekend) ook zichtbaar in de fiscale waarderingsnormen. Zo is het normbedrag voor maaltijden op de werkplek met bijna 10% verhoogd van € 3,55 per maaltijd in 2023 naar € 3,90 in 2024.
Op de werkplek
Deze normwaardering geldt voor door de werkgever verstrekte maaltijden (ontbijt, lunch of diner), die werknemers op hun werkplek nuttigen. En dan nog alleen voor maaltijden die niet een meer dan bijkomstig zakelijk karakter hebben.
De normwaardering geldt ongeacht de werkelijke kosten van de maaltijd. Maaltijden die minder dan € 3,90 kosten, moeten toch voor € 3,90 met loonbelasting worden belast.
Het gaat bij de waarderingsnorm vanzelfsprekend om verstrekte maaltijden (loon in natura). Als de werkgever een vergoeding geeft voor door de werknemer te nuttigen maaltijden, wordt die vergoeding “gewaardeerd” op het aan de werknemer betaalde geldbedrag.
Meer dan bijkomstig zakelijk
Maaltijden die wel een meer dan bijkomstig zakelijk karakter hebben, zijn (gericht) vrijgesteld van loonbelasting (dat geldt voor vergoedingen en verstrekkingen). Meer dan bijkomstig houdt in dat een maaltijd voor meer dan 10% een zakelijk karakter moet hebben. Dit betreft bijvoorbeeld maaltijden tijdens dienstreizen, zakelijk besprekingen met cliënten (al of niet op de werkplek) of tijdens werk op niet permanente locaties. Ook als de werknemer door het werk ‘s avonds tussen 17:00 en 20:00 niet thuis kan eten, is sprake van een meer dan bijkomstig zakelijke (en dus gericht vrijgestelde) maaltijd.
