Regelingen kennismigranten

Buitenlandse werknemers met specifieke kennis zijn van belang voor de Nederlandse economie. Maar er is ook een in de samenleving breed gedragen wens om de migratie naar Nederland te verminderen. Daarom verkent demissionair Staatssecretaris van Hijum in een kamerbrief de mogelijkheden om de regelingen rond kennismigranten aan te scherpen. Doel is om alleen die kennismigranten toe te laten tot Nederland, die daadwerkelijk een bijdrage leveren aan onze kenniseconomie

Kennismigrantenregeling

Op grond van de kennismigrantenregeling kunnen werkgevers kenniswerkers van buiten de EU, EER en Zwitserland in dienst nemen. Voorwaarden daarvoor zijn:

  • de werknemer is een door de IND erkend referent;
  • de kennismigrant ontvangt een loon dat hoger is dan de loonnorm en dat marktconform is;
  • er moet een gezagsverhouding (arbeidsverhouding) zijn tussen werkgever en kennismigrant.

Op 1 januari 2025 waren er in Nederland ongeveer 107.160 kennismigranten, die voornamelijk werken in de informatie- en communicatiesector, alsmede in de zakelijke dienstverlening.

De alternatieven voor de kennismigrantenregeling zijn onder andere de Europese blauwe kaart, de reguliere vergunning voor arbeid in loondienst en de gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (gvva). Deze alternatieven kennen strengere eisen en ingewikkeldere procedures.

Erkend referent

Het Kabinet overweegt om het erkend referentschap op 3 punten aan te scherpen:

  • de intrekkingsgrond inactiviteit herintroduceren en aanscherpen (dit wordt nu wettelijk geregeld en de toegestane duur voor inactiviteit wordt verkort van 3 naar 2 jaar);
  • strenger toetsen op de betrouwbaarheid van de referent (ook het niet naleven van de Waai, de Arbeidstijdenwet, de Arbowet en de Wet economische delicten wordt in de betrouwbaarheidstoets meegenomen en de terugkijktermijn voor fiscale vergrijpboetes en bestuurlijke boetes wordt verlengd met 1 jaar, naar 5 jaar);
  • de toets op continuïteit en solvabiliteit verduidelijken en aanscherpen (dit betreft de toets of het salaris van de kennismigrant past bij de brutowinst van de onderneming, de verplichting om een plan van aanpak aan de IND te overleggen bij een solvabiliteit van minder dan 20%/negatieve bedrijfsresultaten/negatief werkkapitaal en de verplichting dat de jaarrekeningen zijn samengesteld of geverifieerd door een onafhankelijke derde).

Looncriterium

Het looncriterium houdt in dat de kennismigrant tenminste het volgende bruto maandloon (exclusief vakantietoeslag) moet ontvangen (bedragen gelden voor 2025):

CategorieBruto loon
Pas afgestudeerden€ 2.989,00
Kennismigranten tot 30 jaar€ 4.171,00
Kennismigranten ouder dan 30 jaar€ 5.688,00

Het Kabinet is voornemens om het looncriterium te verhogen, door het gelijk te stellen aan het looncriterium voor de blauwe kaart: € 6.245,00. Daarnaast bestaat het voornemen om de mogelijkheid van het verlengde gebruik van het verlaagde looncriterium te beperken: bij de eerste aanvraag nadat de kennismigrant 30 jaar is geworden moet dan het looncriterium voor kennismigranten ouder dan 30 jaar worden toegepast.

Tot slot is het de bedoeling om het voor de kennismigrantenregeling relevante loonbegrip te verduidelijken. Hoort daar bijvoorbeeld een Individueel Keuzebudget bij, welke onbetaalde verloven zijn toegestaan en hoe dient te uitbetaling te geschieden (het laatste met name gericht op het zoveel als mogelijk beperken van buitenlandse uitbetalingen).

Inhaltsübersicht