Kosten voorkoming executie woning niet aftrekbaar

Appellationsgericht Arnheim-Leeuwarden heeft beslist dat de kosten die zijn gemaakt om de executie van de eigen woning door de bank te voorkomen, niet aftrekbaar zijn als kosten van geldleningen. De uitspraak bevat nog wat meer leerzame elementen.

Executie

Belanghebbende heeft de eigen woning gefinancierd met een lening van een bank en een lening van de eigen BV. Op enig moment eist de bank dat op de door haar verstrekte lening een bedrag van ruim € 600.000 moet worden afgelost. Als houder van een recht van hypotheek als zekerheid voor de terugbetaling van de lening heeft de bank het recht om de woning te laten verkopen wanneer niet aan de verplichting tot betaling van rente en aflossing(en) wordt voldaan. Een dergelijke verkoop wordt aangeduid als executie.

Belanghebbende trok in zijn aangifte een bedrag van € 10.000 af als kosten van geldlening. Dit bedrag heeft betrekking op kosten die belanghebbende heeft gemaakt om de executie van de woning door de bank te voorkomen. Hij heeft bij de bank bedongen dat de executie 6 maanden wordt uitgesteld. In die tijd kon belanghebbende de middelen regelen om de door de bank geëiste aflossing te doen.

De Belastingdienst accepteert de aftrek van deze kosten niet en het Hof is het daarmee eens. De kosten ter voorkoming van de executie hebben niet rechtstreeks betrekking op het opnemen, verlengen of aflossen van de geldlening. Ze zijn juist direct verbonden met de bron van het inkomen: de eigen woning (en kosten voor het behoud van de bron zijn niet aftrekbaar).

Zelf getriggerd

Belanghebbende heeft deze correctie zelf getriggerd. Hij heeft de Belastingdienst namelijk in 2017 verzocht om de over 2012 opgelegde aanslag ambtshalve te verminderen. In plaats van de vermindering (een teruggave van belasting) ontvangt hij van de Belastingdienst een navorderingsaanslag waarop hij belasting moet betalen.

De stelling dat het voor het opleggen van de navorderingsaanslag vereiste nieuwe feit ontbreekt, sneuvelt bij het Hof. De omstandigheid dat de Belastingdienst voor het jaar 2012 vragen heeft gesteld over de rekening-courant die belanghebbende aanhoudt bij zijn BV, betekent niet dat ook de aftrek van rente en kosten voor de eigen woning is beoordeeld.

Het verzoek om vermindering van de aanslag is voor de Belastingdienst ook aanleiding om de onderbouwing van de eigen woningschuld tegen het licht te houden (op grond van vaste rechtspraak mag de Belastingdienst elk jaar eisen dat dit bewijs opnieuw wordt geleverd). En dan blijkt dat belanghebbende niet van alle verbouwingskosten de onderliggende facturen kan overleggen. Het Hof bevestigt dat voor dat deel van de verbouwingskosten geen sprake is van een eigen woningschuld.

Belanghebbende stelt ook dat de op de (extra) lening van de BV verschuldigde rente veel hoger moet zijn, dan de 4% die in 2012 in aftrek is gebracht. Die rente zou 8,58% moeten bedragen in verband met een forse opslag omdat slechts beperkte zekerheden konden worden geboden. Het Hof constateert echter dat nergens een andere rente dan 4% is overeengekomen en dit percentage ook is gehanteerd in de administratie van de BV.

Inhaltsübersicht