Landgericht Gelderland beslist dat de Belastingdienst terecht het toepassen van het 0%-tarief op afhaaltransacties heeft geweigerd.
0% Tarif
De BTW wordt, onder andere, geheven met toepassing van het 0%-tarief wanneer:
- goederen worden geleverd aan een BTW-ondernemer, die is gevestigd in een andere lidstaat van de EU, EN;
- de goederen in verband met de levering daadwerkelijk naar een andere lidstaat van de EU worden vervoerd.
Beide voorwaarden moeten worden bewezen door de ondernemer die het 0%-tarief toepast. Het bewijs dat de goederen aan een BTW-ondernemer in een andere EU-lidstaat worden geleverd, is een geldige verificatie (in VIES) van het door de afnemer van de goederen aangereikte BTW-identificatienummer van de lidstaat waar de afnemer is gevestigd. Het bewijs dat de goederen daadwerkelijk naar een andere lidstaat van de EU zijn vervoerd, kan op diverse (administratieve) manieren worden geleverd.
Afhaaltransactie
Bij een afhaaltransactie haalt de (buitenlandse) afnemer de geleverde goederen zelf op. Dat maakt dat de ondernemer die de goederen levert, lastig kan bewijzen dat de goederen daadwerkelijk naar een andere EU-lidstaat zijn vervoerd. Het Ministerie van Financiën heeft goedgekeurd dat het bewijs wordt geleverd door middel van afhaalverklaringen, maar uitsluitend voor zover wordt geleverd aan vaste afnemers.
De casus waarover de Rechtbank Gelderland heeft beslist, betreft een Nederlandse handelaar in tweedehands auto’s. Hij levert deze auto’s onder andere aan een in Bulgarije gevestigde eenmanszaak. Bij de eerste levering brengt de handelaar 21% Nederlandse BTW in rekening, maar daarna wordt op grond van door de Bulgaar afgegeven afhaalverklaringen het 0%-tarief toegepast. De Bulgaarse afnemer geeft in Bulgarije geen intracommunautaire verwervingen aan. Reden waarom de Belastingdienst een onderzoek instelt bij de autohandelaar. Naar aanleiding daarvan wordt 21% BTW nageheven over alle leveringen aan de Bulgaarse afnemer, waarover belastingrente wordt berekend. Ook wordt een vergrijpboete opgelegd van 25% van de nageheven BTW.
De rechtbank laat de naheffingsaanslag en de boete in stand. Er is geen sprake van een vaste afnemer, aangezien op het moment waarop het gebruik van de afhaalverklaringen slechts één voorafgaande levering had plaatsgevonden. De afnemer wordt in de loop van het jaar ook niet een vaste afnemer omdat de autohandelaar, door direct met afhaalverklaringen te starten, niet meer heeft kunnen controleren of de auto’s daadwerkelijk naar het buitenland worden vervoerd. Het niet kwalificeren als vaste afnemer kan, aldus de rechtbank, niet worden hersteld door gedurende langere tijd te leveren met afhaalverklaringen.
Daarnaast vertonen de afhaalverklaringen gebreken: de toezegging, dat de afnemer desgevraagd de Nederlandse belastingdienst informatie zal verstrekken, ontbreekt en de handtekening op de verklaringen komt niet overeen met de handtekening op het rijbewijs van de Bulgaarse ondernemer (en op de afhaalverklaringen staat ook niet steeds dezelfde handtekening). Verder ontbreken het adres van de bestemming van de goederen, de datum van ondertekening, de datum van ophalen van de auto’s en het kenteken van het vervoermiddel waarmee de auto’s zijn opgehaald.
De rechtbank overweegt dat er ook geen andere administratieve bescheiden zijn aangedragen, waarmee het vervoer wordt onderbouwd (geen e-mails, orderaanvragen, orderbevestigingen, CMR’s en dergelijke). Ook stelt de rechtbank vast dat de betalingen bijna volledig contant zijn gedaan. De autohandelaar stelt nog dat uit de exportverzekeringen blijkt dat de auto’s naar het buitenland zijn vervoerd. Afgezien dat deze verzekeringen niet zijn overlegd, geeft de rechtbank aan dat deze verzekeringen niet kunnen bewijzen dat de auto’s daadwerkelijk naar het buitenland zijn vervoerd.
