De politiek doet geregeld pogingen om de bedragen van de vrijwilligersregeling in de loonbelasting te verruimen. Ook dit keer gaat de Staatssecretaris van Financiën hier niet op in.
Vrijwilligersregeling
De vrijwilligersregeling in de loonbelasting houdt in dat aangenomen wordt dat een vrijwilliger een, niet met loonbelasting te belasten, kostenvergoeding ontvangt, indien de ontvangen beloningen (in geld + in natura) niet meer bedragen dan € 210 per maand en € 2.100 per jaar. Dit laat de Staatssecretaris van Financiën weten in een brief aan de Kamer.
De bedragen worden in 2026 wel verhoogd op grond van de sinds een aantal jaren geldende indexering:
- maximale vergoeding per jaar: € 2.200 (2025: € 2.100);
- maximale vergoeding per maand: € 220 (2025: € 210);
- normbedrag per uur (vrijwilligers ouder dan 21 jaar): € 5,75 (2025: € 5,60);
- normbedrag per uur (vrijwilligers jonger dan 21 jaar): € 3,40 (2025: € 3,30).
Bedingungen
LET OP: aan de toepassing van de vrijwilligersregeling zitten meer voorwaarden dan enkel de hiervoor genoemde bedragen.
Zo moet vanzelfsprekend sprake zijn van een vrijwilliger. Dat is iemand die de werkzaamheden niet beroepsmatig verricht en die geen of slechts een geringe beloning ontvangt. Van een geringe beloning is sprake wanneer die niet meer bedraagt dan € 5,75/uur (vrijwilligers jonger dan 21 jaar: € 3,40/uur).
Daarnaast mag de vrijwilligersregeling uitsluitend worden toegepast door:
- een ANBI (instelling met de door de Belastingdienst toegekende status van algemeen nut beogende instelling);
- een sportorganisatie (ook als dit een commerciële organisatie betreft;
- een andere instelling, mits die niet is onderworpen aan vennootschapsbelasting.
