09-01-2019

Vrijwilliger – Update 1-1-2019

Deze notitie is ook beschikbaar in pdf-format.

 

 

Vrijwilligers zijn van levensbelang voor het functioneren van veel maatschappelijke organisaties.

 We onderscheiden in deze tussen de positie van de:

  1. vrijwilligersorganisatie;
  2. vrijwilliger zelf.

Een vrijwilliger met een WW- of bijstandsuitkering behoeft speciale aandacht.

 

A. In je organisatie werken vrijwilligers

Voor de organisatie waarvoor de vrijwilliger werkt, speelt de vraag of loonheffingen moeten inhouden op de vergoedingen en verstrekkingen aan de vrijwilliger.

Een vrijwilliger, die voor verricht werk een vergoeding ontvangt, voldoet al snel aan de criteria van een dienstbetrekking:

  • persoonlijk arbeid verrichten;
  • tegen een loon;
  • in een gezagsverhouding.

Als aan deze criteria niet is voldaan, kan sprake van een fictieve dienstbetrekking (wij werken dit in het kader van deze notitie niet verder uit).

Om te voorkomen dat reële vergoedingen van daadwerkelijke kosten aan echte vrijwilligers worden belast, is in de loonbelasting de vrijwilligersregeling opgenomen. Vrijwilligers, die vergoedingen en verstrekkingen ontvangen binnen deze regeling, worden voor de loonbelasting niet aangemerkt als werknemer. De organisatie waarvoor deze vrijwilliger werkt, houdt dan geen loonheffingen in.

Als niet aan de voorwaarden van de vrijwilligersregeling wordt voldaan, is niet automatisch loonbelasting verschuldigd. Als bijvoorbeeld uitsluitend, binnen de normen, belastingvrije vergoedingen zijn verstrekt, is geen sprake van loon.

Wie is vrijwilliger?

Een vrijwilliger is iemand die niet bij wijze van beroep arbeid verricht. De int totaal ontvangen vergoedingen en verstrekkingen mogen niet in verhouding staan tot de omvang en het tijdsbeslag van het verrichte werk.

Dat is het geval wanneer het totaal van de vergoedingen en verstrekkingen per uur niet hoger is dan € 5 (vrijwilligers jonger dan 23 jaar: € 2,75)[1].

Welke organisaties?

De vrijwilligersregeling mag alleen worden toegepast door de volgende organisaties:

  • een het algemeen nut beogende instelling (ANBI, volgens het ANBI-register) of;
  • een sportorganisatie;
  • een niet tot beide vorige categorieën behorend lichaam, dat niet aan vennootschapsbelasting is onderworpen of daarvan is vrijgesteld lichaam.

Omvang vergoedingen en verstrekkingen

Het totaal van de vergoedingen en verstrekkingen aan de vrijwilliger mag niet hoger zijn dan € 170 per kalendermaand en € 1.700 per kalenderjaar[2].

Het gaat om het totaal van alle vergoedingen en verstrekkingen. Dus niet alleen om vergoedingen in geld, maar ook om verstrekkingen in natura.

Een vrijwilliger die in geld 10 maanden € 170 ontvangt en met kerst een kerstpakket van € 70, overschrijdt de jaarnorm. Het totaal van de ontvangen vergoedingen en verstrekkingen bedraagt: € 1.770.

Hetzelfde geldt voor de vrijwilliger die, naast de vergoeding in geld, een reiskostenvergoeding ontvangt binnen de fiscale norm van € 0,19 per zakelijke kilometer.

 

B. Je bent vrijwilliger

De vrijwilliger moet beoordelen in hoeverre de door hem of haar ontvangen vergoedingen en verstrekkingen worden belast met inkomstenbelasting.

Vrijwilligers die een WW- of bijstandsuitkering genieten, moeten hun vrijwilligersinkomsten opgeven aan de uitkeringsinstantie. Die kan daarvoor korten op de uitkering.

Inkomstenbelasting

De vrijwilliger moet de ontvangen vergoedingen en verstrekkingen in zijn of haar aangifte inkomstenbelasting verwerken als resultaat uit overige werkzaamheden.

Dat hoeft niet wanneer:

  • wordt voldaan aan de voorwaarden voor de vrijwilligersregeling in de loonbelasting (zie hiervoor) EN;
  • het gezamenlijke bedrag van de als vrijwilliger ontvangen vergoedingen en verstrekkingen niet meer bedraagt dan
    • € 170 per maand;
    • € 1.700 per kalenderjaar.

Het gaat om het gezamenlijke bedrag van de vrijwilligersvergoedingen die een vrijwilliger ontvangt. Een vrijwilliger die van twee stichtingen of verenigingen de maximaal van loonbelasting vrijgestelde vrijwilligersvergoeding ontvangt (2 keer € 1.700), moet het totaal van die vergoedingen (€ 3.400) als resultaat uit overige werkzaamheden in de aangifte inkomstenbelasting verwerken. De ontvangen vergoedingen worden zo belast met inkomstenbelasting.

Van deze inkomsten mag de vrijwilliger de werkelijk voor de verwerving van de inkomsten gemaakte kosten aftrekken. Daarbij moeten de fiscale normen in acht worden genomen. En de vrijwilliger moet de aftrekbare kosten afdoende kunnen bewijzen en onderbouwen.

Voor de beoordeling of de hiervoor genoemde bedragen zijn overschreden, is beslissend het daadwerkelijk in het betreffende tijdvak ontvangen bedrag.

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft beslist dat dit op kasbasis moet worden beoordeeld. Deze zaak betrof een vrijwilligster die in 2013 aan vrijwilligersvergoeding ontving een bedrag van € 1.298 en een nabetaling over 2012 van € 236. Doordat het totaal van de ontvangen vergoedingen met € 1.534 meer bedroeg dan € 1.500, werd in 2013 € 1.298 als resultaat uit overige werkzaamheden bij de vrijwilligster belast. De nabetaling van € 236 is ook belast, maar die heffing had in 2012 moeten plaatsvinden.

Uitkering

De vrijwilliger die een WW- of een bijstandsuitkering geniet, mag als vrijwilliger maximaal € 170 per maand en € 1.700 per jaar ontvangen, zonder dat deze bedragen op de uitkering worden gekort. Dit geldt met ingang van 1 april 2017. LET OP: je moet de vergoedingen meestal wel melden aan de uitkerende instantie.

 

 

Deze notitie is bedoeld om een regeling in grote lijnen uiteen te zetten. Met het oog op de leesbaarheid zijn zaken daarom vereenvoudigd weergegeven. VWG is daarom niet aansprakelijk voor de gevolgen van handelingen die naar aanleiding van deze notitie wel of niet zijn uitgevoerd.

[1] Voor de jaren voor 2019 gold een uurtarief van maximaal € 4,50 (jongeren tot 23 jaar: € 2,50).

[2] Voor de kalenderjaren vóór 2019 waren deze drempelbedragen: € 150 per kalendermaand en € 1.500 per kalenderjaar.