Vennootschapsbelasting

In het Regeerakkoord van het Kabinet Rutte III bevat maatregelen, die een aantal in dit artikel hebben geschreven onderwerpen, ingrijpend wijzigen. Wij beschrijven deze wijzigingen hierna in een aantal cursief weergegeven passages.

Dat vennootschapsbelasting is verschuldigd over de winst van BV’s en NV’s is wel bekend.
Ook stichtingen, verenigingen en coöperaties kunnen onderworpen zijn aan vennootschapsbelasting, maar slechts indien en voor zover ze een onderneming drijven. Dat is vaker aan de orde, dan u wellicht zou verwachten. Zie het hoofdstuk over de vennootschapsbelasting in onze notitie Belastingplicht van stichting en vereniging.
Commanditaire vennootschappen en fondsen voor gemene rekening zijn belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting wanneer ze een besloten karakter hebben.

Tarief

In de berekening van de verschuldigde vennootschapsbelasting zit een zogeheten tariefopstapje. Over de eerste € 200.000 van het belastbaar bedrag is 20% vennootschapsbelasting verschuldigd. Van de winst boven € 200.000 moet 25% aan de fiscus worden overgemaakt. Door winsten te spreiden over meerdere BV’s kan het tariefopstapje mogelijk meerdere keren worden benut.

Het tariefstapje wordt verlengd (behalve wanneer deze reeds aangenomen wetswijziging door Rutte III weer ongedaan zou worden gemaakt). Met ingang van 2018 geldt het tarief van 20% tot € 250.000 aan belastbaar bedrag. Met ingang van 2020 tot € 300.000 en met ingang van 2021 zelfs tot € 350.000. Het tarief voor het belastbaar bedrag boven het tariefopstapje blijft 25%.

Aanvulling naar aanleiding van het Regeerakkoord van het Kabinet Rutte III
De verhoging van het tariefopstapje van € 200.000 naar € 350.000 gaat niet door. Wel worden de tarieven verlaagd. Het hoge tarief van 25% naar 21% en het lage tarief van 20% naar 16%. Deze verlaging wordt gerealiseerd. in stapjes van 3 jaar. Deze maatregelen worden gefinancierd door de grondslag, waarover de vennootschapsbelasting wordt berekend, te verbreden:

  • de bodemwaarde van onroerend goed in eigen gebruik wordt verhoogd van 50% naar 100% van de WOZ-waarde
  • de termijn van voorwaartse verliesverrekening wordt verkocht van 9 naar 6 jaar;
  • er komt een beperking voor de aftrek van rente (boven € 1.000.000).

Als een zelf voortgebracht immaterieel activum is ondergebracht in de innovatiebox, worden de voordelen belast tegen een tarief van slechts 5%.

Aanvulling naar aanleiding van het Regeerakkoord van het Kabinet Rutte III
Het effectieve tarief van de innovatiebox wordt verhoogd naar 7%.

De vennootschapsbelasting kent ook een tarief van 0%. Dat tarief geldt alleen voor lichamen die voldoen aan het specifieke regime van de fiscale beleggingsinstelling (FBI). Een FBI heeft de verplichting om haar winst binnen 9 maanden na het einde van haar boekjaar uit te keren aan haar aandeelhouders (doorstootverplichting), bij wie dit dividend wordt belast.

Vrijstellingen

Uiteraard kent de vennootschapsbelasting ook vrijstellingen voor specifiek in de wet aangeduide lichamen. Van lichamen die niet zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting kunnen gedeelten van de winst zijn vrijgesteld. De belangrijkste van die vrijstellingen is de deelnemingsvrijstelling. Op grond van de deelnemingsvrijstelling worden voordelen uit BV’s of NV’s waarin een belang van 5% of meer wordt gehouden vrijgesteld van vennootschapsbelasting.

Andere onder voorwaarden vrijgestelde winstbestanddelen betreffen boekwinsten op landbouwgronden en kwijtscheldingswinsten. Ten aanzien van de landbouwvrijstelling gaat al enige tijd het aanhoudende gerucht dat die zal worden afgeschaft. Landbouwers doen er dan ook verstandig aan om na te (laten) kijken of in dit kader maatregelen genomen moeten worden.

Winst uitdelen

De na betaling van de vennootschapsbelasting resterende winst kan worden opgepot in de BV of NV. Wanneer deze netto winst aan de aandeelhouders wordt uitgekeerd, moet dividendbelasting (15%) worden ingehouden. Deze dividendbelasting mag de aandeelhouder verrekenen met de over het dividend verschuldigde inkomstenbelasting.

Aanvulling naar aanleiding van het Regeerakkoord van het Kabinet Rutte III
Het Kabinet is voornemens om de dividendbelasting af te schaffen.

De aandeelhouder betaalt over de waarde van de aandelen jaarlijks inkomstenbelasting in box 3 (inkomen uit sparen en beleggen). Alleen wanneer de aandeelhouder een aanmerkelijk belang heeft in de BV of NV die het dividend uitkeert, is over dividenden en vervreemdingsvoordelen 25% aanmerkelijk belangheffing (25%) verschuldigd. Als de aandelen behoren tot het ondernemingsvermogen worden de voordelen belast als inkomen uit werk en woning (box 1).

Aanvulling naar aanleiding van het Regeerakkoord van het Kabinet Rutte III
Het tarief van de aanmerkelijk belangheffing wordt verhoogd, met ingang van 2021, naar 28,5% (in 2020 bedraagt het tarief 27,3%).

Aangifte en belastingrente

Voor de vennootschapsbelasting moet jaarlijks aangifte worden gedaan. De belasting moet worden betaald op basis van een naar aanleiding van die aangifte opgelegde (voorlopige) aanslag.

De verschuldigde vennootschapsbelasting wordt verhoogd met belastingrente. Daarvoor hanteert de Belastingdienst een tarief van maar liefst 8%. De Belastingdienst berekent pas rente vanaf 1 juli na afloop van het belastingjaar. Voor het belastingjaar 2016 wordt, als het boekjaar is geëindigd op 31 december 2016, vanaf 1 juli 2017 belastingrente in rekening gebracht. De termijn waarover de Belastingdienst de rente berekent, loopt door tot de uiterste betaaldatum van de aanslag.

U kunt deze hoge belastingrente voorkomen of beperken door een voorlopige aanslag aan te vragen die de te betalen vennootschaps- en/of inkomstenbelasting zoveel mogelijk benadert. U moet de belasting dan uiteraard wel betalen.

Meer weten over vennootschapsbelasting?

Is uw BV/NV/stichting/vereniging belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting? Wordt de winst correct berekend? Heeft u geen recht op een vrijstelling? Hoe hoog moet de voorlopige aanslag zijn om te voorkomen dat u 8% belastingrente betaalt?

Laat de adviseurs van VWGNijhof u helpen bij het bepalen van de beste tactiek in het kader van de (vennootschaps)belasting.

 

Andere artikelen

De belastingplannen voor 2023

Welke belangrijke fiscale voorstellen kwamen op Prinsjesdag 2022 uit het koffertje van minister Kaag van Financiën? Wij zetten de tien belangrijkste voor...

Hogere winstbelastingen!!

Al snel na het bereiken van het akkoord over de koopkrachtmaatregelen, zijn deze uitgelekt. Wij ontlenen het onderstaande aan de pers.