Restwaarde leasefiets

Gepubliceerd op: 28 september 2022

De Staatssecretaris van Financiën heeft in een besluit een goedkeuring gegeven voor de bepaling van de restwaarde van een “leasefiets”.

Leasefiets

Met de term “leasefiets” duiden we op een fiets die door de werkgever aan de werknemer ter beschikking wordt gesteld. Dat houdt in dat de werkgever de eigenaar blijf van de fiets en de werknemer de fiets mag gebruiken. De werkgever hoeft de fiets niet te leasen, maar mag die ook hebben gekocht.

Voor een ter beschikking gesteld fiets geldt sinds een paar jaar een bijtellingsregeling. Het privégenot van de werknemer wordt gesteld op 7% van de consumentenadviesprijs (inclusief BTW) van de fiets. Dit bedrag wordt bij het loon geteld, waarover loonbelasting moet worden afgedragen.

De werkgever mag het bedrag van de bijtelling aanwijzen voor de vrije ruimte van de werkkostenregeling. De werknemer is dan geen loonbelasting verschuldigd. De werkgever wel, maar alleen voor zover het totaal van de voor de vrije ruimte aangewezen vergoedingen en verstrekkingen de vrije ruimte overschrijdt.

Fiets overnemen

Wanneer de werknemer de fiets van de werkgever wil overnemen, zijn er 2 mogelijkheden:

  • de werknemer betaalt de werkgever de waarde van de fiets;
  • de waarde van de fiets wordt tot het loon van de werknemer gerekend en er wordt loonbelasting over betaald (tenzij de werkgever dit loon aanwijst voor de vrije ruimte van de werkkostenregeling).

De goedkeuring houdt in dat de waarde van de fiets mag worden bepaald rekening houdend met een waardevermindering van 20% op jaarbasis. Na verloop van 5 jaar is de waarde dan nihil en mag de werknemer de fiets gratis van de werkgever overnemen.

Aan werknemers die van hun werkgever een fiets ter beschikking hebben gekregen, kan niet de belastingvrije vergoeding van € 0,19 per kilometer (met ingang van 2023: € 0,21 per kilometer) voor het woon-werkverkeer worden betaald. Met de ter beschikking gestelde fiets voorziet de werkgever namelijk in het woon-werkverkeer (dan is sprake van “vervoer vanwege de werkgever”).

Voorbeeld

Stelt een werkgever stelt aan een werknemer een hagelnieuwe fiets ter beschikking, die de werkgever koopt voor € 2.500 (inclusief BTW). De bijtelling wordt door de werkgever niet aangewezen voor de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Na 5 jaar schenkt de werkgever de werknemer de fiets.

De werknemer heeft dan 5 jaar lang loonbelasting betaald over 7% van € 2.500, derhalve over € 875 (5 * € 175). Als de werknemer het hoogste tarief (49,5%) is verschuldigd, kost hem of haar dit € 433.

De werkgever betaalt voor de fiets € 2.500 en mag € 130 aan BTW aftrekken uit (op grond van het BUA mag worden afgetrokken: 21% BTW uit € 749). Per saldo bedraagt de last van de werkgever € 2.370. Voor de BTW-aftrek geldt de voorwaarde dat de werknemer niet op meer dan 50% van de dagen waarop hij of zij naar het werk reist een reiskostenvergoeding of een andere vorm van vervoer van de werkgever ontvangt.

Andere artikelen

Let op met afhaaltransacties

Wanneer ondernemers goederen intracommunautair leveren, mogen ze voor de BTW het 0%-tarief toepassen. Maar daarvoor geldt wel een zware bewijslast.