Selecteer een pagina

Rentemiddeling

20150731_rentemiddeling2_VWGNijhof

Een betrekkelijk nieuw fenomeen in financieringsland is het zogeheten rentemiddeling. Dit betreft (hypothecaire) leningen met een gedurende een bepaalde periode vaste rente (rentevastperiode). In tijden van (flink) dalende rentetarieven kijkt de geldlener uiteraard halsreikend uit naar het einde van een lopende rentevastperiode. Daarop anticiperend biedt een aantal geldverstrekkers de mogelijkheid van rentemiddeling. Rentemiddeling kan alleen bij de eigen geldverstrekker. Bij een overstap naar een nieuwe geldverstrekker zal de oude geldverstrekker diens rentenadeel (boeterente) direct willen incasseren.

Bij rentemiddeling wordt een lopende rentevastperiode afgebroken en een nieuwe rentevastperiode gestart. Uiteraard gaat het stoppen van een lopende rentevastperiode in het algemeen gepaard met de verschuldigdheid van een boeterente. Die boeterente hoeft de geldlener niet in één keer te betalen, maar dit wordt uitgesmeerd over de nieuwe rentevastperiode doordat de boeterente wordt vertaald in een opslag op het rentetarief van de nieuwe rentevastperiode. Naast deze opslag worden door de geldverstrekkers vaak nog andere opslagen gehanteerd, zoals bijvoorbeeld een opslag voor het risico van vroegtijdig volledig aflossen van de lening bij verkoop van het onderpand (vaak is de woning via een recht van hypotheek het onderpand voor een lening). Daarnaast worden door een aantal geldverstrekkers administratiekosten berekend en voor zover een hypotheekadviseur bij de rentemiddeling is betrokken, zal ook die kosten berekenen.

Of rentemiddeling interessant is, ten opzichte van andere mogelijkheden tot verlaging van de maandlasten, hangt uiteraard af van elke individuele situatie. Van belang daarbij is mede de aftrekbaarheid van de met de rentemiddeling gemoeide kosten voor de inkomstenbelasting in de vorm van eigen woningrente of -kosten. In antwoorden op Kamervragen heeft Minister Dijsselbloem van Financiën aangegeven dat aftrekbaar zijn de vergoedingen die betrekking heeft op het ter beschikking stellen van de hoofdsom van de geldlening (inclusief de boeterente, ook wanneer die wordt uitgesmeerd). Vergoedingen die zien op andere rechten en verplichtingen met zelfstandige betekenis moeten worden afgesplitst als niet aftrekbare kosten (een voorbeeld van een dergelijke vergoeding is de opslag voor het risico van voortijdige aflossing). Deze splitsing hoeft te worden gemaakt niet zo lang het totaal van alle opslagen niet meer bedraagt dan 0,2%-punt. Bij rentemiddeling zal het totaal van de opslagen echter in het algemeen hoger zijn.

Andere artikelen