Selecteer een pagina

Rendementen box 3 voor 2019

Staatssecretaris Snel van Financiën heeft de definitieve rendementspercentages bekend gemaakt, die in 2019 voor box 3 worden gehanteerd.

Box 3

Dit betreft je inkomen uit sparen en beleggen. In box 3 worden onder andere met inkomstenbelasting belast:

  • bank- en spaartegoeden;
  • effecten en andere beleggingen;
  • onroerend goed, behalve de eigen woning en onroerend goed dat je gebruikt in je onderneming;
  • uitstaande vorderingen, behalve die op je eigen onderneming.

Uitgangspunt is de waarde van je tot box 3 behorende bezittingen, minus je schulden in box 3 op 1 januari. Na aftrek van het heffingvrij vermogen van € 30.360 (2018: € 30.000) per fiscaal partner wordt een forfaitair rendement berekend. En over dit rendement is vervolgens 30% inkomstenbelasting verschuldigd.

Rendementspercentages in 2019

Voor het forfaitaire rendement worden twee rendementsklassen gehanteerd. Rendementsklasse I betreft het spaardeel. Het forfaitaire rendement voor deze klasse wordt gebaseerd op de rendementen op spaarrekeningen. Rendementsklasse II betreft het beleggingsdeel. In 2019 gelden de volgende rendementspercentages:

  • rendementsklasse I: 0,13% (2018: 0,36%);
  • rendementsklasse II: 5,60% (2018: 5,38%).

In welke rendementsklasse je vermogen in box 3 wordt belast, hangt af van de hoogte van de grondslag. Voor 2019 gelden daarvoor de volgende wegingsfactoren:

Schijf Grondslag Wegingsfactor
van tot I II
1 0 71650 67% 33%
2 71651 989736 21% 79%
3 989737 0% 100%

Anderhalf miljoen

Stel het saldo van je bezittingen en schulden in box 3 bedraagt € 1.500.000. Hoeveel inkomstenbelasting betaal je dan?

Je forfaitair bepaalde rendement komt dan op € 69.128. Daarover betaal je 30% aan inkomstenbelasting: € 20.738. De berekening van het forfaitaire rendement is als volgt:

Schijf Vermogen box 3 Weging Rendement
0,13% 5,60% Totaal
30.360
1 71.650 48.006 23.645 62 1.324 1.386
2 918.086 192.798 725.288 251 40.616 40.867
3 479.904 0 479.904 0 26.875 26.875
1.500.000 69.128

Alternatief

Het kan nog steeds lonen om je vermogen in box 3 onder te brengen in een BV (of een open fonds voor gemene rekening). Dat hangt af van het daadwerkelijke rendement dat je behaalt. In de BV wordt namelijk het daadwerkelijk behaalde rendement belast met vennootschapsbelasting (meestal 20%). En als je het rendement uit de BV haalt, betaal je aanmerkelijk belangheffing (box 2) tegen een tarief van 25%.

Als je vermogen in box 3 voornamelijk bestaat uit spaartegoeden, ontvang je op dit moment nagenoeg geen rente. Dan is inbreng in een BV eigenlijk altijd voordelig. Voor andere soorten vermogen bekijken wij graag met je of inbreng in een BV interessant is.

Aanpassing box 3

Het Kabinet Rutte III heeft aangekondigd box 3 aan te passen. Dit is echter nog geen onderdeel van de belastingplannen voor 2019. Daarmee blijft het bij lage(re) rendementen interessant om box 3 te ontvluchten door middelen onder te brengen in een BV. Dat moet je dan vóór 1 januari 2019 regelen. Het is toegestaan omdat nog op het laatste moment te doen.

Net als voor voorgaande jaren is ook voor 2017 aan de belastingrechter de vraag voorgelegd of de forfaitaire heffing van box 3 rechtsgeldig is. Als je inkomstenbelasting in box 3 betaalt en bij deze procedure wilt aanhaken, moet je op tijd bezwaar maken. Zie ons artikel Procedure box 3 wordt massaal bezwaar.

Andere artikelen