28-04-2021

Pro rata BTW niet gedeeltelijk

De Hoge Raad heeft beslist dat de aftrek van BTW op grond van de pro rata regeling geldt voor alle gemengd gebruikte prestaties samen. Niet slechts voor een deel van die prestaties.

Uitsluitend

Hat gaat om de aftrek van BTW op ingekochte goederen en diensten. Voordat we toekomen aan de toepassing van de pro rata regeling moet worden bekeken of een ingekocht goed of dienst uitsluitend wordt gebruikt voor met BTW belaste of van BTW vrijgesteld prestaties. Als dat het geval is, is de BTW volledig wel of volledig niet aftrekbaar.

Voor de BTW op alle overige ingekochte goederen en diensten (de gemengde prestaties) wordt met de pro rata regeling bepaald welk deel van de BTW aftrekbaar is.

Hoofdregel

De mate van aftrek van BTW wordt in de pro rata regeling bepaald op basis van de verhouding van de met BTW belaste omzet tot de totale omzet. Dat is de hoofdregel.

Wanneer een verhouding op basis van het werkelijke gebruik van de gemengde prestaties leidt tot een beter resultaat, mag de mate van aftrek van BTW worden bepaald op basis van het werkelijke gebruik. Degene die van mening is dat de uitzondering van toepassing is, moet dit onderbouwen.

Niet gedeeltelijk

De zaak bij de Hoge Raad betreft een ondernemer die kinderopvang aanbiedt. Kinderopvang is vrijgesteld van BTW. De ondernemer heeft echter ook een op de kinderopvang gericht ICT-platform ontwikkeld, dat aan derden beschikbaar wordt gesteld. Die prestatie wordt belast met BTW. Het ICT-platform wordt zowel gebruikt voor de eigen kinderopvang (vrijgesteld van BTW) als aan derden beschikbaar gesteld (belast met BTW). De BTW op de inkoop van goederen en diensten voor het platform moeten daarom op basis van de pro rata regeling worden afgetrokken.

Het spreekt voor zich dat de omzetverhouding in euro’s niet in de buurt komt van het werkelijke gebruik van het ICT-platform. Daarom wil de ondernemer de aftrek van BTW voor alleen het ICT-platform relateren aan de verhouding van het werkelijke gebruik in de eigen kinderopvang tegenover de terbeschikkingstelling aan derden. De aftrek van de overige gemengde BTW wilde de ondernemer baseren op de omzetverhouding.

De Hoge Raad beslist echter dat naar alle gemengde prestaties moet worden gekeken. Alleen wanneer voor alle gemengde prestaties op basis van het werkelijk gebruik tot een reëlere BTW-aftrek wordt gekomen, mag het werkelijk gebruik worden gehanteerd.

Overigens biedt de BTW-richtlijn aan lidstaten van de EU wel de mogelijkheid om gedeeltelijk pro rata toe te staan. Nederland heeft hiervan echter geen gebruik gemaakt. Wellicht is het arrest voor de Nederlandse overheid een aanleiding om de wet op dit punt aan te passen.