Werkgevers die aan hun werknemers een niet volledig elektrisch aangedreven personenauto ter beschikking stellen, gaan (fors) belasting betalen.
Wetsvoorstel
Deze maatregel is opgenomen in de wetsvoorstellen met de belastingplannen voor 2026. Doel is om werkgevers ertoe aan te zetten om geen CO2 uitstotende personenauto’s meer aan hun werknemers ter beschikking te laten stellen. De genoemde wetsvoorstellen moeten nog door Tweede en Eerste Kamer worden behandeld, waardoor het onzeker is of de maatregel ook daadwerkelijk zal worden ingevoerd.
1-1-2027
Het is de bedoeling dat de heffing gaat gelden voor niet volledig elektrisch aangedreven personenauto’s die met ingang van 1 januari 2027 nieuw aan werknemers ter beschikking worden gesteld. Werkgever hoeven daarom op dit moment nog niet op de (mogelijk) nieuwe heffing te anticiperen. Als de maatregel door het Parlement wordt aangenomen, moet er in de loop van 2026 uiteraard wel rekening mee worden gehouden.
Er komt wel een overgangsregeling. Voor auto’s die voor 1 januari 2027 aan werknemers ter beschikking zijn gesteld, geldt de extra belastingheffing pas met ingang van 17 september 2030. Als de auto voor 17 september 2030 wisselt van werkgever, vervalt de overgangsregeling. Wanneer een auto door een werkgever aan een andere werknemers ter beschikking wordt gesteld, loopt de overgangsregeling wel door.
Pseudo eindheffing
De (extra) belasting is een zogeheten “pseudo eindheffing”. Dat betekent dat de belasting ten laste van de werkgever komt. De heffing bedraagt 12% van de cataloguswaarde (als de personenauto ouder is dan 25 jaar wordt in plaats van de cataloguswaarde de waarde in het economisch verkeer gehanteerd). Voor een auto met een cataloguswaarde van € 75.000 is de werkgever derhalve elk jaar € 9.000 aan loonbelasting verschuldigd.
Deze heffing komt niet in plaats van, maar bovenop de loonbelasting die de werknemer is verschuldigd over de bijtelling voor het privégebruik van de auto. Die bijtelling bedraagt op dit moment 22% van de cataloguswaarde van de auto. Bij een cataloguswaarde van € 75.000 wordt € 16.500 bij het loon van de werknemer geteld en tegen het hoogste tarief betaalt de werknemer daar € 8.167 aan loonbelasting over.
De pseudo eindheffing is alleen aan de orde wanneer de auto door de werknemer (mede) voor privédoeleinden wordt gebruikt. Maar voor deze regeling wordt het woon-werkverkeer van de werknemer expliciet aangemerkt als privégebruik.
De pseudo eindheffing geldt voor auto’s met voertuigcategorie M1 (personenauto’s), derhalve niet voor bestelauto’s (voertuigcategorie N1, N2 of N3).