Eén op de vier betaalt meer IB dan nodig is

Dat schrijft het Financieel Dagblad in een eind maart gepubliceerd artikel. Staatssecretaris Vijlbrief van Financiën schrijf in antwoorden op Kamervragen dat de Belastingdienst niet beoordeelt of aangiften leiden tot het voor de burger optimale resultaat.

Gemeenschappelijke inkomensbestanddelen

Het gaat om de mogelijkheid dat fiscale partners een aantal gemeenschappelijke inkomensbestanddelen vrijelijk tussen elkaar kunnen verdelen. De enige voorwaarde is dat het hele inkomensbestanddeel in het inkomen moet zijn begrepen. Als partners geen keuze maken, worden gemeenschappelijke inkomensbestanddelen 50/50 verdeeld.

De vrijelijk te verdelen gemeenschappelijke inkomensbestanddelen zijn:

  • belastbaar inkomen uit de eigen woning;
  • inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2);
  • onderhoudsverplichtingen;
  • specifieke zorgkosten;
  • weekenduitgaven voor gehandicapten;
  • scholingsuitgaven;
  • aftrekbare giften;
  • de heffingsgrondslag van het inkomen uit sparen en beleggen (box 3);
  • de als voorheffing in aanmerking te nemen dividendbelasting.

Kiezen

Fiscaal partners kunnen de door hen gewenste verdeling kiezen tot het moment waarop de definitieve aanslag voor één van hen beiden onherroepelijk is. Een aanslag is onherroepelijk wanneer de bezwaartermijn ongebruikt is verstreken. De bezwaartermijn eindigt 6 weken na de dagtekening van de aanslag.

In het algemeen wordt de keuze gemaakt in de aangiften. Met de software, die wordt gebruikt voor het samenstellen van de aangifte, kan de keuze voor de verdeling worden gemaakt. Commerciële aangiftesoftware bevat meestal een tool waarmee de fiscaal optimale verdeling kan worden berekend. De software van de Belastingdienst bevat een dergelijke tool niet.

Het financiële belang van de keuze verschilt van een paar tientjes tot enkele duizenden euro’s. Het kan dus zeker de moeite lonen om er goed naar te (laten) kijken. Welke verdeling het voordeligst is, hangt af van de concrete situatie. Naast het tarief spelen de heffingskortingen, waarvan de hoogte ook afhangt van het inkomen. In box 2 en 3 zijn de tarieven proportioneel, maar in box 3 kan wel een voordeel worden behaald (nadeel worden voorkomen) in het kader van de berekening van het forfaitaire rendement.

Een wel eens vergeten gevolg van een gekozen verdeling kan zijn dat de ene fiscale partner belasting betaald, waarover belastingrente wordt berekend, terwijl de andere partner belasting terugontvangt, die niet met belastingrente wordt verhoogd.

Andere artikelen

Afbetaling coronaschulden

Met ingang van oktober 2022 moeten ondernemers hun coronaschulden aflossen aan de Belastingdienst. We zetten de regels die daarbij gelden voor je...

Restwaarde leasefiets

De Staatssecretaris van Financiën heeft in een besluit een goedkeuring gegeven voor de bepaling van de restwaarde van een “leasefiets”.

De belastingplannen voor 2023

Welke belangrijke fiscale voorstellen kwamen op Prinsjesdag 2022 uit het koffertje van minister Kaag van Financiën? Wij zetten de tien belangrijkste voor...