14-10-2016

BTW-tarief op alcohol bij lunches

horeca wijn alcohol lunch vwgnijhof

Eind 2014 kondigden wij aan dat een proefprocedure aanhangig zou worden gemaakt, waarin aan de belastingrechter de vraag zou worden voorgelegd of de levering van alcoholische dranken op kan gaan in de restaurantdienst. Zover ons bekend, is een dergelijke proefprocedure nog steeds niet opgestart. In recente uitspraak van de Rechtbank Gelderland kwam de kwestie toch aan de orde.

Prestaties in de horeca

Prestaties in de horeca worden voor de heffing van BTW onderscheiden in:

  • levering van voedsel en dranken;
  • restaurantdiensten.

Het onderscheid tussen beiden is voor de horeca in Nederland van weinig belang. Zowel de levering van voedsel en dranken als restaurantdiensten worden namelijk met BTW belast tegen het verlaagde tarief van 6%.

Sportkantine

Het onderscheid tussen leveringen en diensten is wel van belang voor sportkantines. Sinds 2014 geldt de kantineregeling niet meer voor sportverenigingen. De prestaties in de kantine vallen daardoor onder de vrijstelling voor fondsenwerving, die voor diensten geldt tot maximaal € 50.000 en voor leveringen tot maximaal € 68.067.

De prestaties die in een dergelijke kantine worden verricht, kwalificeren volgens het Hof van Justitie niet als restaurantdiensten. Het aanvullende dienstbetoon is te gering om de prestatie te zien als meer dan de levering van voedsel en dranken.

Zie ook onze notitie Belastingplicht van stichting en vereniging.

Alcoholische dranken

De levering van alcoholische dranken wordt expliciet uitgesloten van het verlaagde BTW-tarief en daarom belast tegen het algemene tarief (21%).

Bij bier is sprake van een alcoholhoudende drank bij een alcoholpercentage van 0,5 of hoger. Wijn, port, sherry en gedestilleerde dranken zijn aan het 21%-tarief onderworpen bij een alcoholpercentage van 1,2 of hoger. Voor mixdranken bestaat een goedkeurende regeling.

Alcohol bij lunches

Een horeca-ondernemer serveerde lunches en diners. Uiteraard werden daarbij ook alcoholische dranken genuttigd. Deze restauranthouder is van mening dat deze alcoholische dranken onderdeel zijn van de restaurantdienst, zodat het verlaagde BTW-tarief moet worden toegepast.

Hij onderbouwt deze stelling met het argument dat de wijze waarop de Nederlandse wetgever de uitzondering voor restaurantdiensten heeft geregeld, in strijd is met de Europese BTW-richtlijn. Net als eerder de Rechtbank Zeeland-West-Brabant beslist de Rechtbank Gelderland echter dat de BTW-richtlijn toestaat om in het kader van één restaurantdienst twee verschillende tarieven te hanteren. De levering van de alcoholhoudende drank mag zo worden uitgesloten van de toepassing van het verlaagde BTW-tarief.

Ook het argument van de ondernemer dat het vrijwel ondoenlijk is om de omzet te splitsen, omdat de markt in toenemende mate all-in-prijzen eist, wordt door de rechtbank terzijde gesteld.