06-03-2019

Bestrijding van excessief lenen van de eigen BV

In de belastingplannen voor 2019 werd de “rekening-courantmaatregel” aangekondigd. Het wetsvoorstel daarvoor is nu door Financiën voor internetconsultatie vrijgegeven, onder de naam Wet excessief lenen bij eigen vennootschap.

Fictief regulier voordeel

Basis van het voorstel is dat het totaal van de schulden aan de eigen BV, voor zover dat meer bedraagt dan € 500.000, bij de directeur-grootaandeelhouder (DGA) wordt belast met inkomstenbelasting als een fictief regulier voordeel uit aanmerkelijk belang (box 2). Van een “eigen BV” is sprake wanneer je een aanmerkelijk belang houdt (5% of meer van het uitstaande aandelenkapitaal of van een BV of van een afzonderlijke aandelensoort).

Voorbeeld
Stel je hebt als DGA op 31 december 2022 een schuld aan je BV van € 750.000. Dan wordt belast in box 2: € 750.000 -/- € 500.000 = € 250.000. Over dit fictieve voordeel betaal je 26,9% inkomstenbelasting. Dit komt neer op een bedrag van € 67.250.

De bedoeling is dat de wet op 1 januari 2022 van kracht wordt. De peildatum voor de heffing is de laatste dag van elk kalenderjaar. Dus voor het eerst op 31 december 2022 wordt bekeken of de omvang van het totaal van de schulden aan de BV aanleiding is om belasting te heffen.

Uiteraard betaal je over het excessieve deel van je schulden aan je BV maar één keer belasting. Dat wordt geregeld door de drempel van € 500.000 te verhogen met het bedrag waarover je belasting hebt betaald.

Voorbeeld
De DGA in het vorige voorbeeld heeft in 2023 een drempel van € 500.000 + € 250.000 = € 750.000. 

Over het fictief regulier voordeel draagt de BV geen dividendbelasting af. De DGA moet zelf het voordeel verwerken in zijn aangifte inkomstenbelasting.

Eigen woningschuld

De hiervoor genoemde drempel van € 500.000 geldt niet per fiscaal partner, maar voor beide partners samen. Ook de schulden van beide partners worden samengeteld, ongeacht of (en hoe) de partners zijn gehuwd en ongeacht of beide partners een aanmerkelijk belang houden. Wanneer je meerdere BV’s hebt, worden de schulden aan alle BV’s, waarin je (in)direct aan aanmerkelijk belang houdt, op één hoop geveegd.
Vorderingen op de BV(‘s) worden niet gesaldeerd met de schulden.

Ook mag je een eigen woningschuld optellen bij de drempel van € 500.000. Voorwaarde is dat deze eigen woningschuld daadwerkelijk wordt gedekt door een ten gunste van de BV op jouw eigen woning gevestigd zakelijk recht van hypotheek. Deze voorwaarde geldt alleen voor eigen woningleningen die zijn aangegaan na 31 december 2021.

Voorbeeld
In het vorige voorbeeld is sprake van een schuld ter financiering van de eigen woning van de DGA van € 400.000 en een rekening-courantschuld van € 350.000. Dan bedraagt de drempel: € 500.000 + € 400.000 = € 900.000. Het totaal van de schulden (€ 750.000) is lager dan de drempel. Dus hoeft geen fictief regulier voordeel in aanmerking genomen te worden.

Alleen voor box 2

De maatregel geldt uitsluitend in het kader van het inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2). Alle leningen blijven civielrechtelijk volledig in stand. De rente en aflossing op de leningen moet gewoon worden doorbetaald. Bij de BV levert de ontvangen rente een bate op waarover vennootschapsbelasting is verschuldigd. En voor zover de schuld bij de DGA in privé tot het inkomen uit sparen en beleggen (box 3) behoort, blijft die op de grondslag voor de bepaling van dat inkomen in mindering komen.

Het fictieve reguliere voordeel waarover je belasting hebt betaald, komt bij de daadwerkelijke vervreemding van je aandelen in aftrek op je daadwerkelijke reguliere voordeel. Maar daardoor kan nooit een verlies ontstaan.

Voorbeeld
De DGA uit het eerste voorbeeld hiervoor rekent in 2022 over € 250.000 aan fictief regulier voordeel af.
In 2023 verkoopt hij de aandelen voor € 400.000. De verkrijgingsprijs bedraagt € 1, zodat een regulier voordeel uit aanmerkelijk belang ontstaat van: € 400.000 -/- € 1 = € 399.999. Daarvan mag het afgerekende fictieve voordeel worden afgetrokken, zodat ter zake van de verkoop nog wordt belast: € 399.999 -/- € 250.000 = € 149.999.

Anticiperen

Uiteraard is het zaak dat je als DGA laat beoordelen of je op deze maatregel kunt anticiperen. Daarvoor is nog genoeg tijd. De eerste peildatum ligt immers, als de regeling per 1 januari 2022 ingaat, pas op 31 december 2022.

De verhoging van het aanmerkelijk belangtarief kan het echter aantrekkelijk maken om al in 2019 maatregelen te nemen. In 2019 betaal je over inkomen uit aanmerkelijk belang nog “slechts” 25% aan inkomstenbelasting. In 2020 bedraagt het tarief 26,5% en vanaf 2021: 26,9%.

De internetconsultatie sluit op 1 april 2019. Meestal verschijnt enkele weken daarna het definitieve wetsvoorstel, dat vervolgens in de Tweede en Eerste Kamer wordt behandeld.