13-11-2020

Baangerelateerde Investeringskorting (update 8 december 2020)

Deze factsheet is ook beschikbaar in pdf-format.

 

Het Belastingplan 2021 is op 12 november 2020 door de Tweede Kamer aanvaard. Onderdeel van dit wetsvoorstel is de invoering van de Baangerelateerde InvesteringsKorting (BIK), met een budget van in totaal € 4 miljard(!).

Ondernemers moeten mogelijk nu al rekening houden met de BIK. De afdrachtvermindering kan al worden toegepast op investeringsverplichtingen die op of na 1 oktober 2020 worden aangegaan.

 

Wie heeft recht op BIK?

De BIK staat open voor:

  • natuurlijke personen of lichamen;
  • die inhoudingsplichtige zijn voor de loonbelasting en;
  • die in aanmerking komen voor kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (het moet dus gaan om ondernemers die over hun winst inkomsten- of vennootschapsbelasting betalen).

Geen personeel = geen BIK

De BIK is een vermindering op de loonbelasting e premies volksverzekeringen (afdrachtvermindering). Dat betekent dat alleen ondernemers die in Nederland personeel verlonen, gebruik kunnen maken van de BIK.

Om de BIK volledig te kunnen effectueren moet de ondernemer bovendien voldoende afdragen aan loonheffingen. De BIK kan namelijk niet leiden tot een negatief bedrag aan loonheffingen.

Dit wordt per kalenderjaar beoordeeld. Wanneer na afloop van een jaar blijkt dat niet alle BIK is geeffectueerd, kunnen voor verstreken aangiftetijdvakken correctieberichten loonheffingen worden ingediend. Op grond van die correctieberichten worden de over die tijdvakken afgedragen loonheffingen terugbetaald.

Welke investeringen

De BIK mag worden toegepast op investeringen in:

  • nieuwe (niet eerder gebruikt, beoordeeld vanuit het bedrijfsmiddel);
  • bedrijfsmiddelen;
  • met een investeringsbedrag per bedrijfsmiddel van tenminste € 1.500.

Bovendien kan pas BIK worden aangevraagd voor een totaal aan investeringen van tenminste € 20.000.

De drempels van € 1.500 en € 20.000 betekenen waarschijnlijk dat veel kleine ondernemers geen beroep kunnen doen op de BIK.

Voor welke bedrijfsmiddelen niet?

De BIK geldt niet ten aanzien van:

  • verbeteringen van bedrijfsmiddelen;
  • zelf voortgebrachte bedrijfsmiddelen.

Verder gelden voor de BIK alle uitsluitingen die ook gelden ten aanzien van de investeringsaftrekken. De BIK geldt daardoor niet voor:

  • bedrijfsmiddelen die (hoofdzakelijk) worden gebruikt voor het bosbouwbedrijf of een onderneming waarop een regeling ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing is;
  • gronden (inclusief ondergrond van gebouwen);
  • woonhuizen en woonschepen;
  • personenauto’s;
  • vaartuigen voor representatieve doeleinden;
  • effecten, vorderingen, goodwill, vergunningen, ontheffingen, concessies en andere dispensaties van publiekrechtelijke aard;
  • dieren;
  • bedrijfsmiddelen die hoofdzakelijk zijn bestemd om aan derden ter beschikking te worden gesteld;
  • bedrijfsmiddelen waarvan het investeringsbedrag minder bedraagt dan € 1.500;
  • verplichtingen aangegaan tussen:
    • personen die tot hetzelfde huishouden behoren;
    • bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of personen die tot hun huishouden behoren;
    • gerechtigden tot een nalatenschap waartoe het bedrijfsmiddel behoort;
    • degene die voor tenminste 1/3e een belang heeft in een vennootschap en de vennootschap (en omgekeerd).

Termijnen

Er zijn nog meer voorwaarden!

De investeringsverplichting moet zijn aangegaan:

  • ná 30 september 2020 en;
  • vóór 1 januari 2023.

De laatste betaling op de investering moet zijn gedaan in de kalenderjaren 2021 of 2022.

Dat betekent dat op een investeringsverplichting die is aangegaan tussen 1 oktober en 31 december 2020 nog tenminste één betaling in 2021 moet worden gedaan.

Een investeringsverplichting die eind 2022 wordt aangegaan, moet uiterlijk 31 december 2022 geheel zijn betaald.

De investering moet uiterlijk binnen 6 maanden na de laatste betaling in gebruik zijn genomen.

Door deze termijnen vallen omvangrijke en meerjarige investeringen in het algemeen buiten de BIK. Zo mogelijk kunnen deze investeringen worden opgeknipt in deelinvesteringen. Dat is ook mogelijk voor investeringen rond het begin en het einde van de regeling.

Aannemelijk maken

Van belang is vanzelfsprekend dat de inhoudingsplichtige aannemelijk kan maken dat aan deze termijnen is voldaan. Deze bewijslast is vormvrij.

Administratieplicht

Op de aanvrager van een BIK-verklaring rust de verplichting om ten aanzien van de bik een volgens nog vast te stellen regels ingerichte administratie bij te houden.

Hoogte van de BIK

De BIK bedraagt 3,9% van het investeringsbedrag. Overschrijdt het investeringsbedrag € 5.000.000, dan is de BIK over het meerdere 1,8%. Deze percentages gelden voor de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2021. Als in 2021 het budget voor de BIK wordt overschreden, worden voor 2022 lagere percentages vastgesteld.

Schematisch:

2020/ 2021 2022
Tot 5.000.000 3,9% ?
Boven 5.000.000 1,8% ?

 

Oók KIA, MIA en EIA

De BIK wordt toegepast naast de bestaande regelingen voor kleindschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA), milieuinvesteringsaftrek (MIA) en energieinvesteringsaftrek (EIA). Ook staat de BIK niet in de weg aan de toepassing van de regeling voor willekeurig afschrijving op milieu-investeringen (vamil).

De kostprijs van het bedrijfsmiddel wordt voor de afschrijving op het bedrijfsmiddel en voor de investeringsaftrekken niet verminderd met de BIK.

Aanvraag

Om de BIK te kunnen effectueren, moet een BIK-verklaring worden aangevraagd. Dat kan uitsluitend elektronisch bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Dat kan maximaal 4 keer per kalenderjaar

RVO zal binnen 12 weken na ontvangst van de aanvraag beslissen over het wel of niet afgeven van de BIK-verklaring.

Pas vanaf 1 september 2021 kunnen BIK-verklaringen worden aangevraagd. De ondernemer die in 2020 of begin 2021 investeert, moet derhalve nog geruime tijd wachten op het BIK-voordeel.

Hoge boete

Op misbruik van de BIK staat een bestuurlijke boete van maximaal € 100.000 of (wanneer dat hoger is) 20% van het bedrag van de afdrachtvermindering.

Een lagere bestuurlijke boete (van maximaal € 2.500) is aan de orde wanneer de BIK-inhoudingsplichtige:

  • weet of redelijkerwijs kan weten dat bij de aanvraag onjuiste informatie is verstrekt;
  • niet binnen 3 maanden bij RVO heeft gemeld dat het bedrijfsmiddel niet binnen 6 maanden na de laatste betaling in gebruik is genomen;
  • niet binnen 1 maand bij RVO heeft gemeld dat de inhoudingsplicht is geëindigd.

Samenwerkingsverband

Bij een samenwerkingsverband (maatschap, VOF) worden de buitenvennootschappelijke investeringen van participanten voor de BIK toegerekend aan het samenwerkingsverband.

Fiscale eenheid

Voor de internationale aspecten aangaande de toepassing van de BIK door een fiscale eenheid moet nog afstemming plaatsvinden met de Europese Commissie (EC).

In afwachting daarvan gaan de hierna beschreven regels betreffende de fiscale eenheid niet eerder in dan nadat de goedkeuring van de EC is ontvangen. Wij hebben de beschrijving daarom cursief weergegeven.

Afkeuring door de EC kan tot gevolg hebben dat de regeling voor de fiscale eenheid helemaal niet wordt ingevoerd. In dat geval wordt het percentage van de BIK verhoogd, zodat tot het volledige budget kan worden besteed.

In een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting moet één vennootschap worden aangewezen als de BIK-inhoudingplichtige voor de BIK-investeringen van die fiscale eenheid. Het is niet mogelijk om de BIK-aanvraag te doen per afzonderlijk onderdeel van een fiscale eenheid.

De BIK-aanvraag omvat de BIK-investeringen van alle onderdelen van de fiscale eenheid. In de BIK-aanvraag kan de gewenste verdeling van de afdrachtvermindering over de onderdelen van de fiscale eenheid worden aangegeven.

De BIK-verklaring vermeldt vervolgens het per onderdeel in aanmerking te nemen bedrag. Als in de aanvraag geen verdeling is aangegeven, wordt de totale BIK toegedeeld aan de aanvrager (alleen dit onderdeel kan de BIK dan verzilveren).

Op deze wijze komen onderdelen van een fiscale eenheid, die niet inhoudingsplichtig zijn, toch in aanmerking voor de BIK-verplichting. Daarnaast kan de BIK op investeringen van een onderdeel dat weinig loonheffing afdraagt, worden geeffectueerd bij een ander onderdeel van de fiscale eenheid.

Verwerking

De BIK moet uiteraard worden verwerkt in de aangifte(n) loonbelasting. In het kalenderjaar 2021 is de rubriek BIK-afdrachtvermindering nog niet beschikbaar. Daarom moet de rubriek afdrachtvermindering zeevaart worden gebruikt.

 

 

Deze notitie is bedoeld om een regeling in grote lijnen uiteen te zetten. Met het oog op de leesbaarheid zijn zaken daarom vereenvoudigd weergegeven. VWG is daarom niet aansprakelijk voor de gevolgen van handelingen die naar aanleiding van deze notitie wel of niet zijn uitgevoerd