06-10-2020

Voorstel BIK ingediend

Kort nadat wij in een artikel de contouren van de BIK schetsten, is de tekst van de regeling toegevoegd aan het Wetsvoorstel Belastingplan 2021. De grote vraag is natuurlijk of deze regeling de politieke eindstreep zal halen. Wij volgen de behandeling door het Parlement van de belastingplannen dan ook met grote belangstelling.

Vermindering loonheffingen

De tegemoetkoming wordt geëffectueerd als een vermindering op de afdracht van de loonheffingen (de loonbelasting en premies volksverzekeringen). De loonheffingen worden maximaal verminderd tot nihil. Dit wordt per kalenderjaar beoordeeld (de vermindering kan, zo nodig, worden geëffectueerd door middel van correctieberichten).

De BIK-afdrachtvermindering bedraagt per kalenderjaar:

  • 3% van het investeringsbedrag tot en met € 5.000.000, vermeerderd met;
  • 2,44% van het investeringsbedrag voor zover dat meer dan € 5.000.000 bedraagt.

Ondernemers die geen personeel in dienst hebben, kunnen de BIK-regeling niet toepassen. Ondernemers met weinig personeel kunnen de afdrachtvermindering slechts toepassen tot het bedrag van de door hen af te dragen loonheffingen.

De BIK geldt alleen voor ondernemers die inhoudingsplichtig zijn voor de loonheffingen:

  • die tevens belastingplichtig zijn voor de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting;
  • en voor zover, afgezien van de geldende staffel, gebruik gemaakt zou kunnen worden van de keinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA).

Fiscale eenheid

In het kader van de vennootschapsbelasting kunnen groepen belastingplichtigen, op hun eigen verzoek, als één belastingplichtige worden gezien: fiscale eenheid.

De fiscale eenheid die, als geheel gezien, baangerelateerde investeringen doet, mag één tot de fiscale eenheid behorende inhoudingsplichtige aanwijzen als BIK-inhoudingsplichtige voor de baangereateerde investeringen van de fiscale eenheid.

In de BIK-aanvraag kan de gewenste toedeling van de afdrachtvermindering aan de onderdelen van de fiscale eenheid worden opgenomen. De BIK-verklaring vermeldt vervolgens per loonheffingennummer het in aanmerking te nemen bedrag van de afdrachtvermindering.

Investeringen die binnen de fiscale eenheid ter beschikking worden gesteld aan een andere vennootschap, komen wel in aanmerking voor de BIK-regeling.

BIK-verklaring

Alvorens de BIK-afdrachtvermindering via de aangifte loonheffingen te kunnen effectueren, moet een BIK-verklaring worden aangevraagd. Dat kan uitsluitend via elektronische weg bij het Ministerie van Economische zaken (de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; RVO).

Een BIK-verklaring kan pas worden aangevraagd vanaf een totaalbedrag aan investeringen van € 20.000.

Per kalenderjaar kunnen maximaal 4 BIK-verklaringen worden aangevraagd, maximaal 1 per kalenderkwartaal.

De aanvraag moet uiterlijk geschieden binnen 3 maanden na afloop van het laatste kalenderjaar waarin de laatste betaling voor de baangerelateerde investering is gedaan.

Baangerelateerde investering

Deze term lijkt een beetje misleidend. Het is namelijk niet vereist dat wordt vastgesteld dat de investering aan een (of meer) baan (banen) is gerelateerd.

De regeling geldt voor bedrijfsmiddelen die nog niet zijn gebruikt. Een investering is alleen een baangerelateerde investering wanneer:

  • de verplichting ter zake de aanschaffing van het bedrijfsmiddel op of na 1 oktober 2020 is aangegaan;
  • het bedrijfsmiddel met een laatste betaling in 2021 of 2022 volledig is betaald;
  • en binnen 6 maanden na de volledige betaling in gebruik is genomen.

Uitgesloten voor de regeling zijn:

  • bedrijfsmiddelen die (hoofdzakelijk) worden gebruikt voor het bosbouwbedrijf of een onderneming waarop een regeling ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing is;
  • gronden (inclusief ondergrond van gebouwen);
  • woonhuizen en woonschepen;
  • personenauto’s;
  • vaartuigen voor representatieve doeleinden;
  • effecten, vorderingen, goodwill, vergunningen, ontheffingen, concessies en andere dispensaties van publiekrechtelijke aard;
  • dieren;
  • bedrijfsmiddelen die hoofdzakelijk zijn bestemd om aan derden ter beschikking te worden gesteld;
  • bedrijfsmiddelen waarvan het investeringsbedrag minder bedraagt dan € 1.500;
  • verplichtingen aangegaan tussen:
    • personen die tot hetzelfde huishouden behoren;
    • bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of personen die tot hun huishouden behoren;
    • gerechtigden tot een nalatenschap waartoe het bedrijfsmiddel behoort;
    • degene die voor tenminste 1/3e een belang heeft in een vennootschap en de vennootschap (en omgekeerd).

Verplichtingen ter zake van de verbetering van een bedrijfsmiddel worden niet als een baangerelateerde investering aangemerkt.