07-08-2019

Andere vrijstellingen schenkbelasting

In onze factsheet Vrijstellingen schenkbelasting beschrijven we de meest voorkomende schenkingen. Elk jaar updaten we deze factsheet met de voor het lopende jaar geldende bedragen. Maar er zijn ook nog vrijstellingen waarop minder vaak een beroep wordt gedaan. Een paar daarvan kwamen aan de orde in twee recente  zaken bij Hof Den Haag.

ANBI

Zowel schenkingen aan een ANBI als schenkingen door een ANBI zijn vrijgesteld van schenkbelasting. Deze vrijstelling kent geen maximumbedrag. De afkorting ANBI staat voor: Algemeen Nut Beogende Instelling. Deze status wordt door de Belastingdienst aan een instelling toegekend. Dit wordt vastgelegd in een beschikking. En de instelling wordt dan opgenomen in het ANBI-register.

Bij Hof Den Haag procedeerde een stichting, die schulden had kwijtgescholden. Deze stichting had de status van ANBI, maar die was door de Belastingdienst ingetrokken. Kwijtschelding van een schuld, anders dan om puur zakelijke redenen, kwalificeert als een schenking. Maar een schenking door een ANBI zou zijn vrijgesteld, ongeacht aan wie de schenking wordt gedaan.

Min- en onvermogenden

Door het verlies van de ANBI-status moet de stichting op zoek naar een andere vrijstelling. De vrijstelling voor overige verkrijgers bedroeg € 2.092 (de kwijtschelding heeft in 2014 plaatsgevonden; voor 2019 bedraagt deze vrijstelling: € 2.173). Aangezien de kwijtschelding in de ene zaak € 8.000 bedraagt, moet over € 5.908 schenkbelasting worden betaald. Het tarief bedraagt 30%. De aanslag komt daardoor op een bedrag van € 1.772 aan schenkbelasting. Later wordt dit verminderd naar € 1.144 wanneer blijkt dat niet aan één, maar aan twee begiftigden is geschonken (elk € 4.000).

Daarvoor wordt een beroep gedaan op de vrijstelling voor schenkingen aan “min- en onvermogenden”. Aan deze vrijstelling worden twee voorwaarden gesteld:

  • de begiftigde moet niet in staat zijn zijn of haar schulden te betalen;
  • en de schenking moet er toe dienen om de begiftigde daartoe in staat te stellen.

De begiftigden blijken banktegoeden te hebben, die op 1 januari 2014 bedragen € 21.626, respectievelijk € 71.914. Zij slagen er niet in het Hof er van te overtuigen dat zij zodanige (andere), op korte termijn opeisbare, schulden hebben dat ze hun schuld aan de stichting niet kunnen terugbetalen.

Aflossen met de auto

In de andere zaak gaat het om een kwijtschelding van € 5.360. Het vermogen van begiftigde bedraagt € 1.696, bestaande uit een banktegoed van € 946 en en auto met een waarde van € 750. Tot dit bedrag kan niet de vrijstelling voor verkrijging door min- of onvermogenden worden toegepast. Het door de begiftigde aangedragen argument dat zij de auto niet kan missen, wordt door het Hof niet gehonoreerd. De verschuldigde schenkbelasting bedraagt: 30% van € 1.696 = € 508.

Aanslag opgelegd aan schenker

De aanslag schenkbelasting wordt in deze zaken door de Belastingdienst opgelegd aan de schenker (de stichting). Dat lijkt wat vreemd. Het ontvangen van een schenking is voor de schenkbelasting immers het belastingplichtige feit; niet het doen van de schenking. In het algemeen wordt de aanslag daarom opgelegd aan de begiftigde.

Dat is anders wanneer de schenker de schenkbelasting voor zijn rekening neemt. Maar dat is in de hiervoor beschreven zaken niet aan de orde. De schenker ontvangt de aangifte en aanslag schenkbelasting omdat bij de Belastingdienst niet bekend is wie de schenking(en) heeft ontvangen. De wet biedt die mogelijkheid.