25-02-2019

Werkgever moet slapende dienstbetrekking beëindigen

Wanneer een werknemer door zijn of haar werkgever wordt ontslagen, moet de werkgever de transitievergoeding betalen. Ongeacht de reden van het ontslag. Om dit te voorkomen, houden werkgevers (langdurig) zieke werknemers in dienst. Er ontstaat dan een slapende dienstbetrekking.

Arbeidsongeschikte werknemer

Het loon van een werknemer, die arbeidsongeschikt is, moet door de werkgever worden doorbetaald. Deze loondoorbetalingsverplichting geldt voor de 2 jaar volgend op het intreden van de arbeidsongeschiktheid. Daarna krijgt de werknemer mogelijk recht op een uitkering ingevolge de wettelijk geregelde arbeidsongeschiktheidsverzekeringen.

De werkgever hoeft niet altijd het volledige loon door te betalen. Tenminste 70% van het loon moet worden doorbetaald (en in het eerste ziektejaar ook tenminste het minimumloon). In de CAO (of een individuele regeling) kan echter zijn bepaald dat, gedurende een zekere periode, een hoger bedrag moet worden doorbetaald.

De loondoorbetalingsverplichting kan door het UWV worden verlengd wanneer niet voldoende inspanningen zijn gedaan om te proberen de zieke werknemer te laten re-integreren in het arbeidsproces.

Werkgever moet ontslaan

Bij het scheidsgerecht gezondheidszorg is in een arbitraal vonnis beslist dat de werkgever de zieke werknemer moet ontslaan. Dit betreft een werknemer die al bijna drie jaar arbeidsongeschikt is en die van het UWV een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt. Zijn werkgever weigert om hem te ontslaan om te voorkomen dat € 144.659 aan transitievergoeding aan de zieke werknemer moet worden betaald.

Het scheidsgerecht is van mening dat, onder bijzondere omstandigheden, de werkgever op grond van het in artikel 7:611 BW vastgelegde goed werkgeverschap verplicht kan worden om een slapende arbeidsovereenkomst te beëindigen.

In het voorliggende geval zijn die bijzondere omstandigheden aan de orde. De werknemer is ernstig ziek en aannemelijk is dat hij nog maar kort te leven heeft (mogelijk slechts enkele maanden). De werkgever heeft, anders dan het voorkomen van de transitievergoeding, geen enkel belang bij het voortbestaan van de dienstbetrekking. En aangenomen moet worden dat de werkgever de transitievergoeding te zijner tijd volledig vergoed zal krijgen. Het wetsvoorstel waarin de compensatie van de transitievergoeding is geregeld, is immers al aangenomen in het Parlement en wacht alleen nog op publicatie in de Staatscourant. Dit wetsvoorstel gaat in op 1 april 2020, maar geldt dan in beginsel ook voor eerder reeds uitbetaalde transitievergoedingen.

Het scheidsgerecht beveelt de werkgever om, op grond van de hiervoor beschreven bijzondere omstandigheden, de arbeidsovereenkomst, binnen 2 dagen na de betekening van het vonnis, op te zeggen onder toezegging van de transitievergoeding. Het vonnis wordt kracht bijgezet met een dwangsom van € 5.000 per dag dat de werkgever nalaat om het vonnis uit te voeren (met een maximum van € 150.000).