Vermogenstoets toeslagen

20151124_vermogenstoets_VWGNijhof

Zowel voor de huurtoeslag als voor de zorgtoeslag geldt een vermogenstoets. Die toets houdt in dat geen recht op deze toeslagen bestaat wanneer het vermogen te hoog is. Daarbij wordt aangesloten bij het vermogen in box 3 (het inkomen uit sparen en beleggen), zoals dat voor de heffing van inkomstenbelasting geldt. In box 3 worden onder andere belast: bank- en spaartegoeden, effecten, overige vorderingen, overig onroerend goed.

Bij de bepaling van het vermogen van box 3 wordt een heffingvrij vermogen in aanmerking genomen. Tot het heffingvrij vermogen is in box 3 geen belasting verschuldigd. Het heffingvrij vermogen bedraagt in 2015 per belastingplichtig € 21.330 (voor fiscaal partners is derhalve € 42.660 aan vermogen vrijgesteld van heffing in box 3). Het exacte bedrag van het heffingvrij vermogen voor 2016 is nog niet bekend, maar dat zal niet veel afwijken van 2015.
Tot en met 2015 wordt dit heffingvrij vermogen bij AOW-gerechtigden met een beperkt inkomen in box 1 verhoogd met de ouderentoeslag. Deze toeslag bedraagt per partner € 28.236 of € 14.118 (afhankelijk van het inkomen in box 1 en de hoogte van het vermogen in box 3). Ingaande 1 januari 2016 wordt deze toeslag echter afgeschaft. Dat heeft tot gevolg dat AOW-gerechtigden in box 3 eerder belasting zijn verschuldigd, maar ook dat deze ouderen sneller voldoen aan de vermogenstoetsen in de zorg- en huurtoeslag, met als gevolg dat zij geen recht meer hebben op deze toeslagen.

De vermogenstoets in de huurtoeslag kijkt uitsluitend naar de grondslag voor de heffing in box 3. Dat betekent dat wanneer de in box 3 te belasten vermogensbestanddelen het heffingvrij vermogen overtreffen, er geen recht op huurtoeslag bestaat. Een vrijgezel die in 2015 in aanmerking komt voor het hoge bedrag van de ouderentoeslag mag derhalve een in box 3 te belasten vermogen hebben van maximaal € 21.330 + € 28.236 = € 49.566 om (afgezien van de inkomenstoets) recht te hebben op huurtoeslag.
In 2016 wordt de ouderentoeslag afgeschaft en mag het in box 3 te belasten vermogen van dezelfde persoon, om voor huurtoeslag in aanmerking te komen, nog slechts € 21.330 bedragen.

Ouderen met huurtoeslag, van wie het in box 3 te belasten vermogen hoger is dan het heffingvrij vermogen, hebben nog tot 31 december 2015 om hun vermogen in box 3 te verlagen. Doen ze dat niet, dan vervalt ingaande 2016 hun recht op huurtoeslag. Het toetsingstijdstip voor het box 3 vermogen in 2016 ligt namelijk op 1 januari 2016. Alles wat er in 2016 gebeurt, telt pas voor de vermogenstoets van 2017.

De vermogenstoets in de zorgtoeslag is ruimer. Ook daar wordt uitgegaan van de grondslag voor de heffing in box 3, waardoor de afschaffing van de ouderentoeslag de hiervoor geschetste gevolgen heeft. Maar boven het heffingvrij vermogen van box 3 geldt voor de vermogenstoets in de zorgtoeslag een vrijstelling van € 82.504 (dit is het voor 2016 geldende bedrag).

Andere artikelen

Afbetaling coronaschulden

Met ingang van oktober 2022 moeten ondernemers hun coronaschulden aflossen aan de Belastingdienst. We zetten de regels die daarbij gelden voor je...

Restwaarde leasefiets

De Staatssecretaris van Financiën heeft in een besluit een goedkeuring gegeven voor de bepaling van de restwaarde van een “leasefiets”.

De belastingplannen voor 2023

Welke belangrijke fiscale voorstellen kwamen op Prinsjesdag 2022 uit het koffertje van minister Kaag van Financiën? Wij zetten de tien belangrijkste voor...