15-08-2019

Van eenmanszaak naar BV? Leg het op tijd vast!

Als je eenmanszaak, maatschap of VOF goede winsten realiseert, kan het interessant zijn om over te stappen naar een BV. Bij welke winst dat interessant is, ligt aan je persoonlijke situatie. VWG rekent het graag  voor je uit.

Terugwerkend

Je kunt de eenmanszaak, maatschap of VOF nog met ingang van 1 januari 2019 voor rekening van een BV drijven. Dit moet je dan wel vóór 1 oktober 2019 schriftelijk vastleggen in een intentieverklaring of een voorovereenkomst. En dit stuk moet je, eveneens vóór 1 oktober 2019, met een formulier aangetekend naar de Belastingdienst sturen.

De BV moet dan  zijn opgericht en de onderneming moet zijn ingebracht vóór 1 april 2020. Maar dan komt wel de winst van twee jaren in hetzelfde boekjaar terecht. Als je daardoor meer vennootschapsbelasting betaalt, kan het handig zijn om de inbreng in de BV nog voor 1 januari 2020 af te wikkelen.

Voor de terugwerkende kracht naar 1 januari 2019 moet je gebruik maken van de faciliteit van geruisloze inbreng. Wil je ruisend inbrengen, dan bedraagt de maximale terugwerkende kracht slechts 3 maanden. Bij een ruisend inbreng wordt echter meestal een lijfrente bedongen bij de BV. De actuele rente maakt dat in het algemeen niet zo interessant.

De hiervoor genoemde data gaan overigens uit van een regulier boekjaar (1 januari – 31 december). Bij een gebroken boekjaar moet je uitgaan van de dag waarop je boekjaar aanvangt.

Fiscaal voordeel

Het fiscale voordeel van de BV ten opzichte van de eenmanszaak, maatschap of VOF zit in het tarief. De winst van een eenmanszaak, maatschap of VOF wordt belast met inkomstenbelasting. In box 1 betaal je (in 2019) over je inkomen boven € 68.500 aan belasting: 51,75%. Voor zover je inkomen bestaat uit winst uit onderneming, is op die winst wel 14% MKB-winstvrijstelling in aftrek gebracht. Als je dit in het tarief verrekend, resulteert dit in een tarief van: 86% * 51,75% = 44,5%.

De winst van een BV wordt belast met vennootschapsbelasting. Het tarief bedraagt (in 2019) 25%, maar over de eerste € 200.000 betaalt de BV slechts 19%. Als je de netto winst van de BV privé wilt besteden, moet je dividend uitkeren. Over dit dividend betaal je inkomstenbelasting in box 2 (aanmerkelijk belangheffing), waar het tarief 25% bedraagt. De gecombineerde heffing over de winst in de BV bedraagt 39,25% (voor de winst tot € 200.000) en daarboven 43,75%. In beide gevallen derhalve minder dan de 44,5% die je in de inkomstenbelasting betaalt.

Tariefwijzigingen

Hiervoor noemen we de tarieven voor 2019. Deze tarieven zullen echter wijzigen. Het tarief van box 2 bedraagt in 2020 26,25% en met ingang van 2021: 26,9%. Maar het tarief van de vennootschapsbelasting daalt naar 15% voor de winst tot € 200.000 en 20,25% voor de winst boven € 200.000. Deze tarieven zullen gelden met ingang van 2021.

In de inkomstenbelasting zijn de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling met ingang van 2020 niet meer tegen het hoogste tarief aftrekbaar. Deze aftrekken worden uiteindelijk slechts geëffectueerd tegen het lage tarief van 37%.

Op de afweging of het interessant is om je onderneming in een BV te brengen, hebben deze tariefwijzigingen niet zo heel veel invloed.