Subsidie stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties (update 24-04-2019)

Deze factsheet is ook beschikbaar in pdf.

Op 1 januari 2019 is de Subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties (BOSA) in werking getreden. Deze regeling is in het leven geroepen na de verruiming van de sportvrijstelling in de BTW. Die verruiming heeft tot gevolg dat sportinstellingen niet langer door middel van een daar op afgestemde juridische structuur in aanmerking komen voor aftrek van BTW op investeringen en kosten. Het BTW-voordeel dat de overheid als gevolg daarvan geniet, wordt teruggesluisd naar de sport. Dit geschiedt aan[1]:

  • gemeenten: via de Specifieke uitkering stimulering sport (SPUK);
  • sportinstellingen: via de Regeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties (BOSA).

Het is niet mogelijk een BOSA-subsidie te verkrijgen voor zaken waarvoor de gemeente al een tegemoetkoming uit de SPUK heeft ontvangen.

De Regeling stimulering BOSA is, met bijlage en toelichting, gepubliceerd in de Staatscourant van 20 juli 2018 (nr. 40859).

Op de regeling is van toepassing de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, met uitzondering van de in artikel 3 van de Regeling stimulering BOSA genoemde onderdelen van die kaderregeling.

De regeling wordt uitgevoerd door de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (afgekort als: Dus-I): www.dus-i.nl.

Subsidiebedrag

De regeling omvat de volgende twee subsidies:

  • 20% van de kosten, inclusief BTW, van subsidiabele activiteiten (zie hierna);
  • verhoogd met maximaal 15% van de kosten in verband met maatregelen[2]:
    • in het kader van energiebesparing;
    • ter verbetering van de toegankelijkheid.

De maximale subsidie bedraagt per kalenderjaar: € 2.500.000[3].

Subsidies van minder dan € 5.000[4] worden niet verstrekt[5]. Maar doordat subsidies van minder dan € 125.000 achteraf worden aangevraagd, is het wel mogelijk om meerdere kleinere bedragen op te sparen en zo toch in aanmerking te komen voor de subsidie.

Geen subsidie wordt verstrekt wanneer voor de kosten van de subsidiabele activiteiten recht bestaat op aftrek van BTW (zie voetnoot 6 over de horeca-activiteiten op een sportaccommodatie).

Voor de regeling geldt landelijk een subsidieplafond. Dit bedraagt voor 2019: € 87 miljoen. Het beschikbare bedrag wordt verdeeld op volgorde van de binnenkomst van de aanvragen.

LET OP: een aanvraag laat in het kalenderjaar kan tot gevolg hebben dat die aanvraag niet wordt gehonoreerd als gevolg van de overschrijding van het subsidieplafond.

Subsidie wordt verstrekt voor activiteiten die aanvangen vanaf 1 januari 2019.

De subsidie wordt voor ten hoogste 3 jaar verstrekt. Van deze termijn kan de minister voor maximaal 1 jaar ontheffing verlenen.

De subsidiabele activiteiten zijn:

  • de bouw of het onderhoud van sportaccommodaties;

Een sportaccommodatie is een voorziening bestemd en in gebruik voor activiteiten op het gebied van de amateursport.[6]

Of een organisatie een amateursportorganisatie is, wordt gecontroleerd aan de hand van de SBI-code[7].

  • de aanschaf of het onderhoud van sportmaterialen.

Sportmaterialen zijn materialen die tot doel hebben om amateursportbeoefening te ondersteunen. De voorbeelden die in de toelichting op de regeling worden genoemd zijn: klimrekken, trampolines of doelen, maar bijvoorbeeld ook de aanschaf van nieuwe ballen, discussen of matten. De kosten voor gas, water of licht vallen NIET onder de definitie van het begrip sportmaterialen.

De toelichting door Dus-I vermeldt als (voorbeelden van) WEL subsidiabel:

  • sportmaterialen (zoals een keeperoutfit of materialen voor de atletiekbaan);
  • verbouwingskosten van sportfaciliteiten;
  • diploma’s, licenties en medailles;
  • exploitatiekosten, mits deze betrekking hebben op de sportactiviteit (bijvoorbeeld de inhuur van onderhoudspersoneel);
  • lease- aankoop- of erfpachtkosten voor de grond van de sportaccommodatie, mits het gaat om kosten waarover BTW wordt betaald.

De toelichting door Dus-I vermeldt als (voorbeelden van) NIET subsidiabel:

  • gas, water, licht;
  • groenvoorzieningen, tenzij groenvoorziening een wezenlijk onderdeel is (zoals bijvoorbeeld bij golfterreinen);
  • speeltuin op sportpark;
  • horeca (interieur kantine);
  • notariskosten, voor zover ze niet rechtstreeks verband houden met de bouw of het onderhoud van de sportaccommodatie.

Subsidie wordt alleen verstrekt op uitgaven waarop de sportinstelling BTW betaalt. Niet-subsidiabel zijn daardoor onder andere:

  • huurkosten (verhuur van een onroerende zaak is vrijgesteld van BTW);
  • loon-/personeelskosten, voor zover het betreft het eigen personeel van de sportinstelling (de kosten van ingehuurd personeel is wel subsidiabel, mits met BTW in rekening gebracht);
  • verzekeringen;
  • leges voor (bouw)vergunningen;
  • financieringskosten (op grond van de kaderwet).

Wijze van subsidieverstrekking

De wijze waarop de subsidie wordt verstrekt, hangt af van de hoogte van het subsidiebedrag:

  • tot € 25.000
    • moet de aanvraag worden ingediend uiterlijk binnen 12 maanden na voltooiing van de subsidiabele activiteiten;
    • door middel van een daarvoor vastgesteld formulier, getekend door tekenbevoegden;
    • vergezeld van:
      • een factuur op naam van de subsidieontvanger;
      • en bij betalingen boven € 500: een betalingsbewijs, waaruit blijkt dat de subsidieontvanger de factuur heeft betaald;

De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling van de subsidie.

  • tussen € 25.000 en € 125.000:
    • de subsidiabele activiteiten moeten nog plaatsvinden:
      • aanvraag tot verlening van de subsidie:
        • door middel van een daarvoor vastgesteld formulier, getekend door tekenbevoegden;
        • vergezeld van een offerte, op naam van de aanvrager;

De minister verleent bij het besluit tot verlening van de subsidie een voorschot (in één bedrag of in termijnen).

  • aanvraag tot vaststelling van de subsidie:
    • door middel van een formulier, ingediend binnen 22 weken na de datum waarop de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, uiterlijk moeten zijn verricht;
    • rekening en verantwoording wordt afgelegd met een factuur die op naam van de subsidieontvanger staat en een betalingsbewijs waaruit blijkt dat hij heeft betaald;

De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling van de subsidie.

  • de subsidiabele activiteiten hebben reeds plaatsgevonden:
    • de aanvraag moet worden ingediend uiterlijk binnen 12 maanden na voltooiing van de subsidiabele activiteiten;
    • door middel van een daarvoor vastgesteld formulier, getekend door tekenbevoegden;
    • vergezeld van:
      • een factuur op naam van de subsidieontvanger;
      • en bij betalingen boven € 500 een betalingsbewijs, waaruit blijkt dat de subsidieontvanger de factuur heeft betaald;

De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling van de subsidie.

  • boven € 125.000
    • aanvraag tot verlening van de subsidie:
      • door middel van een formulier;
      • met een offerte;
      • en een liquiditeitsprognose;
    • aanvraag tot vaststelling van de subsidie:
      • door middel van een formulier, ingediend binnen 22 weken na de datum waarop de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, uiterlijk moeten zijn verricht;
      • rekening en verantwoording wordt afgelegd met een financieel verslag.

De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling van de subsidie.

Aanvraag

De subsidie wordt aangevraagd met een digitaal formulier via de website van de uitvoeringsinstelling Dus-I (www.dus-i.nl). De voor de onderbouwing vereiste facturen en offertes moeten in de vorm van een scan worden toegevoegd aan de aanvraag. Tevens moet worden bijgevoegd een scan van een bankafschrift van de aanvragende organisatie, die niet ouder is dan 3 maanden en waarop naam en IBAN van de aanvragende organisatie zichtbaar zijn.

Het toegestaan dat een intermediair de subsidie aanvraagt namens de sportorganisatie. In dat geval moet een door de sportorganisatie aan de intermediair verstrekte machtiging worden meegestuurd met de aanvraag.

Offerte

In het kader van de uitvoering bepaalt Dus-I dat de volgende gegevens minimaal op in de offerte moeten staan:

  • volledige naam en adres van de aanvrager van de subsidie;
  • gegevens van de uitvoerder, zoals naam, adres en kvK-nummer;
  • offertenummer;
  • datum
  • omschrijving van de te leveren diensten, installatie of apparatuur;
  • totale prijs exclusief BTW, de BTW (met percentage) en de prijs inclusief BTW;
  • de belangrijkste voorwaarden waaronder de offerte wordt verstrekt;
  • verwijzing naar de algemene voorwaarden van de uitvoerder;
  • offertes hoeven niet te zijn ondertekend;
  • offertes zijn vrijblijvend.

Offertes moeten duidelijk betrekking hebben op activiteiten die vanaf 2019 plaatsvinden, maar hoeven niet persé geldig te zijn op het moment van indienen van de aanvraag.

Dus-I accepteert offertes opgesteld na 1-12-2018. Offertes vóór 1-12-2018 worden niet in behandeling genomen, tenzij deze offertes door beide partijen zijn ondertekend.

Factuur

In het kader van de uitvoering bepaalt Dus-I dat de volgende gegevens minimaal op de factuur moeten staan.

Factuurkop

  • volledige naam en adres van de aanvrager van de subsidie;
  • volledige bedrijfsnaam en adres van de uitvoerder;
  • BTW-nummer van de uitvoerder;
  • KvK-nummer van de uitvoerder;
  • datum waarop de factuur gemaakt is;
  • een uniek, doorlopend en opvolgend factuurnummer.

Factuurregels

  • gedetailleerde omschrijving van de goederen, diensten of maatregelen die zijn geleverd
  • aantal geleverde goederen, diensten of maatregelen;
  • bijbehorende kosten;
  • leverdatum van de goederen, diensten of maatregelen (of de datum van vooruitbetaling);
  • bedrag exclusief BTW;
  • BTW-tarief;
  • BTW-bedrag.

Alle bescheiden die aan deze eisen voldoen, kunnen als factuur worden beschouwd, ongeacht de benaming of bestemming.

Aanvullende verplichtingen

De subsidieontvanger moet er voor zorgen dat:

  • gedurende de in het kader van de BTW geldende herzieningsperiode[8] geen recht bestaat op aftrek van BTW;
  • de gesubsidieerde sportaccommodatie gedurende tenminste 10 jaren na afloop van de subsidieperiode ter beschikking gesteld blijft van de amateursport voor lokale gebruikers.

Op de subsidieontvanger rust de plicht om te melden wanneer niet aan deze aanvullende verplichtingen wordt voldaan. Aan deze meldplicht moet onverwijld worden voldaan[9].

Op grond van de kaderregeling[10] geldt bovendien een meldplicht indien aannemelijk wordt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleent niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht (bijvoorbeeld indien de maximale subsidietermijn van 3 jaar wordt overschreden).

De toelichting op de regeling vermeldt ten aanzien van de hiervoor als eerste genoemde melding: “De melding kan leiden tot het intrekken van de subsidievaststelling of het ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen van de vaststelling: het is immers niet de bedoeling dat zowel subsidie als btw teruggaaf wordt verkregen.”.

De toelichting vermeldt niet wat het gevolg is van de hiervoor als tweede genoemde melding. Opgemerkt wordt wel dat er geen gevolgen zijn wanneer de sportaccommodatie teniet gaat.

Op grond van de kaderregeling moet de subsidieontvanger ervoor zorgen dat de subsidie op doelmatig wijze wordt gebruikt en dat de voor de uitvoering van de subsidie benodigde middelen op verantwoorde wijze worden beheerd[11].

Op de subsidieontvanger rust tevens de plicht om een administratie te voeren, die op overzichtelijke, controleerbare en doelmatige wijze is ingericht. De administratie en de daartoe behorende bescheiden moeten gedurende 10 jaren na de vaststelling van de subsidie worden bewaard[12].

[1] Via de Regeling stimulering BOSA wordt (in 2019) € 87 miljoen rechtstreeks teruggesluisd naar de individuele sportinstellingen. Daarnaast wordt via de Specifieke uitkering stimulering sport (SPUK) € 152 miljoen teruggesluisd naar de gemeenten.

[2] De voor deze aanvullende subsidie in aanmerking komende maatregelen worden opgesomd in Bijlage I bij de regeling.

[3] Dit correspondeert met een bedrag aan subsidiabele kosten van € 12.500.000 (inclusief BTW).

[4] Dit correspondeert met een bedrag aan subsidiabele kosten van € 25.000 (inclusief BTW).

[5] Uit het antwoord op een vraag op de website van Dus-I lijkt te volgen dat de verhoging van het subsidiebedrag in verband met kosten van energiebesparing of verbetering van de toegankelijkheid mee mag tellen voor de toets of het minimumbedrag wordt overschreden. De letterlijke tekst van deze vraag en antwoord:

“Een minimale investering van 25.000 euro is erg hoog voor sommige organisaties. Wat te doen?

De ondergrens voor een aanvraag is 5.000 en de vergoeding is 20% van de investering. Er moet dus minimaal € 25.000 worden geïnvesteerd.

Voor energiebesparende maatregelen en maatregelen die de toegankelijkheid vergroten (bijlage) geldt een vergoeding van 35%. Bijvoorbeeld: 35% van € 15.000 = € 5.250.

Ook combinaties zijn mogelijk. De facturen van een kalenderjaar mogen worden opgespaard om tot de ondergrens te komen.

Voor investeringen die over meerdere jaren lopen, geldt dat ieder jaar opnieuw de aanvraag minimaal € 5.000 moet zijn.”.

[6] Voor zover de horecafaciliteiten binnen de sportaccommodatie worden gebruikt voor met BTW belaste activiteiten, bestaat recht op aftrek van de aan die activiteiten toe te rekenen voorbelasting. In zoverre bestaat geen recht op een bijdrage uit de Regeling stimulering BOSA.

Het lijkt er in de toelichting op de regeling op dat de Minister van mening is dat voor zover de horecafaciliteiten vrijgesteld van BTW worden gebruikt, deze faciliteiten niet voldoen aan de begrippen sportaccommodatie en sportmaterialen, waardoor ze ook dan niet voor subsidiëring in aanmerking komen.

In de vragen en antwoorden op de website van Dus-I staat keihard dat kosten in verband met horeca-activiteiten niet in aanmerking komen voor de subsidie.

[7] Alle organisaties met een SBI-code beginnend met 93.1 zijn sportorganisaties. De organisaties met de codes 93.13 (fitnesscentra), 93.14.6 (sportscholen), 93.19.1 (beroepssportlieden), 93.19.3 (verzorgen van vistochten), 93.19.4 (supportersverenigingen (sport)) en 93.19.5 (organiseren van sportevenementen) komen niet voor subsidie in aanmerking.

Voor de SBI-code is de registratie bij de Kamer van Koophandel in beginsel leidend.

[8] De herzieningsperiode omvat het jaar van de ingebruikname van een aangeschaft goed PLUS voor:

  • roerende goederen: de volgende 4 jaren;
  • onroerende goederen: de volgende 9 jaren.

Ten aanzien van diensten geldt de herzieningsregeling in de BTW niet (de Regering heeft een wetsvoorstel inzake de toepassing van de herzieningsregeling op kostbare diensten ter internetconsultatie voorgelegd, maar nog niet ter behandeling aangeboden aan het Parlement). Van een dienst is in het kader van de BTW bijvoorbeeld sprake bij de verbouwing, die niet leidt tot de vervaardiging van een nieuw onroerend goed.

[9] Artikel 13, lid 3 van de Subsidieregeling stimulering BOSA.

[10] Artikel 5.7 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

[11] Artikel 5.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

[12] Artikel 5.2 van de Kaderregeling subsidies OCZ, SZW en VWS.

Andere artikelen

De belastingplannen voor 2023

Welke belangrijke fiscale voorstellen kwamen op Prinsjesdag 2022 uit het koffertje van minister Kaag van Financiën? Wij zetten de tien belangrijkste voor...

Hogere winstbelastingen!!

Al snel na het bereiken van het akkoord over de koopkrachtmaatregelen, zijn deze uitgelekt. Wij ontlenen het onderstaande aan de pers.