Selecteer een pagina

Schenkingsvrijstelling vereist anticipatie

schenkingsvrijstelling ton eigen woning VWGNijhof

Met ingang van 1 januari 2017 bedraagt de (maximale) schenkingsvrijstelling voor schenkingen ten behoeve van de eigen woning van de begiftigde (weer) € 100.000. In een aantal situaties kan deze hoge vrijstelling echter alleen optimaal worden gebruikt, wanneer daar in 2016 al op wordt geanticipeerd.

Voorwaarden

Om van de nieuwe schenkingsvrijstelling van € 100.000 gebruik te kunnen maken, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:
– de begiftigde is op het moment van de schenking ouder dan 18, maar niet ouder dan 40 jaar (de vrijstelling is niet beperkt tot verkrijgingen door kinderen);
– het geschonken bedrag moet worden gebruikt voor het voldoen van kosten betreffende de eigen woning van de begiftigde;
– de vrijstelling mag slechts één keer worden gebruikt (bij verkrijging van dezelfde schenker), maar de schenking kan wel gespreid over 3 opeenvolgende kalenderjaren worden gebruikt.

Schenkingsvrijstelling in 2016

Voor schenkingen die in 2016 worden gedaan, geldt voor de heffing van schenkbelasting een vrijstelling van € 2.122.

Als ouders schenken aan kinderen, geldt een hogere vrijstelling van € 5.304. In de periode waarin het kind ouder dan 18 jaar, maar jonger dan 40 jaar is, wordt deze schenkingsvrijstelling eenmalig verhoogd tot:
€ 25.449 (vrij besteedbaar)
€ 53.016, mits het geschonken bedrag wordt gebruikt voor de eigen woning of de studie van de begiftigde.

Kinderen aan wie vóór 1 januari 2010 onder de verhoogde schenkingsvrijstelling (in 2016: € 25.449) is geschonken mogen aanvullend vrijgesteld van schenkbelasting € 27.570 van hun ouders ontvangen, mits de schenking wordt gebruikt voor de eigen woning van de begiftigde.

Op alle verhoogde vrijstellingen moet expliciet een beroep worden gedaan in de aangifte schenkbelasting. Deze aangifte moet bij de Belastingdienst zijn ingediend binnen 2 maanden na afloop van het jaar waarin de schenking heeft plaatsgevonden.

Overgangsrecht

De noodzaak om op de nieuwe schenkingsvrijstelling te anticiperen ligt in het overgangsrecht. Het gaat met name om de volgende twee situaties.

Kinderen die in 2015 of 2016 een beroep hebben gedaan op de inhaalvrijstelling van € 27.570 kunnen aanvullend een beroep doen op de nieuwe schenkingsvrijstelling. Dat kan voor het nog resterende bedrag van € 100.000 -/- € 53.016 = € 46.984.
Maar dat kan alleen nog in de jaren 2017 en 2018.

Als in 2015 of 2016 enkel een beroep is gedaan op de vrij besteedbare verhoogde schenkingsvrijstelling (in 2016: € 25.449) bestaat in 2017 en 2018 aanvullend slechts recht op de schenkingsvrijstelling tot het hiervoor genoemde bedrag van € 46.984. De totale schenkingsvrijstelling komt dan niet op € 100.000, maar op slechts € 72.433 (€ 25.449 + € 46.984).
De anticipatie bestaat er in de schenking onder de vrij besteedbare verhoogde schenkingsvrijstelling uit te stellen tot ná 2016 of in 2016 toch maar een beroep te doen op de inhaalvrijstelling.

Opschortende voorwaarde

Een ander addertje onder het gras is dat in veel gevallen aan de schenking, waarop de verhoogde schenkingsvrijstelling moet worden toegepast, een opschortende voorwaarde moet worden verbonden. Pas op het moment waarop deze voorwaarde is vervuld, komt de schenking tot stand.

Hier moet op worden geanticipeerd wanneer de schenking persé in een bepaald jaar (zie hiervoor) moet vallen of wanneer de leeftijd van de begiftigde de 40 jaar dreigt te passeren.

Andere artikelen