Selecteer een pagina

Performance fee met BTW belast

In een arrest van november 2016 besliste het Europese Hof van Justitie dat het prijzengeld dat de eigenaar van een renpaard ontving, niet is belast met BTW. Dit arrest is aanleiding om ten aanzien van niet vaste vergoedingen het standpunt in te nemen dat er geen BTW over verschuldigd is.

Prijzengeld

Het arrest betreft de Tsjechische mevrouw Pavlína Baštová. Haar paarden namen deel aan paardenraces. Zij ontving daarvoor geen deelnamegeld of andere directe vergoeding. Bij een goede rangschikking van haar paarden ontving zij wel prijzengeld.

Mevrouw Baštová is BTW-ondernemer. Toch hoeft zij over het prijzengeld geen BTW af te dragen. Volgens het Hof is er geen rechtstreeks verband tussen het aan de organisator van de paardenrace beschikbaar stellen van het paard en het ontvangen prijzengeld. Niet het ter beschikking stellen van het paard leidt tot het prijzengeld. Het prijzengeld wordt uitbetaald wanneer het paard een goede rangschikking behaalt.

Performance fee

In een uitspraak van Rechtbank Noord-Holland doet een vermogensbeheerder een beroep op bovenstaand arrest. Voor het beheer van vermogens van relaties ontvangt de vermogensbeheerder een vaste vergoeding (een percentage van de waarde van het belegde vermogen), aangeduid als de management fee. Daarnaast berekent de vermogensbeheerder een resultaat afhankelijke vergoeding (een percentage van de waardetoename van het belegde vermogen), de performance fee.

De Rechtbank beslist dat ook de performance fee wordt belast met BTW. De performance fee is op grond van de met de beleggers gesloten overeenkomsten verschuldigd tegenover de vermogensbeheerdiensten. Dat de hoogte van de fee afhankelijk is van het resultaat van de beleggingen, doet niet af aan het rechtstreekse verband tussen de verrichte dienst en deze vergoeding.

Voornoemde uitspraak is, voor zover ons bekend, de eerste waarin de toepassing van het Baštová-arrest aan de orde komt. Wellicht tekent de belanghebbende hoger beroep aan. In elk geval zullen er nog meer uitspraken volgen, alvorens duidelijk is wanneer een niet vaste vergoeding buiten de heffing van BTW blijft.

No cure no pay

No cure no pay betekent dat niet hoeft te worden betaald wanneer een klus niet het vooraf afgesproken resultaat oplevert. Ook ten aanzien van dergelijke vergoedingen wordt verdedigd dat ze op grond van het Baštová-arrest buiten de heffing van BTW kunnen blijven. De uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland ondersteunt dat standpunt, naar onze mening, niet.

Nadere rechtspraak is nodig om volledige duidelijkheid te scheppen. Wie tot die tijd het standpunt inneemt dat ontvangen variabele vergoedingen buiten de heffing van BTW blijven, moet er rekening mee houden dat de fiscus dit aan de belastingrechter voor zal willen leggen.

Andere artikelen