Select Page

Nieuwe fiscale regels oudedagsvoorzieningen

In maart is het wetsvoorstel Wet toekomst pensioenen ingediend bij het Parlement. Dit wetsvoorstel bevat ook nieuwe fiscale regels voor oudedagsvoorzieningen.

Begrenzing pensioenopbouw

De belangrijkste wijziging is dat de opbouw van pensioen fiscaal niet meer wordt begrensd op de opbouw van een uitkering maar op de premie. De voorgestelde premiegrens houdt in dat de premie voor het ouderdomspensioen en het partnerpensioen maximaal mag bedragen: 30% van de pensioengrondslag. De huidige pensioenregels zijn gebaseerd op een maximaal op te bouwen uitkering: het maximaal in 40 dienstjaren op te bouwen oudedagspensioen bedraagt 70% van de pensioengrondslag.

De pensioengrondslag is het jaarloon, verminderd met de te verwachten AOW-uitkering (de zogeheten AOW-franchise).

Andere pijlers

Het pensioen wordt opgebouwd in pijler 2 van de oudedagsvoorzieningen en daarbij wordt rekening gehouden met de in pijler 1 ondergebrachte wettelijke aanspraken. Pijler 1 geldt voor iedereen die in Nederland woont. Op pijler 2 kunnen alleen werknemers een beroep doen.

Pijler 3 biedt iedere Nederlander de mogelijkheid om fiscaal vriendelijk oudedagsvoorzieningen op te bouwen. Zelfstandigen kunnen geen beroep doen op pijler 2 en zijn daarom nagenoeg geheel aangewezen op pijler 3. Werknemers kunnen in pijler 3 aanvullende oudedagsvoorzieningen opbouwen. Het gaat in pijler 3 meestal om lijfrenteverzekeringen of lijfrentebankspaarprodukten.

Ruimte

Voorgesteld wordt om de jaarruimte voor aftrek van premie of inleg voor een lijfrente gelijk te trekken met pijler 2. Dat betekent dat de maximale premieruimte wordt verhoogd van de 13,3% die nu geldt, naar 30%. Deze percentages worden berekend over de premiegrondslag.

Indien de jaarruimte in een jaar niet of niet volledig wordt benut, mag dit alsnog in de volgende 7 jaren (reserveringsruimte). Het maximale bedrag van de reserveringsruimte wordt verhoogd naar € 38.000 per jaar. Op dit moment mag in de reserveringsruimte jaarlijks maximaal het laatste bedrag van 17% van de premiegrondslag of € 7.587 (in de 10 jaren voor AOW-leeftijd: € 14.978) worden afgetrokken.

Zoals gezegd, is pijler 3 voor werknemers een aanvulling op pijler 2. Op dit moment wordt in pijler 3 rekening gehouden met het in pijler 2 opgebouwde pensioen via de zogeheten factor A. In het nieuwe systeem moet de in pijler 3 maximaal in te leggen premie worden verminderd met de reeds in pijler 2 ingelegde premie.

Ingang

Recent is de Nota van Wijziging op het wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer, maar deze bevat ten aanzien van de hiervoor beschreven onderwerpen geen inhoudelijke wijzigingen. Het is de bedoeling dat de Wet toekomst pensioenen op 1 januari 2023 ingaat. Pensioenuitvoerders krijgen dan tot 1 januari 2027 de tijd om hun regelingen aan te passen.

Andere artikelen