Het moment suprême …

20151106_WKR_vrije_ruimte_VWG

… komt er voor veel werkgevers aan. De meeste werkgevers zijn immers op 1 januari 2015 begonnen, al dan niet actief, met het toepassen van de werkkostenregeling (WKR). Vanaf die datum werd dat namelijk door de wet verplicht gesteld. In het eerste aangiftetijdvak ná 2015 (dat is de aangifte over januari 2016 of over de eerste 4-wekenperiode van 2016) moet de loonbelasting worden afgedragen over het bedrag waarmee de aangewezen vergoedingen en verstrekkingen het werkkostenforfait (ook wel aangeduid als de vrije ruimte) in 2015 hebben overschreden. De vrije ruimte bedraagt 1,2% van de loonsom van 2015.

Natuurlijk is het spannend of de eind 2014 gemaakte berekeningen en inschattingen kloppen. Wordt het WKR-forfait overschreden? Of is er juist vrije ruimte over? In beide gevallen kunnen in de ons nog resterende tijd tot de jaarwisseling 2015-2016 misschien nog maatregelen worden genomen om het gebruik van de de WKR te optimaliseren. En om zonodig het beleid voor 2016 bij te stellen.

Al dan niet terecht lijkt de Belastingdienst bij de uitvoering van de WKR voor een vrij strikte uitleg te kiezen als het gaat om het moment waarop de werkgever de keuze voor het aanwijzen van een loonbestanddeel als WKR-eindheffingsbestanddeel moet hebben gemaakt. Deze strikte uitleg is best vatbaar voor een stevige juridische discussie, maar de meeste werkgevers zitten daar niet op te wachten. Zij kunnen het best nog in 2015 even (laten) bekijken of de WKR-zaken op orde zijn.

Voor de werkgevers die de WKR eerder al vrijwillig toepasten is er, naast de omstandigheid dat kan worden volstaan met één afrekening van de WKR aan het einde van het jaar, ook een nieuwtje. Over 2015 mag voor het eerst de concernregeling worden toegepast. Op grond van deze regeling wordt de vrije ruimte van alle tot het concern behorende inhoudingsplichtigen op één hoop gegooid. Alleen als het totaal van de door alle tot het concern behorende inhoudingsplichtigen voor de vrije ruimte aangewezen loonbestanddelen hoger is dan 1,2% van de totale loonsom van alle tot het concern behorende inhoudingsplichtigen, moet loonbelasting (80%) worden afgedragen. Deze afdracht moet geschieden door het concernonderdeel met de hoogste loonsom, maar alle andere concernonderdelen zijn er wel hoofdelijk aansprakelijk voor. Tot het concern behoren alle (klein)dochtervennootschappen waarin gedurende het gehele kalenderjaar een belang van 95% of meer is gehouden. Als wordt gekozen voor de toepassing van de concernregeling behoren alle vennootschappen die aan dit criterium voldoen verplicht tot het WKR-concern.

Als u meer wilt weten over de werkkostenregeling sturen wij u graag onze uitgebreide notitie over dit onderwerp toe. Neem daarvoor contact op met uw contactpersoon of met info.nijmegen@vwg.nl/info.wijchen@vwg.nl.

Andere artikelen

Afbetaling coronaschulden

Met ingang van oktober 2022 moeten ondernemers hun coronaschulden aflossen aan de Belastingdienst. We zetten de regels die daarbij gelden voor je...

Restwaarde leasefiets

De Staatssecretaris van Financiën heeft in een besluit een goedkeuring gegeven voor de bepaling van de restwaarde van een “leasefiets”.

De belastingplannen voor 2023

Welke belangrijke fiscale voorstellen kwamen op Prinsjesdag 2022 uit het koffertje van minister Kaag van Financiën? Wij zetten de tien belangrijkste voor...