15-10-2019

Fiscale woonplaats zowel in Nederland als in Roemenië

Hof Den Bosch schetst in een recente uitspraak heel mooi hoe de beoordeling verloopt in welk land inkomsten worden belast. In deze zaak leidt dat tot een dubbele fiscale woonplaats (dual residence), maar uiteindelijk gelukkig niet tot dubbele belastingheffing.

Woonplaats

Het Hof begint het onderzoek bij de Nederlandse wetgeving. Belastingplichtige is Nederlander en heeft een eigen woning in Nederland. Hij staat in Nederland ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres van die woning. Hij houdt in Nederland 5 bankrekeningen aan en rijdt een auto op Nederlands kenteken, waarvoor in Nederland motorrijtuigenbelasting wordt betaald. Een groot deel van zijn familie en vrienden woont in de regio waar zijn eigen woning is gelegen. Hij werkt aan boord van een schip, dat vaart onder Nederlandse vlag.

Uit al deze omstandigheden concludeert het Hof dat de fiscale woonplaats van deze belastingplichtige in Nederland ligt. Daar doet niet aan af dat hij een Roemeense echtgenote heeft, die woont in haar in Roemenië gelegen eigen woning.

Deze conclusie van het Hof leidt ertoe dat sprake is van binnenlandse belastingplicht. Het totale wereldinkomen wordt dan in Nederland met inkomstenbleasting belast.

Belastingverdrag

Het Hof stelt echter ook vast dat belastingplichtige volgens Roemeens recht tevens fiscaal inwoner van Roemenië is. Dat heeft tot gevolg dat zijn wereldinkomen ook in Roemenië zal worden belast. Gelukkig hebben Nederland en Roemenië een belastingverdrag gesloten, waarmee dubbele belastingheffing moet worden voorkomen.

Het belastingverdrag met Roemenië bepaalt dat een inwoner van beide staten wordt geacht te wonen in het land waar hij een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft. Belastingplichtige beschikt echter zowel in Nederland als in Roemenië over een woning. Dan moet worden vastgesteld met welk land zijn persoonlijke en economische betrekkingen het nauwst zijn.

Aangezien belanghebbende werkzaam is op een schip, werkt hij in geen van beide landen. Dat hij voor zijn werk enkele cursussen volgt in Nederland, acht het Hof niet voldoende om de economische banden Nederland sterker te laten zijn dan die met Roemenië. Over andere persoonlijke banden, zoals deelname aan verenigingen of andere locale activiteiten is in de procedure niets gesteld of gebleken.

Het Hof concludeert uiteindelijk dat de banden met Roemenië het sterkst zijn. Daarvoor is met name van belang dat uit het monsterboekje blijkt dat belastingplichtige gedurende 5 tot 6 maanden per jaar aan boord van schepen verblijft. Vanwege deze omstandigheid acht het Hof niet aannemelijk dat veel sprake zal zijn van betrokkenheid bij verenigingen en andere lokale activiteiten. Uit gegevens van het gebruik van de pinpassen blijkt dadt hij duidelijk meer dagen in Roemenië verblijft dan in Nederland.

Sterk feitelijk

In de praktijk blijkt geregeld dat het best lastig is om te bepalen waar de fiscale woonplaats van expats en andere (arbeids)migranten is gelegen. De concrete feitelijke situatie is daarvoor doorslaggevend, maar die feiten zijn lang niet altijd overduidelijk. Dat blijkt wel uit de door het Hof in bovenstaande casus meegewogen feiten en omstandigheden.

Eindresultaat is dat, behalve de in Nederland gelegen (eigen) woning, de inkomsten van belastingplichtige niet in Nederland worden belast. Het belastingverdrag met Roemenië wijst de belastingheffing over vastgoed toe aan het land waar het vastgoed is gelegen. Of in Roemenië over de andere inkomsten daadwerkelijk inkomstenbelasting wordt geheven, is niet bekend.