Extra alertheid op zakelijkheid van uitgaven

Gepubliceerd op: 5 februari 2025

De Belastingdienst vraagt om extra alertheid op de zakelijkheid van uitgaven.

Jaarlijks onderzoek

Jaarlijks neemt de Belastingdienst een steekproef uit alle ondernemingen. Bij de ondernemingen die in deze steekproef vallen (dat zijn er in het algemeen ongeveer 3.000 en deze steekproef omvat ook ondernemingen die zijn aangesloten bij het horizontaal toezicht), wordt een uitgebreid boekenonderzoek uitgevoerd. De resultaten uit deze boekenonderzoeken gebruikt de Belastingdienst, naast informatie uit andere bronnen, om te bepalen op welke punten haar (verticaal) toezicht zich moet toespitsen. Eén van die aandachtspunten is dit jaar de zakelijkheid van uitgaven.

De Belastingdienst geeft aan dat uit de onderzoeken van de jaarlijkse steekproef is gebleken dat veel correcties in aangiften inkomsten- en vennootschapsbelasting te maken hebben met privéuitgaven die onterecht worden opgevoerd als zakelijke kosten. Als voorbeelden geeft de Belastingdienst: schilderwerk aan een privéwoning, abonnementen om te sporten en streamingdiensten. Zowel bij zelfstandige ondernemers als bij eenpersoons-BV’s ziet de Belastingdienst opvallend vaak hoge fiscale correcties, die betrekking hebben op opgevoerde onzakelijke kosten.

3 vragen

Om te bepalen of uitgaven kwalificeren als (zakelijke) kosten van de onderneming, moeten 3 vragen worden beantwoord. En daarbij is van groot belang op wie de bewijslast rust.

  1. Zijn de uitgaven (deels) gedaan met het oog op de zakelijke belangen van de onderneming?
  2. Dienen de uitgaven (mede) ter bevrediging van de persoonlijke behoeften van de ondernemer of DGA?
  3. Zou een redelijk denkend ondernemer de uitgaven in dezelfde mate hebben gedaan?

De bewijslast voor vraag 1 rust op de ondernemer. De Belastingdienst mag het beleid van de ondernemer niet meer dan marginaal toetsen. Dat houdt in dat de Belastingdienst zich in beginsel niet mag bemoeien met het beleid van de ondernemer. Zo mag de Belastingdienst niet het argument gebruiken dat zij van mening is dat de uitgave niet noodzakelijk is voor de exploitatie van de onderneming.

De bewijslast voor vraag 2 en 3 rust op de Belastingdienst. Voor zover de uitgaven zijn gedaan met het oog op de persoonlijke behoeften van de ondernemer of DGA of ze meer bedragen dan wat een redelijk denkend ondernemer zou uitgeven, zijn ze geen aftrekbare kosten, maar een onttrekking aan het vermogen van de onderneming.

Wanneer uitgaven kwalificeren als zakelijke kosten, kan de onderneming nog aanlopen tegen de wettelijke beperkingen voor de aftrek van kosten.

Bij de DGA speelt nog een extra aspect. De DGA heeft namelijk in veel gevallen 2 petten op: die van aandeelhouder en die van werknemer van de BV. Uitgaven die voor de DGA worden gedaan, in zijn hoedanigheid van werknemer kwalificeren in beginsel als loon. Loon kwalificeert altijd als aftrekbare kosten, maar wordt belast met loonbelasting, tenzij een vrijstelling of lagere (nihil)waardering kan worden toegepast.

Andere artikelen