Selecteer een pagina

BTW-ondernemer is geen IB-ondernemer

Ik ben ondernemer voor de BTW, dus ook voor de inkomstenbelasting (IB). Dat stelt een winkelier in een zaak waarin Hof Arnhem-Leeuwarden onlangs heeft beslist.

Objectieve winstverwachting

Die stelling klinkt logisch. Maar er is één essentieel verschil tussen het begrip ondernemer in de BTW en in de IB: de ondernemer in de IB moet streven naar winst (voordeel) en die winst (dat voordeel) moet ook objectief te verwachten zijn.

Antiek

De zaak betreft de exploitant van een antiekwinkel, die sinds 1 maart 1984 staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. De Belastingdienst betwist de over de jaren 2016 en 2017 ingediende aangiften.

Vanaf 2002 heeft de exploitant elk jaar een verlies aangegeven. Op grond daarvan concludeert het Hof dat geen sprake is van de objectieve verwachting dat met de activiteit winst (een voordeel) zal worden behaald. Belanghebbende heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat de onderneming in de toekomst positieve winsten zal behalen.

Verrekenen

Het gevolg van de beslissing van het Hof is dat de antiekhandelaar de verliezen uit de winkel niet langer kan verreken met zijn andere inkomen uit werk en woning (box 1). In 2016 en 2017 genoot hij een pensioenuitkering. In de andere jaren wellicht loon uit een dienstbetrekking.
Bovendien heeft hij nu geen recht op de ondernemersfaciliteiten: de investeringsaftrek, zelfstandigenaftrek, meewerkaftrek en oudedagsreserve. De MKB-vrijstellling is bij verliezen negatief en leidt derhalve tot een bijtelling.

Uiteraard is het inkomen uit de winkel wel belast als inkomen uit sparen en beleggen (box 3). Maar in die box wordt het inkomen forfaitair bepaald op basis van het saldo van de waarde van de bezittingen en de schulden. Dat kan niet leiden tot een verlies.

 

 

Andere artikelen