11-11-2019

Bier en wijn niet onder het verlaagde BTW-tarief

De Hoge Raad heeft gesproken: het biertje of wijntje bij de lunch of het diner wordt niet, als onderdeel van de maaltijd, belast tegen het verlaagde BTW-tarief (9%).

BTW-tarief

Hoofdregel is dat alle in Nederland door ondernemers verrichte prestaties worden belast tegen het algemene BTW-tarief (21%). Maar zoals bij elke fiscale hoofdregel zijn er ook in dit geval uitzonderingen. Eén van die uitzonderingen is dat op een (flink) aantal daarvoor aangewezen prestaties het verlaagde tarief wordt toegepast. Dit tarief bedraagt sinds 1 januari 2019: 9% (daarvoor: 6%).

Eén van de prestaties waarop het verlaagde tarief wordt toegepast betreft: het verstrekken van voedingsmiddelen voor gebruik ter plaatse in het kader van het hotel-, café-, restaurant-, pension- en aanverwant bedrijf. In de definitie van het begrip voedingsmiddelen staat vermeld dat daartoe niet worden gerekend: alcoholische dranken.

Gemengde prestaties

Wanneer één enkele prestatie wordt verricht, kan in de regel eenvoudig worden vastgesteld welk BTW-tarief van toepassing is. Bij gemengde prestaties is dat lastiger.

De ondernemer in de aan de Hoge Raad voorgelegde zaak stelde dat hij één restaurantdienst verricht, die bestaat uit het verstrekken van voedingsmiddelen en van dranken. De verstrekking van de (alcoholhoudende) drank gaat, volgens de ondernemer, op in de restaurantdienst, waardoor het totaal met BTW wordt belast tegen het verlaagde tarief.

De Hoge Raad bevestigt de conclusie die eerder al door het Hof werd getrokken. Die luidt dat, zelfs wanneer de stelling van de ondernemer juist is, het is toegestaan om de levering van alcoholhoudende dranken uit te sluiten van de toepassing van het verlaagde BTW-tarief. Nederland heeft deze uitzondering geheel in overeenstemming met de Europese BTW-regels opgenomen in haar BTW-regelgeving. De verstrekking van alcoholhoudende dranken wordt derhalve altijd belast tegen het algemene BTW-tarief.