05-10-2020

Betaalpauze eigen woninglening (update 5 oktober 2020)

Deze notitie is ook in pdf-format beschikbaar.

 

Voor eigen woningleningen die zijn afgesloten op of na 1 januari 2013 geldt de aflossingseis. De aflossingseis geldt, onder voorwaarden, niet voor oude leningen, die op of na 1 januari 2013 worden omgezet in nieuwe leningen.

Aflossingseis

De aflossingseis houdt in dat de lening gedurende de looptijd tenminste annuïtair in ten hoogste 360 maanden volledig moet worden afgelost.

Dit moet contractueel zijn overeengekomen, maar tevens ook feitelijk worden nagekomen. Jaarlijks wordt per 31 december getoetst of de stand van de eigen woninglening daadwerkelijk lager is dan de aflossingseis. Een minimale afwijking betekent al dat niet aan de aflossingseis is voldaan. Er is dan sprake van een aflossingsachterstand.

Kortstondige afwijking is toegestaan

Als op 31 december van een jaar blijkt dat sprake is van een aflossingsachterstand, blijft de schuld een eigen woningschuld indien:

  • de aflossingsachterstand uiterlijk op 31 december van het volgende jaar is ingehaald en;
  • dit niet vaker dan incidenteel voorkomt.

Wanneer op 31 december van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de aflossingsachterstand is ontstaan, de achterstand nog steeds niet is ingehaald, blijft de lening een eigen woninglening indien:

  • belastingplichtige aannemelijk maakt dat dit wordt veroorzaakt door onvoldoende betalingscapaciteit en;
  • per 1 januari van het tweede kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de aflossingsachterstand is ontstaan een nieuw tenminste annuïtair aflossingsschema met de schuldeiser is overeengekomen.

Tweede schuld voor aflossingen

Het komt voor dat de aflossingen op een eigen woninglening worden gedaan uit een andere lening. Deze tweede schuld is uiteraard geen eigen woninglening (maar wordt belast als inkomen uit sparen en beleggen; box 3).

Indien er echter een zodanige samenhang tussen beide schulden is, dat in feite sprake is van één schuld, kwalificeert ook de eerste schuld niet (meer) als eigen woningschuld.

Van een dergelijke samenhang is geen sprake indien[1]:

  • de jaarlijkse rente op de eerste schuld niet administratief wordt gesaldeerd met de jaarlijkse rente op de tweede schuld of het in dat jaar uit de tweede schuld opgenomen bedrag;
  • de rente op de eerste schuld marktconform is en niet ziet op andere rechten of verplichtingen dan de terbeschikkingstelling van de hoofdsom van de eerste schuld;
  • het rentepercentage op de tweede schuld niet lager is dan het rentepercentage op de eerste schuld.

Betaalpauze in verband met de coronacrisis

In het kader van de coronacrisis staan banken op grote schaal toe dat geldleners een betaalpauze nemen. Hetzelfde geldt voor andere geldverstrekkers dan banken, bijvoorbeeld de eigen BV of familieleden.

Aan geldverstrekkers worden ruimere mogelijkheden, dan de hiervoor beschreven (wettelijke) regelingen, geboden om een dergelijke betaalpauze vorm te geven[2].

Voorwaarden

Daarvoor gelden de volgende voorwaarden:

  • de (dreigende) betalingsproblemen, die het gevolg zijn van de uitbraak van het coronavirus, zijn tussen 12 maart en 31 december 2020 bij de geldverstrekker gemeld;
  • als gevolg hiervan is een betaalpauze overeengekomen, die:
    • uiterlijk op 1 januari 2021 ingaat en;
    • schriftelijk door de geldverstrekker wordt bevestigd;
  • de looptijd van de betaalpauze bedraagt maximaal 12 maanden.

Wanneer de geldverstrekker niet een bank is, gelden twee aanvullende voorwaarden:

  • de geldlener heeft door de uitbraak van het coronavirus een terugval in arbeidsinkomen van tenminste 20% in een aangesloten periode van 3 kalendermaanden, waarbij:
    • de periode van de aaneengesloten 3 kalendermaanden moet aanvangen tussen 1 maart en 1 januari 2021;
    • het arbeidsinkomen in voornoemde periode wordt vergeleken met 1/4e deel van het totale arbeidsinkomen in 2019 of met het arbeidsinkomen in het tijdvak van 1 januari tot en met 31 maart 2020;
  • de belastingplichtige moet aannemelijk kunnen maken dat hij aan alle voorwaarden voldoet

Goedkeuringen

Wanneer aan al deze voorwaarden is voldaan, kan, aanvullend op de bestaande regelingen, de aflossingsachterstand op de volgende 2 manieren worden ingehaald:

  1. eerder dan per 1 januari 2022 een nieuw aflossingsschema overeenkomen voor resterende looptijd van de gehele schuld;
  2. splitsing van de schuld in:
  • een oud deel waarvoor het bestaande aflossingsschema wordt voortgezet
  • een nieuw deel ter grootte van de tijdens de betaalpauze ontstane aflossingsachterstand, met een nieuw aflossingsschema.

In beide varianten wordt de aflossingsachterstand uitgesmeerd over de resterende looptijd van de lening.

(Aftrekbare) rente

Het belang van de kwalificatie van de lening als eigen woninglening is dat de met de lening gemoeide rente en kosten aftrekbaar zijn van het inkomen uit werk en woning (box 1).

De rente mag in 2020 alleen worden afgetrokken indien deze is betaald, verrekend, ter beschikking gesteld of rentedragend is geworden. Tijdens de betaalpauze betaalt de geldlener geen rente, zodat aftrek in 2020 alleen mogelijk is wanneer de rente (alsnog) vóór 1 januari 2021 is verrekend, ter beschikking gesteld of rentedragend is geworden.

De niet betaalde rente is alleen dan rentedragend geworden (en als gevolg daarvan in 2020 aftrekbaar) wanneer:

  • sprake is van een beschikkingshandeling van de geldverstrekker waaruit blijkt dat de verschuldigde rente vaststaat en dat dit bedrag rentedragend schuldig wordt gebleven;
  • rente in rekening wordt gebracht;
  • er reële zekerheid bestaat dat de rente ook feitelijk zal worden betaald.

Bijzonder is dat het besluit vermeldt dat de rente ook aftrekbaar is wanneer over de niet-betaalde rente, vanwege de bijzondere omstandigheden door de coronacrisis, een rentevergoeding van 0% wordt overeengekomen.

LET OP!

Belastingplichtigen, die als gevolg van een betaalpauze minder rente betalen op hun eigen woninglening, kunnen in 2020 een hoger inkomen hebben. Dat heeft gevolgen voor de voorlopige aanslag en voor de inkomensafhankelijke regelingen (waaronder de toeslagen). Het is verstandig om hier tijdig en adequaat op in te spelen.

 

Deze notitie is bedoeld om een regeling in grote lijnen uiteen te zetten. Met het oog op de leesbaarheid zijn zaken daarom vereenvoudigd weergegeven. VWG is daarom niet aansprakelijk voor de gevolgen van handelingen die naar aanleiding van deze notitie wel of niet zijn uitgevoerd.

 

 

 

[1] Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 26 februari 2013, nr. BLKB/352M (Stcrt. 2013, nr. 5687).

[2] Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 22 september 2020, nr. 2020-20122, Stcrt. 2020, nr. 50146 (de besluiten van de Staatssecretaris van Financiën van 16 juni 2020, nr. 2020-109040, Stcrt. 2020, nr. 33204, en van 6 mei 2020, nr. 2020-85139, Stcrt. 2020, nr. 26069 zijn ingetrokken).