Aftrek fictieve kosten vrijwilligers

20151030_vrijwilligers_VWGNijhof

Stichtingen en verenigingen zijn belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting indien en voor zover ze een onderneming drijven. Wij zullen u in dit artikel niet vermoeien met de regels voor de toets of sprake is van ondernemerschap, noch met de voorwaarden voor de vrijstellingen. Als u hierover (of in het algemeen over de belastingplicht van stichtingen en verenigingen) meer wilt weten, sturen wij u graag onze notitie over dit onderwerp toe.

Als eenmaal vaststaat dat sprake is van een onderneming, moet de winst worden bepaald waarover de vennootschapsbelasting is verschuldigd. Het spreekt voor zich dat de schade van de te betalen vennootschapsbelasting wordt beperkt door optimaal gebruik te maken van de mogelijkheden om de te belasten winst zo laag mogelijk vast te stellen.

Eén van die mogelijkheden is de aftrek van de fictieve loonkosten van vrijwilligers. Om die aftrek te mogen toepassen moet de stichting/vereniging kwalificeren als ANBI (Algemeen Nut Beogende Instelling) of SBBI (Sociaal Belang Behartigende Instelling) en de winst moet hoofdzakelijk (70% of meer) zijn behaald met de arbeid van vrijwilligers. Vrijwilligers zijn in het kader van deze regeling: natuurlijke personen die arbeid verrichten tegen een lagere vergoeding dan in het economisch verkeer gebruikelijk is.

De hoogte van de fictieve kosten wordt vervolgens bepaald door het aantal door de vrijwilligers gewerkte uren te vermenigvuldigen met het minimumloon (en uiteraard moeten de eventueel daadwerkelijk aan de vrijwilligers voor hun arbeid betaalde bedragen van de fictieve kosten worden afgetrokken).

Een recente zaak voor de Rechtbank Gelderland betreft een kringloopwinkel, die de rechtsvorm van een stichting heeft. De stichting kwalificeert niet als ANBI, maar wel als SBBI. Niet (meer) in discussie is dat de stichting is onderworpen aan vennootschapsbelasting. Aan de orde is de vraag of de stichting heeft voldaan aan het 70%-criterium. De stichting meent van wel. Zij berekent de fictieve arbeidskosten van haar vrijwilligers op € 79.300. Ten opzichte van de winst van € 93.169 is dat meer dan 70%. De Belastingdienst stelt echter dat van het totaal aantal gewerkte uren (22.306) minder dan 70% door de vrijwilligers was gewerkt (de vrijwilligers kwamen in het boekjaar op 8.410 uren), waardoor de fictieve kostenaftrek niet kan worden toegepast. De Rechtbank is het eens met de Belastingdienst en weigert de fictieve kostenaftrek.

Het andere geschilpunt in deze casus betrof de vraag of de opbrengst van de beleggingen van de stichting tot de met vennootschapsbelasting te belasten winst behoort. De belastingplicht geldt immers slechts voor zover door de stichting een onderneming wordt gedreven. De Rechtbank oordeelde dat uit de doelstellingen van de stichting niet blijkt dat die meer inhouden dan de exploitatie van de kringloopwinkel. Daarom kan het beleggingsvermogen van de stichting, volgens de Rechtbank, alleen maar worden toegerekend aan de onderneming en wordt ook de opbrengst van het beleggingsvermogen belast met vennootschapsbelasting.

Andere artikelen

Afbetaling coronaschulden

Met ingang van oktober 2022 moeten ondernemers hun coronaschulden aflossen aan de Belastingdienst. We zetten de regels die daarbij gelden voor je...

Restwaarde leasefiets

De Staatssecretaris van Financiën heeft in een besluit een goedkeuring gegeven voor de bepaling van de restwaarde van een “leasefiets”.

De belastingplannen voor 2023

Welke belangrijke fiscale voorstellen kwamen op Prinsjesdag 2022 uit het koffertje van minister Kaag van Financiën? Wij zetten de tien belangrijkste voor...