Selecteer een pagina

ZZP Pensioen

20150212_zzppensioenappel_VWGNijhof

Op initiatief van een viertal belangenorganisaties van ZZP-ers is het zogeheten ZZP Pensioen tot stand gekomen. Dat is een collectieve oudedagsvoorziening voor ZZP-ers, die eigenlijk lijfrente genoemd zou moeten worden. De term pensioen is immers gereserveerd voor de oudedagsvoorziening die fiscaal gefaciliteerd voor werknemers in het kader van hun dienstbetrekking kan worden opgebouwd. Zelfstandigen zijn voor de fiscale facilitering aangewezen op het regime voor de lijfrenten. De aftrek van premie of inleg in een lijfrenteproduct op het met inkomstenbelasting te belasten inkomen is mogelijk voor zover die premie of inleg blijft binnen de fiscale ruimte.

Belangrijk voor ZZP-ers is uiteraard dat zij zorgvuldig nadenken over de voorziening in hun inkomen in het geval van calamiteiten (zoals arbeidsongeschiktheid en werkloosheid), alsmede na hun werkzame leven. In hoeverre en op welke wijze deze risico’s worden afgedekt, is aan elke ZZP-er zelf. Het ZZP Pensioen is daarvoor zeker niet de enige mogelijkheid.

Met het oog op het behoud van het lijfrentekapitaal van ZZP-ers zal in de loop van 2015 de Participatiewet worden aangepast. Alvorens bijstand uit te keren, kan een gemeente op basis van de huidige regelgeving namelijk in beginsel eisen dat de aanvrager zijn lijfrenteproducten afkoopt en met de afkoopsommen voorziet in zijn of haar levensonderhoud. Pas nadat deze afkoopsommen zijn verbruikt, gaat de gemeente over tot het uitkeren van bijstand.

Het wetsvoorstel moet nog bij de Tweede Kamer worden ingediend, maar Staatssecretaris Klijnsma heeft in een brief al wel wat contouren geschetst. Daaruit blijkt dat het de bedoeling is om tot maximaal € 250.000 aan door ZZP-ers in de vorm van lijfrentekapitaal opgebouwde oudedagsvoorziening buiten de vermogenstoets van de bijstand te laten. De ZZP-er moet dan wel in de 5 jaren voordat een beroep op bijstand wordt gedaan tenminste enige inleg in de lijfrentevoorziening hebben gedaan. En de bescherming geldt tot een maximale inleg, in voornoemde periode van 5 jaar, van € 6.000 per jaar.

Andere artikelen