Selecteer een pagina

Zonnepanelen afschrijven in 20 jaar

De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft beslist dat een zonnepaneelinstallatie:

  1. één bedrijfsmiddel is;
  2. dat in 20 jaar wordt afgeschreven.

Zonnepanelen in de winstsfeer

We hebben het dan uiteraard over zonnepanelen in de winstsfeer of in de sfeer van de terbeschikkingstellingsregeling. Oftewel om zonnepanelen die bijvoorbeeld zijn aangeschaft door een BV of die behoren tot het vermogen van een eenmanszaak, VOF of maatschap.

Als je als particulier investeert in zonnepanelen komt afschrijving alleen aan de orde wanneer je de panelen door je onderneming laat gebruiken.

Voor de BTW kun je als particulier wel worden aangemerkt als ondernemer. Voorwaarde daarvoor is dat je de met je zonnepanelen opgewekte (overtollige) elektriciteit deels levert aan het elektriciteitsnet. De BTW die drukt op de aanschaf van de panelen kun je bij de Belastingdienst terugvragen. Als je daarna ontheffing vraagt van administratieve verplichtingen, heb je van de BTW geen last meer.

Eén bedrijfsmiddel

Met alleen zonnepanelen ben je er niet. Om de met de panelen opgewerkte elektriciteit bruikbaar te maken, heb je ook omvormers nodig. De panelen en de omvormers vormen samen één bedrijfsmiddel: de zonnepaneelinstallatie.

Dit is van belang omdat de omvormers veel eerder versleten zijn dan de zonnepanelen.

Afschrijvingstermijn

Belanghebbende in de zaak waarin de Rechtbank beslist, wil op de investering in de zonnepaneelinstallatie een bij de verkoop van melkquotum gevormde herinvesteringsreserve afboeken. Dat mag alleen indien de zonnepaneelinstallatie in maximaal 10 jaar wordt afgeschreven.

Belanghebbende en de fiscus zijn het er over eens dat de technische levensduur van de zonnepanelen meer dan 10 jaar bedraagt. Voor de fiscale afschrijvingstermijn is echter de economische levensduur van het bedrijfsmiddel doorslaggevend. Belanghebbende onderbouwt zijn stelling dat de economische levensduur van de installatie minder dan 10 jaar bedraagt met de volgende argumenten:

  • de (vermogens)garanties die door de leverancier van de installatie zijn gegeven;
  • de technische ontwikkelingen op het gebied van zonnepanelen in de afgelopen jaren;
  • de terugverdientijd van de investering.

De terugverdientijd van de investering duidt niet op een kortere, maar juist op een langere levensduur. De Rechtbank acht het aannemelijk dat de installatie ook na het verstrijken van de terugverdientijd nog geruime tijd economisch rendabel kan worden geëxploiteerd. Ook de garantietermijn duidt op een langere economische levensduur. Volgens de Rechtbank is immers niet gebruikelijk dat garanties worden gegeven voor de hele levensduur van een bedrijfsmiddel.

De Rechtbank overweegt tot slot dat de Belastingdienst met de afschrijvingstermijn voor de zonnepaneelinstallatie van 20 jaar voldoende rekening heeft gehouden met de omstandigheid dat de zonnepanelen langer meegaan dan de omvormers.

Andere artikelen