Selecteer een pagina

Zakelijkheid van etentjes niet bewezen

zakelijk etentje eten VWGNijhof

Een ondernemer mag de met de onderneming gemoeide kosten aftrekken van de winst. De bewijslast voor de zakelijkheid van kosten rust op de ondernemer.

Zakelijkheid

In een recente uitspraak bevestigt Hof ‘s-Hertogenbosch dat het bewijs van de zakelijkheid van kosten op de ondernemer rust. Daarvoor is voldoende dat de ondernemer aannemelijk maakt dat de kosten zakelijk zijn.

De zaak betreft een administratie- en belastingadvieskantoor dat belanghebbende in een man/vrouw-VOF uitoefent. Onder de verkoopkosten zijn kosten van etentjes geboekt. Deze boekingen zijn onderbouwd met nota’s. Bij een boekenonderzoek corrigeert de controlerend ambtenaar deze aftrekpost. Hij laat 10% van de kosten van de etentjes in aftrek toe. In de bezwaarfase wordt het aftrekbare deel van de kosten verhoogd naar 25%.

De ondernemer meent de zakelijkheid van de aftrek van de kosten van de etentjes aannemelijk te maken met de stelling dat hij regelmatig bij klanten eet en deze etentjes combineert met het uitwisselen van stukken en het voeren van gesprekken.

Zowel de Rechtbank als het Hof zijn van mening dat dit niet voldoende is om de zakelijkheid van de kosten aannemelijk te maken. De ondernemer heeft geen gegevens verstrekt omtrent de vraag met wie hij en zijn echtgenote hebben gegeten. En ook niet welk zakelijk element met de etentjes verbonden was.

Zakelijkheid administreren

Hoewel “aannemelijk maken” een lichte vorm van bewijslast is, doen ondernemers er verstandig aan om de zakelijkheid van kosten zoals etentjes in hun administratie te verwerken. Heel bewerkelijk hoeft dat natuurlijk niet te zijn. U kunt de zakelijke reden van het etentje (of de borrel) simpelweg op het bonnetje schrijven.

Beperkt aftrekbare kosten

De kosten voor voedsel, drank en genotmiddelen zijn beperkt aftrekbaar van de winst. Niet aftrekbaar van de winst is een bedrag van € 4.500. De ondernemer kan de Belastingdienst verzoeken om 80% van de werkelijke kosten van voedsel, drank en genotmiddelen van de winst af te trekken (20% van deze kosten bij de winst te tellen).

De ondernemer in de hiervoor beschreven casus deed een beroep op deze regeling. Hij lijkt daarbij in de veronderstelling daarmee gunstiger uit te komen. Aftrek van 80% van de kosten is immers meer dan de in de bezwaarprocedure vastgestelde 25%. De procedure speelde overigens in het belastingjaar 2008, toen in plaats van 80% nog 90% van de kosten van voedsel, drank en genotmiddelen van de winst afgetrokken mocht worden.

Het vaststellen van de zakelijkheid van de kosten gaat echter vooraf aan het toepassen van de regeling voor beperkt aftrekbare kosten. Op het uiteindelijk aftrekbare deel van de kosten van de etentjes (25% van de totale kosten), moet de aftrekbeperking worden toegepast.

Andere artikelen